Duitse furie veegde Andenne van de kaart

Al vrij snel na de Duitse inval in België in augustus 1914 vonden er wreedheden plaats tegen de burgerbevolking. Na Visé en andere gemeenten in de provincie Luik bereikte het oorlogsgeweld ook Andenne verderop aan de Maas.

Enkele dagen tevoren hadden Duitse troepen bij wijze van intimidatie het stadje Visé ten noorden van Luik in brand gestoken. De verovering van de fortengordel rond Luik duurde langer dan het Duitse opperbevel had gepland en remde daardoor de opmars naar Frankrijk af. 

Dat leidde tot frustratie bij de troepen en verklaart wellicht ook de wreedheden die in augustus 1914 plaatsvonden en vooral rond Luik. Honderden mensen werden opgepakt en gedood. Anderen werden naar Duitsland gedeporteerd. Honderden huizen werden moedwillig in brand gestoken. 

Op 19 augustus, drie dagen na de val van de laatste Luikse forten, trokken de eerste Duitse troepen Andenne binnen op weg naar de fortenstad Namen. Andenne was een klein industriestadje aan de Maas met ongeveer 8.000 inwoners. De Belgische genietroepen hadden de brug over de Maas in Andenne opgeblazen, maar die werd vrij snel door de Duitsers hersteld (links) en de Duitse opmars richting Namen kon hervatten.

Brand, plunderingen en executies

Op 20 augustus, omstreeks 18 uur, werd er vanuit Seilles, een gemeente aan de overkant van de Maas, geschoten op de Duitse militairen. Door wie is nooit duidelijk geworden. De Duitsers reageerden woedend. Burgemeester Camus van Andenne werd vastgebonden en met een bijl gedood. Dertien burgers, ook vrouwen, meisjes en een baby, werden gedood met kogels en bajonetten.

De dag erop werden Andenne en Seilles ontruimd en geplunderd door de militairen waarna de twee gemeenten in brand werden gestoken. Niet minder dan 240 huizen gingen er in vlammen op.

Die ochtend werden 800 mensen bijeengedreven op de Place des Tilleuls in Andenne waar een Duitse kapitein de mannen van hun families deed scheiden. Tientallen mannen werden daarop gefusilleerd voor het oog van hun vrouwen en kinderen.

In totaal werden in Andenne en Seilles 262 burgers gedood. 

Een groot deel van de plunderingen werd uitgevoerd door dronken soldaten (er was in Seilles een groot depot van dranken), die persoonlijk wraak wilden nemen op de inwoners. De executies en het bevel tot verwoesting van Andenne werd echter van hogerhand gegeven. Terreur was voor de Duitse militairen een aangewezen middel om elk verzet bij de burgerbevolking te breken, ook al is nooit aangetoond dat er ook maar één burger op de Duitsers geschoten heeft.

En ook hier was het de bedoeling om de bevolking te ontraden om verzetsacties te plegen. Na de oorlog werd niemand ter verantwoording geroepen, evenmin in de andere martelarensteden van 1914. Ook dat heeft het anti-Duitse gevoel voor generaties versterkt.

Macabere "Wiedergutmachung" een week later

Een week na de feiten liet de nieuwe Duitse bevelhebber van de stad weten dat hij overtuigd was van de onschuld van de meeste inwoners. Hij nodigde de religieuze en stedelijke vooraanstaanden die avond uit op "een festival van de verzoening". Het macabere banket op het plein waar de meeste doden waren gevallen, werd opgeluisterd door een militaire kapel en wijst er op dat sommige Duitsers zelf begonnen te twijfelen dat er burgers hadden geschoten.

Andenne was het enige geval van een Belgische martelarenstad waarvoor na de oorlog door het Duitse gerecht een onderzoek werd ingesteld. Dat proces ging uiteindelijk niet door.

Ook dat heeft het anti-Duitse gevoel voor generaties versterkt. In 2001 wilde de burgemeester van Andenne Duitsland een schadevergoeding vragen van 625.000 euro voor elk van de omgekomen inwoners.

lees ook