4 augustus 1914: Duitsland valt België binnen

Precies een eeuw geleden viel het Duitse keizerlijke leger België binnen. Het was de eerste oorlog voor ons land sinds 1831, maar toch kwam de invasie niet onverwacht. De gevolgen zouden echter erg zwaar zijn.

Sinds 1831 had ons land geen oorlog meer gekend. Tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870 en 1871 had België wel massaal gemobiliseerd, maar tot een inval was het toen niet gekomen.

In de zomer van 1914 dachten velen dat de storm ook nu wel zou gaan liggen, maar ze hadden beter moeten weten. Al tien jaar eerder was de Belgische overheid op de hoogte gebracht dat Duitsland plannen had om via België Frankrijk binnen te trekken bij een oorlog.

In 1913 had de Duitse keizer Wilhelm II (foto) onze koning Albert I nogmaals gewaarschuwd dat Duitsland onze neutraliteit niet zou eerbiedigen en dat ons land niets kon beginnen tegen een Duitse overmacht.

Daarom had België in 1909 de dienstplicht ingevoerd voor één zoon per familie, in 1913 een algemene dienstplicht. Eerder waren ook grote fortengordels opgericht rond de strategisch belangrijke steden Luik, Namen en Antwerpen om een aanval te ontraden. Toch maakte de regering zich geen illusies: bij een Duitse aanval zou het Belgische leger zich op bevel van koning Albert I terugplooien op de linkeroever van de Maas.

Van crisis tot invasie

In de zomer van 1914 liet de Europese crisis ook België niet onberoerd. Op 31 juli 1914, enkele dagen na het uitbreken van vijandelijkheden tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië, werd in België een algemene mobilisatie afgekondigd. In totaal had ons land nu ruim 200.000 militairen onder de wapens. Aan de westgrens van Duitsland stonden evenwel bijna een miljoen beter uitgeruste Duitse militairen.

Die Duitsers trokken op 1 augustus 's avonds Luxemburg binnen als openingszet op het westelijk front. De dag ervoor had koning Albert I nog een keer een brief geschreven naar de Duitse keizer om hem te vragen alsnog de neutraliteit van ons land te respecteren.

Op 2 augustus om 19 uur ontving de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Julien Davignon een ultimatum: Duitsland vroeg de Belgische regering de toestemming om ongehinderd door ons land naar Frankrijk te trekken. Bij een weigering zou België als een vijand worden behandeld.

Er was nu geen weg meer terug. De Belgische ministerraad, voorgezeten door de koning, besliste zeer duidelijk de Duitse eis af te wijzen en liet dat op 3 augustus 's ochtends weten aan Duitsland. 

Opmars naar Luik en een eerste bloedbad

Om 8.30 uur in de ochtend van 4 augustus 1914 trokken de eerste Duitse eenheden in Gemmenich, nabij Aken, over de grens richting Luik. Om 10 uur viel de ruiter Antoine Fonck (2e Regiment Lanciers) als eerste Belgische soldaat. Om 12 uur vroeg de regering in Brussel steun aan Frankrijk en Groot-Brittannië om de aanval af te weren. 

Het keizerlijke Duitse leger trok snel op tot Visé aan de Maas. Daar vonden ze de brug opgeblazen en werden ze beschoten toen ze probeerden een noodbrug over de Maas aan te leggen. Twee rijkswachters en twee Belgische soldaten en enkele tientallen Duitsers sneuvelden. Uit woede voor die felle weerstand doodden de Duitsers enkele burgers. De dag erop vonden in verscheidene dorpen moordpartijen plaats. In Soumagne werden meer dan honderd burgers vermoord en honderd huizen verwoest. Op 8 augustus werd het stadje Herve platgebrand.

Ook in de omliggende dorpen werden tientallen Belgische burgers gedood, sommigen met de kogel, anderen met het zwaard of met bijlen. Het was een voorafspiegeling van nog meer wreedheden tegen de burgerbevolking die alle verzet moesten ontmoedigen. Visé, Aarschot, Tamines, Dinant en Leuven zouden volgen. Vluchtelingen zouden de gruwelverhalen spoedig verspreiden over de rest van het land. In de avond van 5 augustus begon de Duitse aanval op de Luikse fortengordel met artilleriegeschut. De eerste grote slag, die om Luik, was begonnen.

Intussen had de Britse regering in de avond van 4 augustus Duitsland een ultimatum gesteld: het moest binnen 24 uur België ontruimen, anders zouden beide landen in oorlog zijn. Zo geschiedde: de oorlog in het Westen was nu echt begonnen. 

Het von Schlieffenplan

Een Duitse aanval tegen Frankrijk was niet zo eenvoudig als hij enkel via de Frans-Duitse grens moest verlopen. Op die grens hadden de Fransen nieuwe forten en verdedigingswerken aangelegd. Bovendien verwachtten de Duitsers dat de Fransen langs daar zouden aanvallen. Een nog groter probleem was de dreiging dat Duitsland, als gevolg van het Frans-Russische bondgenootschap, aan twee kanten zou worden aangevallen.

De Duitse stafchef generaal von Schlieffen had daarop een alternatief plan voorgelegd: via een grote boog zou het Duitse leger via België en Luxemburg rond de Franse hoofdmacht trekken en die in de zwakkere noord- en westflank aanvallen. Na een opmars door Zuid-België en Noord-Frankrijk zou Parijs na 40 dagen omsingeld worden en tot overgave worden gedwongen.

Naar schatting zou Frankrijk zo zijn verslagen nog voor het grote, maar inefficiënte Russische leger zich volledig had kunnen mobiliseren. Snelheid was dus essentieel in het von Schlieffenplan. België, met zijn grotendeels vlakke landschap en zijn dichte netwerk van wegen en spoorwegen, was essentieel voor een snelle doortocht van honderdduizenden soldaten.

lees ook