Congé payé in het paleis - Van Dievel Consulting

Toen wij naar goede gewoonte zo rond elf uur onze werkdag in het Kasteel van Laken wilden aanvatten, kwam de jonge koning zelf de voordeur opendoen, op teenslippers en gekleed in een afgewassen trainingspak dat reclame voerde voor Frituur ’t Hoekske/Au Petit Coin. ‘Goed dat u er bent, meneer Van Dievel & friends,’ sprak de soeverein, ‘want al mijn hovelingen zijn met congé payé.’ Alreeds doemde voor ons (zijnde onze ravissante trainee Dinska Bronska , mijn vriend en dobermann Brabançonne en ikzelf) het spookbeeld op van verplichte tewerkstelling in keuken, washok en tuin. Maar het leek of het staatshoofd onze gedachten geraden had. ‘Vreest niet, meneer Van Dievel. Ons Mathilleke is met de koters naar de Ardennen. Wij gaan het er eens goed van pakken, d’accord?’

In kannen en kruiken

‘Moet er geen regering gevormd worden, sire?’ opperde ik voorzichtig, ‘nu de sterren gunstig staan en de onderhandelaars in de goeie flow zitten en zo.’
‘Och meneer Van Dievel,’ zei het staatshoofd op bijna achteloze toon, ‘eigenlijk is alles al in kannen en kruiken. Maar te rap naar buiten komen met een regeerakkoord is ook niet goed, naar het schijnt. De mensen moeten de indruk krijgen dat er lang en hard is onderhandeld. Terwijl ze het op een achternoen tijd eens zijn geworden.’
Ik keek zijne koninklijke hoogheid met grote ogen aan.
‘Ha ja, ‘vervolgde de vorst onverstoorbaar, ‘voor het regeerakkoord hebben ze het programma van CD&V overgeschreven, omdat dat nogal redelijk klonk. Maar omdat ze 15 of 17 miljard moeten besparen, zal er van dat programma niets van in huis komen. En zo is iedereen content. Ik wist niet dat politiek zo simpel was, meneer Van Dievel.’

De kwelling van Elio

’En wie wordt er premier, ligt dat ook al vast, sire?’
‘Dingske zeker, die met zijn grijze kuif en zijn rare bril van de Vlaamse katholieken die zo slecht Frans spreekt. Hij was hier begin van de week nog, recht van de Foire in Libramont, met zijn botten nog aan. Het heeft hier een hele dag naar koeien*** geroken.
‘Ik dacht dat elke dag dat Elio Di Rupo nog op de winkel mag passen er een te veel zou zijn voor de N-VA en voor de liberalen, sire.’
De koning lachte eens, maar het was niet van harte. Il ricanait, zeggen ze in het Frans.
‘Het is juist andersom, meneer Van Dievel. Elke dag dat Elio op de winkel moet passen is een kwelling voor hem, omdat hij weet dat zijn tijd voorbij is en dat ze alles wat zijn regering heeft beslist gaan omdraaien. En daarom gaan ze het nog rekken tot einde augustus. Wreed hé? ’
De koning haalde zijn zakagenda tevoorschijn.
‘Ik heb het hier opgeschreven. Zondag 31 augustus: na een zogezegd nachtelijke vergadering bekendmaking van het akkoord. Maandag 1 september: eedaflegging en de kadeeën naar school brengen.’

De koterij

‘Dus is de opdracht van Van Dievel Consulting in feite afgelopen, Sire?’
In gedachten rekende ik uit hoe ik de factuur toch nog zou kunnen spekken.
‘Ha nee. Zolang er geen gouvernement is blijft u en uw sympathieke medewerkers in dienst als Eerstaanwezend Koninklijk Wegbereider.’
‘En wat moeten wij dan doen, hoogheid?’
Het was onze trainee Dinska Bronska die deze pertinente vraag stelde.
‘Ge moet niet denken dat ik hier ga kuisen,’ voegde ze er een tikkeltje te brutaal naar mijn goesting aan toe.
‘Kom mee,’ zei de soeverein. Zijn ogen blonken verdorie van deugnieterij.
Via een doolhof van gangen en deuren bereikten wij de achterkant van het paleis, waar naar goede Belgische gewoonte een heel complex van koterij tegenaan was gebouwd.
‘Pas op voor uw hoofd,’ waarschuwde de jonge koning toen hij een deur vervaardigd van pallets openmaakte en ons liet voorgaan in een soort van halfduister hol. Wij hoorden geritsel van stro en geknabbel van tanden.
‘Wacht een minuutje’, zei de jonge koning wijl hij een petroleumlamp aanstak.
In het gelige licht zagen wij een enorm konijnenkot, niet één groot kot om preciezer te zijn, maar op elkaar gestapelde houten bierbakken die met ijzergaas waren bespannen.
‘Tweehonderd konijnen!’ verkondigde de vorst niet weinig fier.

Met een schietroer

En zo geschiedde dat de jonge koning en ik des avonds, tussen licht en donker, de straat overstaken en gingen aanbellen aan kasteel Belvedere, de domicilie van zijn ouders, goed wetende dat zij uithuizig waren, zoals wel vaker gebeurt in de lente, de zomer, de herfst en de winter.
Na enkele minuten wachten verscheen Vincent Pardoen aan de poort, de trouwe factotum van Paola en Albert, die weliswaar door de jonge koning was ontslagen maar die nog steeds in dienst is van de oude koning en de tweede koningin, al dan niet bezoldigd. Pardoen droeg een vurensklaar maar enigszins antiek te noemen schietroer bij zich, en een kruithoorn en een tas met loden munitie.
‘Voorwaddist?’ vroeg deze Pardoen wantrouwig.
‘Hoe is het met de jacht, amice?’ informeerde de jonge koning geveinsd vriendelijk.
Er ging een rilling door het magere lijf van de dienaar en er ontsnapte een weinig stichtende vloek aan zijn lippen.
‘Die smerige konijnen,’ stiet hij uit, ‘hoe meer ik er omleg, hoe meer er schijnen bij te komen. En ze vreten de rozen van madame la reine op!’
Van alteratie haalde hij per ongeluk de trekker van zijn schietroer over, wat een luide knal gaf, een tak van een beuk naar beneden deed vallen en de jonge koning en ik dekking deed zoeken.

Ondertussen hadden Dinska Bronska en Brabançonne een eind verder een ladder tegen de kasteelmuur gezet, waren zij het domein Belvedere binnengedrongen, en lieten de Vlaamse reuzen los die zij in een juten zak hadden meegedragen.

(De auteur is VRT-journalist en schrijver.)
 

lees ook