Hoera, nazomer! - Cathérine Ongenae

De hemel geeft een kleurenconcert, de wolken lijken opgeklopt eiwit, parelmoerig glanzende merengues die verkruimelen als je er je tanden in zet. In de ochtend- en de avondlucht ontwaar je de eerste vochtige kilte. Er hangt iets in de lucht. Iets nieuws. Met de eerste prikkelende nachtkou begint de mooiste periode van het jaar.

Ik tik deze lijnen in vibrerend framboos, mijn nagels kregen de kleur van tot barstens toe gerijpte bessen. De nazomer maakt me frivool. Ik voel me vrolijker dan anders, trek lachend mijn winterlaarzen aan. Straks gaan we naar een buitenfeest, en dansen we in de regen. Ik streel in gedachten de konijnenbonten kraag van mijn parka en probeer te onthouden dat we brandhout voor de winter moeten bestellen.

Ik wil gaan wandelen langs de geschoren velden, op balen hooi klimmen en kijken naar de wattige dotten die het hemelgewelf versieren. Zuurstof tappen. Over een dikke maand gaan we appels plukken waar we dan een winter lang van zullen eten. Ik haal de inmaakpotten uit de kast en zoek recepten voor chutney, confituur en gepekelde radijzen.

De verandering van seizoenen, ik geniet ervan. Misschien wel meer dan van de seizoenen zelf. Ze hebben allemaal hun specifieke tot dromerige lyriek inspirerende eigenschappen, maar geen enkele periode vermag wat de tweede helft van augustus doet. Al zolang ik me kan herinneren, is dit een tijd van enthousiasme en anticipatie. Kwart voor school noemt men deze periode in lerarenjargon. Ik kon niet wachten tot het zover was.

Fictieve avonturen

Of ik dan zo graag naar school ging? Ik ging vooral graag terug naar school. Het was iets om naar uit te kijken. Ik heb altijd gedacht dat de simpele reden voor dit sentiment was dat ik van nieuw houd. Verse boeken, scherpe potloden, een vlekkeloze gom. Niets dat zo beloftevol ruikt als maagdelijke schriften, niets zo uitnodigend als een onbeschreven blad papier.

Afgelopen zomer realiseerde ik me dat de echte reden dieper ligt. Het gebeurde aan zee, terwijl ik bij de slager stond. Het regende pijpenstelen, en ik wachtte mijn beurt af. Voor mij stond een gezin. Vader, moeder, twee kinderen, een meisje en een jongen van pakweg vijf en drie. Behalve de stemmen van de slagersjongens die bestellingen opnamen en het vallen van de regen was het stil. Stilte voor de storm, zo bleek. Plots ging de vader het meisje te lijf en schudde haar ruw door elkaar. De winkel schrok op. Uit zijn verwijten maakte ik op dat ze te dicht bij de toonbank stond. Ik vond zijn ergernis buitenproportioneel. Het kind begon geschrokken te wenen. Binnen in mij huilde een ander meisje met haar mee.

Mijn nostalgische beeld van eindeloze zomers, tot dan een diavoorstelling van ijsjes, crêpepapieren strandbloemen en roestige fietskarren, ruimde plaats voor iets anders. In tegenstelling tot de belofte van vrijheid was de zomervakantie een periode waarin ik weinig vrienden zag. Op straat spelen was ongehoord, internet bestond nog niet. De regel was thuis blijven, maar thuis zijn was niet leuk.

Ik herinnerde me de eindeloze dagen die bol stonden van verveling omdat ik mijn jongere broers en zus moest entertainen. Ik stal tijd. Verborgen op mijn kamer las en herlas ik Mark Twain's avonturen van Tom Sawyer en Huckleberry Finn, en Enid Blyton's De Vijf. Ik ging op in de vrijheid van fictieve personages, hapte naar de zuurstof die die boeken uitstraalden. Maar ondanks het literaire escapisme en het tiendaagse scoutskamp waar ik mijn zin voor avontuur kon wel uitleven, versmalde mijn leven tijdens de zomermaanden mentaal tot een kamertje zonder ramen waarin een dikke ongrijpbare bromvlieg tegen een lamp zoemde. Voor mij kon het niet snel genoeg september zijn.

Opluchting

Dat de zomer voor alle kinderen een zorgeloze periode is, is een illusie. Voor sommigen zijn de zomermaanden hels. Wie zich niet veilig of gekoesterd weet in zijn eigen nest, vaart wel bij een routine van school en buitenschoolse activiteiten. Niet alleen omdat dat goed is voor de geestelijke ontwikkeling, maar omdat het nog beter is voor het sociaal welzijn en de emotionele gezondheid. Al was het maar omdat kinderen in een min of meer evenwichtige omgeving zoals een school misschien niet door elkaar worden geschud, of omdat ze bij de jeugdbeweging of een andere hobby in groep misschien niet het gevoel krijgen dat ze in de weg lopen. Al was het maar omdat ze relaties leren opbouwen met leeftijdsgenoten, of omdat er meer kans is dat een (jong)volwassene hun kwaliteiten opmerkt, hun vonkjes talent aanwakkert en voedt tot er een duurzaam vuurtje brandt.

Er zijn van die momenten dat de puzzel van je leven in elkaar valt en je helder ziet wie je bent en waar je vandaan komt. Dat je je realiseert wat voor noodzakelijke uitlaatklep literatuur en schrijven voor je zijn, waarom je een beklemmend gevoel krijgt als anderen je leven proberen dirigeren, waarom je zonder mentale zuurstof niet functioneert.

Nu september er weer aankomt samen met dat kwispelende gevoel van een hondje dat weet dat het zo naar buiten mag, besef ik dat ik eigenlijk opluchting ervaar. Ook al zijn de zomers lang niet meer zo verstikkend, zo ben ik blijkbaar geprogrammeerd.

Boeken en jeugdbeweging maakten mijn jeugd leefbaar. Ik kan dus alleen maar vurig hopen dat het mogelijk blijft om inspirerende boeken te maken, dat men kinderen blijft aansporen tot lezen en samen spelen, dat jeugdbewegingen er voor alle kinderen zullen zijn en niet alleen voor een elite. Verbeelding, verhaal en spel, uiterlijk lijken het simpele en niet bepaald nuttige begrippen. Maar vergis u niet: het zijn onmisbare bouwstenen voor een samenleving. Bouwstenen die levens kunnen redden.

(Cathérine Ongenae is antropoloog, freelance journalist en columnist.)

 

lees ook