Zin en onzin van “Etiket–kinderen” - Koen Lowet

De Koppen-reportage “Etiket-kinderen” roept weer heel wat vragen op. Kinderen zouden te vlug een “etiket” opgeplakt krijgen. Ouders en leerkrachten wijzen naar elkaar als boosdoener. Psychologen en therapeuten zijn “commerçanten”, die maar wat graag “etiketteren” om daarna hun veelvoud aan behandelingen op de kinderen los te laten. Wat is nu de zin en de onzin hiervan?
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Waarom is een etiket belangrijk?

Wanneer er iets mis gaat in de ontwikkeling van een kind, dan wil je daar graag vroeg bij zijn. Zowat elk wetenschappelijk onderzoek naar de behandeling van psychische stoornissen toont immers aan dat des te vroeger je kan behandelen, des te beter het resultaat kan zijn van die behandeling. Dat is geen onbelangrijke boodschap als je weet dat in België mensen vandaag nog steeds gemiddeld tien jaar wachten om hulp te zoeken wanneer een psychische klacht ontstaat en dat de overgrote meerderheid van die psychische klachten reeds ontstaan in de kindertijd. Enige alertheid voor mogelijke problemen bij onze kinderen is dus geen overbodige luxe.

Wanneer er zich moeilijkheden voordoen, dan wil je graag weten wat er aan de hand is. Dat is belangrijk, zowel voor de behandelaar, als voor het kind en de ouder. Voor de behandelaar is het belangrijk om vast te stellen of een kind tot een bijzondere groep behoort en zo ja, welke dan? Dat is belangrijk omdat we graag in de geestelijke gezondheidszorg onderbouwd te werk willen gaan met behandelingen die enigszins hun waarde hebben aangetoond in wetenschappelijk onderzoek. Dat onderzoek kan alleen maar plaatsvinden als we allemaal dezelfde taal spreken en dezelfde “etiketten” gebruiken. Zonder etiketten zouden we geen onderzoek meer kunnen doen en dreigt onze hulpverlening te verzanden in een middeleeuws dogmatisme.

Maar ook voor het kind en zijn omgeving kan dat etiket belangrijk zijn. Het kind lijdt en het etiket biedt een plausibele verklaring voor dat lijden en opent de weg naar een oplossing hiervoor.

Hoe komt zo’n etiket tot stand?

Het slechte imago van “etiketten” bij kinderen ligt hem in de manier waarop zo’n etiket vaak tot stand komt en wat je precies verstaat onder een “etiket”. Voor psychologen gaat het hier over “diagnostiek”. Diagnostiek is een proces waarbij je als hulpverlener tracht uit te vissen wat er aan de hand is bij je cliënt. In de regel gebeurt dat op een hypothesetoetsende manier. Dat betekent dat je, op basis van je wetenschappelijke opleiding, nagaat welke mogelijke verklaringen er kunnen zijn voor het gedrag van dat kind. Vervolgens tracht je die één voor één onderuit te halen in je onderzoek, totdat je uiteindelijk moet vaststellen wat niet onderuit te halen valt. Dat is dus een fundamenteel andere benadering dan een “medische” diagnostiek; waarbij je een aantal symptomen neemt en die vergelijkt met je grote medische handboek (DSM-V) en op basis daarvan je conclusies trekt.

Helaas is die laatste manier veel gebruikelijker en aantrekkelijker voor onze samenleving. Het is minder tijdrovend, we zijn er al mee vertrouwd vanuit onze lichamelijke gezondheidszorg en het (lijkt) makkelijk door iedereen te gebruiken. Het gevolg is dat Jan en alleman (leerkrachten, ouders, huisartsen, tantes en nonkels, …) die methodiek gebruiken en zelf al hun etiket klaar hebben nog vooraleer het eigenlijke onderzoek moet plaatsvinden.

Mag bijzonder ook gewoon zijn?

In de Koppen-reportage wordt gewezen dat het vroeger niet anders was. “Er waren toen ook al drukke jongetjes en dromerige meisjes. Ze zijn van alle tijden.” Een betere illustratie dat psychische problematiek bij kinderen er altijd al was, kan je wellicht niet vinden.

Wacht eens even, zei ik nu psychische problematiek? Dus dat jongetje had toen ook al een stoornis? Nee, excuseer me, ik vergis me wel degelijk. Een psychische stoornis is immers het resultaat van een combinatie. Individuele kenmerken (het drukke in dat jongetje) in combinatie met omgevingsfactoren (die niet om kan gaan met dat drukke). Het drukke is er blijkbaar altijd al geweest, alleen kan de omgeving er nu veel minder goed mee omgaan.

Dat is een belangrijke observatie en verdient een maatschappelijk debat. Ten andere, ik ben benieuwd of de schoolse omgeving van dat drukke jongetje nu beter met hem zal kunnen omgaan, nu de nieuwe Vlaamse regering beslist heeft dat leerkrachten zich vooral moeten bezighouden met lesgeven en niet met andere taken zoals opvoeden. Kras als je weet dat kinderen van 3 tot 18 jaar meer tijd in het onderwijs doorbrengen dan met hun ouders. Wellicht zal de roep om etiketjes dus alleen nog maar toenemen vanuit die hoek.

Mogen we nog helpen?

Dat maatschappelijk discours is allemaal goed en wel, maar het zal mij, als individuele hulpverlener, worst wezen. Ik word immers geconfronteerd met dat jongetje dat wel degelijk last heeft van zijn “drukke” gedrag. De leerkrachten vitten op hem, ouders weten niet wat met hem aan te vangen, zijn vriendjes vinden het maar niks dat hij altijd de eerste wil zijn, enz. Dat raakt hem wel, dat doet hem verdriet, er is een lijdensdruk. Wellicht als zijn omgeving anders met hem zou omgaan, was hij misschien niet bij mij gekomen.

Uit het onderzoek blijkt dat er wel degelijk ADHD-kenmerken aanwezig zijn, verklaard door een aantal individuele, aangeboren kenmerken en zijn omgeving die niet afgestemd is op de noden van dat kind. Ik stel nog geen ADHD-diagnose. Gezien de leeftijd van die jongen zou het immers wel eens om een “bokkensprong” kunnen gaan. Eerst maar even die omgeving trachten af te stemmen op de noden van dat kind volgens een behandeling die bij ADHD-kinderen wel blijkt te werken.

Natuurlijk was dit een Nederlandse reportage. Het scenario wat ik hier schets, is vandaag in Nederland niet meer mogelijk. Daar heerst immers het beruchte “Diagnose-BehandelCombinatie”-systeem. De zorgverzekeraars hebben er bepaald dat er eerst een diagnose (etiket) moet zijn vooraleer een behandeling wordt terugbetaald. Dus als ik bovenvermelde behandeling in Nederland zou willen uitvoeren, zou ik die jongen dus eerst moeten “etiketteren” als zijnde ADHD, want anders zouden de ouders de behandeling niet terugbetaald krijgen. Uiteraard begrijpt u waarom dit perverse systeem geleid heeft tot een spectaculaire toename van “etiketjes”.

Een belangrijke les om te leren als we in de komende legislatuur psychologische hulpverlening o.a. voor kinderen beter toegankelijk willen maken door de terugbetaling van psychologen te organiseren. Psychologen willen immers niet enkel “etiketjes” behandelen, ze willen graag voorkomen dat er “etiketjes” ontstaan!


(Koen Lowet is klinisch psycholoog werkzaam in een eigen praktijk MUDICO voor kinderen en jongeren. Hij is tevens gedelegeerd bestuurder voor de Belgische Federatie van Psychologen.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.