"Wij zijn zowat overal, behalve op Antarctica"

Voor de Commonwealth War Graves Commission, die de begraafplaatsen onderhoudt van de Gemenebestslachtoffers tijdens de twee wereldoorlogen, zijn het drukke tijden. Maar wie zijn ze, en wat doen ze precies? Deredactie trok naar hun Belgische kantoor in Ieper.

Dit is het eerste deel in een reeks van drie over de Commonwealth War Graves Commission (CWGC) en haar werk. Morgen belichten we specifiek de taak van de tuinmannen, en vrijdag die van de graveerders. Hoe zorgen zij ervoor dat alles piekfijn in order blijft?

En mocht u zelf eens willen gaan kijken, het kan. De CWGC houdt komende zaterdag tussen 10 en 16 uur een speciale opendeurdag op de begraafplaats van Saint-Symphorien in Bergen, met een onder meer gidsbeurten en demonstraties.

"De Commonwealth War Graves Commission (CWGC) zorgt ervoor dat 1,7 miljoen mensen die het leven lieten tijdens de twee wereldoorlogen nooit vergeten zullen worden. We onderhouden begraafplaatsen en gedenktekens op 23.000 verschillende plaatsen in 153 verschillende landen. Onze waarden en doelen kregen vorm in 1917 en zijn nu, bijna 100 jaar later, nog altijd even relevant." Zo staat het te lezen op de website van de Commissie

Een onopvallend rijhuis in de Elverdingestraat in Ieper, maar het bordje op de gevel is duidelijk: hier heeft de CWGC haar Belgische basis. We worden verwelkomd door Christine Connerty, Administration Supervisor (foto rechts), en Sanna Joutsijoki (links), die het 14-18-project rond honderd jaar Eerste Wereldoorlog coördineert.

"Ik denk dat we zowat overal te vinden zijn, behalve op Antarctica", zegt Sanna Joutsijoki. De lijst oogt indrukwekkend en gaat van Albanië over IJsland en Samoa tot Zimbabwe. Cijfers in de verschillende kolommen tonen het aantal geïdentificeerde en niet-geïdentificeerde slachtoffers uit het Britse Gemenebest die er begraven liggen of herdacht worden, en het aantal begraafplaatsen.

Voor België lopen de cijfers hoog op: ons land telt 618 verschillende plaatsen waar de gesneuvelden van het Gemenebest begraven liggen en die onderhouden worden door de CWGC of hun partners, waaronder Tyne Cot Cemetery, de grootste Commonwealth begraafplaats ter wereld. Ruim 205.000 oorlogsslachtoffers worden er in België met naam herdacht.

Tuinman, smid, graveerder of metser

Nu de "France Area" en de "Northern Europe Area" van de CWGC administratief samensmelten tot de Western Europe Area, zal het kantoor in Ieper nog aan belang winnen en de dingen coördineren voor een groot deel van West-Europa. Vanuit Ieper wordt bijvoorbeeld ook de werking in Nederland, Duitsland en Polen gestuurd.

Het personeel telt 3 categorieën, legt Christine Connerty uit: bureaupersoneel, hoveniers en mensen van de bouwafdeling. Wereldwijd telt de CWGC 1,200 personeelsleden, voor België zijn er dat ongeveer 210.

"We zijn een belangrijke werkgever in de streek", zegt Connerty. De meesten werken als hovenier (zowat 138), daarna volgt de bouwafdeling met 40 mensen (metsers en graveerders, smid, schilder en schrijnwerker), en er werken een 30-tal mensen in de administratie. Het getal van 210 is inclusief de tuinmannen voor Nederland en Duitsland.

Vroeger werkten er best wel veel Britten bij de Belgische tak van de CWGC, maar in de loop der jaren is hun aantal verminderd.

Speurwerk

"De mensen uit de bouwafdeling onderhouden de structurele oude bouwelementen", zegt Connerty. "Denk aan de registerkastjes aan de ingang van de begraafplaatsen, de ijzeren poorten, de muren en de grafstenen. Zo hebben we 4 automatische graveermachines in onze vestiging in Beaurains, Frankrijk. We hebben ook inspectieteams die rondgaan op de begraafplaatsen en oplijsten wat wanneer aan onderhoud of herstelling toe is, onze technical supervisors."

Het onderhoud gebeurt constant. En bovendien komen er ook vandaag nog nieuwe graven bij, zoals in Polen, waar 39 Britse soldaten die overleden in krijgsgevangenschap een nieuw CWGC-perk op een bestaande begraafplaats krijgen. Een taak voor de CWGC. "Zo zie je dat onze taak nooit stopt. Op de website hebben we een oproep gedaan aan familieleden van de overledenen, en respons gekregen. Op de ceremonie die op 16 mei 2014 plaatsvond, waren twee broers aanwezig, neven van een van de slachtoffers. Ons werk maakt echt een verschil voor de families."

Ook in Ploegsteert is de CWGC met een project bezig. "We regelen er de begrafenis van 6 Britse soldaten die er gevonden werden." Daar gaat eerst heel wat speurwerk aan vooraf om de precieze identiteit van de slachtoffers te achterhalen.

Bloemenkransen en foto's

Naast de begraafplaatsen zelf en het onderhoud, speelt de CWGC ook een sociale rol. Ze is een contactpunt voor nabestaanden van oorlogsslachtoffers die specifieke informatie willen opvragen, of pakweg een bloemenkrans willen laten neerleggen of een foto zouden willen van een begraafplaats.

Niet alles kunnen ze zelf doen; voor de foto's wordt samengewerkt met vrijwilligers via de War Graves Photographic Project.

De CWGC werkt bijna uitsluitend op government funding. De overheidssubsidies komen vooral uit het Verenigd Koninkrijk (78 procent). Ook Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en India zijn partnerregeringen die een bijdrage leveren.

De tijden veranderen, maar de taak blijft dezelfde

De 100-jarige herdenking van de Groote Oorlog is een extra kans voor de Commissie om zich in de kijker te plaatsen de komende jaren. Op 23 augustus houdt ze een "Open Day" of opendeurdag op de bekende begraafplaats Saint-Symphorien in Bergen. "We zullen er vertellen over ons werk, over de geschiedenis, de hoveniers, de steenkappers enz. Het is de eerste keer dat we dit in België doen voor het publiek. We hopen dat er ook veel Vlamingen komen."

Het betekent ook dat we ons werk zoveel mogelijk op voorhand doen, om alles piekfijn in orde te hebben voor 14-18." Zo worden er ook infopanelen geplaatst met specifieke achtergrondinformatie, op zo'n 65 van onze begraafplaatsen en monumenten in België. Er zijn ook al twee trails, met de bedoeling om mensen meer en andere, minder bekende begraafplaatsen te laten ontdekken dan pakweg Tyne Cot. "Eén trail loopt van Bergen naar de Marne, om de mensen naar onze sites in België en Frankrijk te leiden," zegt Sanna Joutsijoki.

Overigens wordt de organisatie in 2017 zelf 100 jaar. "De tijden veranderen misschien, maar wij werken nog steeds volgens de principes van toen", zegt Connerty. "Onze taak is dezelfde van toen, en is nog even belangrijk."