"Sterf als eerste" - Johan De Ryck

In de zomer van 1979 kreeg ik als jonge kandidaat-reserveofficier in de Pantserschool mijn zwarte cavaleriemuts toegestopt, met daarop de witte spiegels van Lansier, en het zilveren kenteken van mijn nieuwe eenheid: het tweede Regiment Lansiers. Daarop de leuze “Meurs premier, comme devant”. Het duurde even voor ik het gebalde, krukkige Frans helemaal begreep: 'Sterf als eerste zoals voorheen...' *. Dat was behoorlijk schrikken, want ik was net in dienst gegaan met de ambitie om te léven voor mijn vaderland, niet om er meteen voor te stérven.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Midden augustus van datzelfde jaar 1979 werd ons peloton van jonge rekruten, het marcheren en de drills amper machtig, opgeroepen om in Ha(e)len de plechtigheid luister bij te zetten naar aanleiding van de 65ste verjaring van de Slag der Zilveren Helmen. Op 12 augustus 1914 hadden duizenden Duitse Huzaren, Ulanen, Dragonders en Kurassiers zich te pletter gelopen op enkele regimenten Belgische Jagers te Paard, Gidsen en Lansiers. De laatste grote cavaleriecharge in West-Europa uit de geschiedenis, in galop en mét de blanke sabel. Gewonnen door... de Belgen dus! Toen was mijn belangstelling voor de geschiedenis van mijn regiment pas voorgoed gewekt...

De leuze op mijn baret heeft alles vandoen met de dood van twee Lansiers: ruiter Antoine-Adolphe Fonck was op 4 augustus 1914 de eerste soldaat die sneuvelde in WO I in het dorpje Thimister, kapitein-commandant Baron Camille de Menten de Horne, een dag later, in het plaatsje Plainevaux, de eerste officier. Volgens de heersende militaire mores van toen werd daar strikt onderscheid in gemaakt.

Antoine Fonck was geboren op 10 januari 1893 in Verviers, niet zo ver van de plaats waar hij amper 21 jaar later zou sneuvelen. Een jongen van bescheiden komaf die na de vroege dood van zijn beide ouders door z'n grootmoeder was grootgebracht. Hij begon zijn beroepsloopbaan als magazijnbediende bij de Grand Bazar in Luik. Mede door zijn passie voor paarden neemt hij in 1911 als vrijwilliger voor drie jaar dienst bij de cavalerie. Fonck, met stamnummer 18318, zwaait af in mei '14, maar wordt eind juli alweer onder de wapens geroepen in het kader van de algehele mobilisatie.

Waterloo

Het Tweede Regiment Lansiers is eigenlijk ouder dan België zelf! Het is weliswaar opgericht op 27 oktober 1830 in Namen, bij decreet van het Voorlopig bewind. Maar de kern van het Regiment, bestond uit officieren, onderofficieren en ruiters van het “Regiment Ligte Dragonders N°4” van de Verenigde Nederlanden. Dit regiment nam deel aan de Slag van Waterloo als onderdeel van de Nederlands Cavaleriedivisie tegen Napoleon! in 1830 waren het overgrote deel van de manschappen Belgen.

Het is ironisch dat 2L een eerste keer werd ingezet in Zonhoven tijdens de Tiendaagse Veldtocht tegen de Hollanders in 1831. Aanvankelijk was de eenheid gekazerneerd in Namen, maar in 1885 werd ze overgeplaatst naar Luik. De fortengordel rond Luik was in de 19de eeuw ontworpen als een bolwerk dat bedreigingen uit het oosten moest ontraden, en desgevallend tegenhouden. De Belgische neutraliteit was dan wel op papier gewaarborgd door de internationale garanten, maar algemeen werd gevreesd dat ons land bij een Frans-Duitse confrontatie niet uit de vuurlijn zou kunnen blijven, zoals dat in 1870 wel nog gelukt was.

Luitenant-generaal Leman (wiens naam voor altijd verbonden zal worden aan het heroïsch verzet van Luik) had 2L na de mobilisatie in de zomer van 1914 aangeduid voor verkennings- en waarnemingsopdrachten aan de oostelijke landsgrens in de streek Visé-Luik. Begin augustus werd het regiment in zijn alarmkantonnement geplaatst.

'Mort pour la patrie'

In de ochtend van dinsdag 4 augustus werd het Eerste Eskadron naar Henri-Chapelle gestuurd, in het land van Herve. In Thimister zal het tot een eerste treffen met de Duitsers komen, die om 8 uur de grens zijn overgestoken.

Over wat volgt zijn de verschillende bronnen (vaak hebben zij hun gegevens uit de tweede hand) het niet altijd eens in de details, maar in grote lijnen brengen zij toch allemaal onderstaand relaas. Er is trouwens ook een Duitse bron, die teruggaat op de velddagboeken van het sectiehoofd. Ook die Duitse versie strookt grotendeels met de bekende feiten, al is de voorstellingswijze soms wat al te heroïsch en eenzijdig.

