Leden Pussy Riot eisen 260.000 euro van Rusland

Twee leden van de Russische band Pussy Riot hebben de Russische regering aangeklaagd bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omdat ze veroordeeld werden na hun protestlied in een kerk in Moskou. Ze eisen elk 130.000 euro.

Maria Aljochina en Nadezjda Tolokonnikova trokken samen met drie andere leden van Pussy Riot in februari 2012 naar een kathedraal in Moskou, waar ze een protestlied tegen de Russische president Vladimir Poetin brachten. Ze werden veroordeeld voor verstoring van de openbare orde en kregen twee jaar cel. In december kwamen ze vervroegd vrij.

Nu stappen de twee dames van de feministische groep naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ze eisen elk 120.000 euro schadevergoeding en 10.000 euro gerechtskosten. Voor de aanklacht baseren ze zich op enkele artikels uit het Verdrag van de Rechten van de Mens, dat ook ondertekend werd door Rusland. De manier waarop ze in dat anderhalf jaar behandeld zijn, komt naar eigen zeggen neer op marteling. Daarnaast vinden ze dat hun recht op vrijheid van meningsuiting geschonden is en zouden ze ook geen eerlijk proces gekregen hebben.

De vader van Tolokonnikova is tevreden met de aanklacht. "Goed zo, meiden", zegt hij aan de Russische krant Moskovskiy Komsomolets. "Naar mijn mening is het bedrag wel te klein. In plaats van 250.000 euro (het bedrag dat ze ongeveer samen vragen, nvdr.) moesten ze 250 miljoen euro gevraagd hebben."