“Drie Belgische Lansiers, brigadier Frère, trompetter Kreit en lansier Fonck, arriveren bij de hoeve Bolsée aan de Chaussée Charlemagne, nu de Nationale 3, die loopt van Luik naar Aken. De boer maakt hen attent op een 'grote grijze vlek' in de verte. Lansier Fonck rijdt in zijn eentje vooruit en steekt de spoorwegbrug over. Daar zijn op dat moment ingenieurs van de plaatselijke steenkoolmijn in allerijl explosieven aan het aanbrengen om te proberen de brug te laten springen. Fonck merkt dan in de verte een handvol Pruisische huzaren. Hij stapt van zijn paard, schoudert zijn geweer en schiet pardoes een tegenstander van zijn rijdier. De Duitsers gaan in de tegenaanval, en komen naderbij. Het paard van Fonck wordt geraakt en zakt ineen. Hij moet te voet verder, vlucht door een greppel en tracht over een heg te klauteren. Op dat moment raakt Feldwebel Müller Fonck met een kogel in de nek. De verwonding is dodelijk. Sommige bronnen voegen eraan toe dat een Duitse ruiter kwam vaststellen of de Belg wel degelijk dood was en hem een bajonetsteek in de borst toebracht. Fonck overlijdt rond 10 uur, amper twee uur na het begin van de vijandelijkheden, op de plaats die bekendstaat als La Croix Polinard. Fonck is de eerste Belgische militair sinds 's lands onafhankelijkheid die sneuvelt bij de verdediging van het grondgebied. Zijn lichaam wordt nog dezelfde middag opgebaard in het Gemeentehuis van Thimister, en twee dagen nadien begraven op de Gemeentelijk Kerkhof. Op de kist een bloemenkrans van zijn verloofde 'A mon fiancé', op zijn graftombe ' Mort pour la patrie'.

De laatste Leopard

Tijdens het vervolg van de Eerste Wereldoorlog neemt het Tweede Regiment Lansiers in de zomer en herfst van 1914 nog deel aan de slag om Luik en aan de verdediging van Antwerpen (le réduit national). Vervolgens zal het voor 45 maanden aan de IJzer ingegraven zijn. Bij het bevrijdingsoffensief in 1918 werd 2L toegevoegd aan een Frans legerkorps. Het onderscheidde zich door stoutmoedige verkenningen door heel West-Vlaanderen en ontving daarvoor als enige Belgische legereenheid het Frans Oorlogskruis!

Het garnizoen verhuisde nogmaals in 1939, dit keer van Luik naar Etterbeek, waar nu nog altijd een “Avenue du deuxième Régiment de Lanciers” is, in de buurt van de voormalige cavaleriekazerne en Rijkswachtkazerne. In 1938 schakelde het cavalerieregiment over op lichte tanks. Tijdens de Achttiendaagse Veldtocht in 1940 kwam 2L in actie in Limburg, Antwerpen en vooral West-Vlaanderen. Het hield er de vermelding “Leie 1940” aan over op de standaard. In 1948 werd 2L heropgericht in Beverlo en uitgerust met Sherman-tanks. In '52 komen de Patton-tanks, in '69 doet de Leopardtank zijn intrede.

Van 1951 tot 1976 was het gelegerd in Euskirchen, nadien in Leopoldsburg. In 1994 fuseert 2L met 4L tot 2/4 L. Zowel 2L als de fusie 2/4 L worden meermaals ingezet in buitenlandse operaties op de Balkan, in ex-Joegoslavië en in Kosovo. In 2010 wordt ook die eenheid opgeheven. De lansiers werden verdeeld over de twee Mediaan Bataljons te Leopoldsburg. Tijdens het 21 juli-defilé van 2014 zal voor de allerlaatste keer een Leopard-tank door de straten van Brussel denderen... Sic transit gloria mundi.

Zinloos?

Antoine Fonck behoort tot de geschiedenis, zijn regiment 2L ook al. Toch blijft het zinvol zijn naam en de gebeurtenissen rond zijn dood te herdenken. Those who do not remember history are condemned to repeat it.

Er wordt nogal eens gesproken over de “zinloze” oorlog die 14-18 zou geweest zijn. Was het allemaal wel de moeite waard? Het antwoord kan niet anders dan 'ja' zijn: de Duitse inval in België was een grove schending van internationale afspraken en verdragen, ons land is toen opgestaan niet alleen om het eigen territorium te verdedigen maar ook en vooral om de internationale rechtsorde te doen respecteren.

Wij hebben daar een ontzaglijke prijs voor betaald, materieel en menselijk, maar uiteindelijk hebben – en dit zijn heus geen holle woorden - Vrijheid en Recht gezegevierd. Daarvoor heeft een jonge Lansier als eerste zijn leven gegeven. Laten we dat vooral onthouden als we zondag 3 augustus in Thimister ruiter Antoine Fonck gedenken...

(Johan De Ryck, journalist VRT Nieuws. Ere-Luitenant , Pelotonscommandant in het Alfa-eskadron van 2 Rgt Lansiers 1979-1980. Met dank aan Ere-Kolonel Paul Bruyninckx, destijds mijn Eskadronscommandant, later de laatste Korpscommandant van 2L, bij wie ik nooit tevergeefs aanklopte.)


* De exacte betekenis en vertaling blijkt overigens niet helemaal vast te liggen: meestal interpreteert men de slagzin als “Sterf als eerste zoals voorheen”, voorheen is dan = ‘zoals uw voorgangers ..’.

Taalkundig kan het echter ook betekenen: “Sterf als eerste én in de voorste linies” . Lansiers stonden/staan nu eenmaal daar waar de eerste klappen vallen en riskeren dus ook al eerste te vallen. Misschien moeten wij die dubbelheid maar koesteren: een korte krachtige leuze die ruimte laat voor interpretatie...