De dodelijkste dag van de Grote Oorlog

In het dorpje Rossignol in Belgisch Luxemburg, in de buurt van Virton, liggen 2 Franse militaire begraafplaatsen. Op het eerste gezicht zien ze er niet ongewoon uit, tot je nader toekijkt. Op de graven van 3.391 soldaten staat maar een enkele datum: 22 augustus 1914. En zo zijn er in de streek, de Gaume, nog meerdere begraafplaatsen. Het zijn de stille getuigen van een van de verschrikkelijkste dagen van de Eerste Wereldoorlog.
Franse militaire begraafplaats in Rossignol.

Het is heet vroeg die ochtend van 22 augustus 1914 en er hangt nog een dichte mist. Ten noorden van Rossignol, aan de rand van het grote bos van Neufchateau, botsen Fransen en Duitsers op elkaar.

Aan beide kanten staan zo’n 20.000 soldaten. Op de smalle wegen van de streek vormen ze kilometerslange colonnes. De Duitsers rukken vanuit Neufchateau door het bos op naar Rossignol. De Fransen hebben vroeg die ochtend de grens en de Semois overgestoken, en marcheren door open veld en weiden naar het dorp. Beide partijen zijn verrast als ze op elkaar stuiten.

Als de mist optrekt, beseffen de Duitsers dat ze tegenover een grote Franse troepenmacht staan. Ze nemen snel defensieve posities in aan de rand van het bos, langs de enige doorgangsweg, gebruikmakend van alle mogelijkheden die het terrein biedt. Ze plaatsen hun kanonnen op hoogtes rond Rossignol, vanwaar ze de Fransen die nog toestromen, goed kunnen observeren en bestoken. In het Duitse leger mochten lagere officieren zelf initiatief nemen, waardoor men zich snel aan nieuwe situaties kon aanpassen.

Door een gebrekkige verkenning en een slechte doorstroming van informatie, denkt de Franse legerleiding nog altijd dat ze maar tegen een kleine troepenmacht staat en geeft het bevel om verder op te rukken en aan te vallen, met de bajonet op het geweer.

De verlamde generaal

De Franse soldaten, met hun dieprode broeken, zijn een makkelijk doelwit. De blinde aanval tegen de verdekt opgestelde Duitse mitrailleurs en schutters mondt uit in een bloedbad. De Franse soldaten worden neergemaaid. Maar het bevel komt om verder aan te vallen. Aanvallen tot het uiterste was de kern van het Franse militaire denken bij het begin van de oorlog. Door hun moed, snelheid en roekeloosheid zouden de Franse soldaten een zelfs superieure tegenstander de baas kunnen.

De prijs die daarvoor betaald werd, was zeer hoog, in Rossignol en overal elders waar men dit probeerde nadien. Tegen 10 uur is 1/3 van de Franse soldaten al buiten strijd. En dan treden de Duitse kanonnen in werking. Ze schakelen de Franse kanonnen snel uit en zaaien dood en vernieling bij de Franse troepen die in het dorp blijven toestromen. Het bombardement gaat de hele dag door.

De zenuwen van de bevelhebber van de Fransen, generaal Raffenel, kraken. Hij stort in, zal in de vroege namiddag verdwijnen, en wordt een dag later dood teruggevonden. Het is niet duidelijk of hij zelfmoord heeft gepleegd of neergeschoten is. Het Franse leger is sterk hiërarchisch georganiseerd, het bevel moet van het hoogste niveau komen, lagere officieren zijn niet gewoon om zelf initiatief te nemen. Niemand neemt het over van de generaal en de organisatie van de Fransen valt helemaal uit elkaar.

Tegen het einde van de dag tellen de Fransen in Rossignol zo’n 7.000 doden, de meesten zijn ’s ochtends gevallen op een slagveld dat amper twee voetbalvelden groot is.

De dodelijkste dag

Niet alleen in Rossignol werd die dag gevochten, maar op nog zeven andere plaatsen in Belgisch Luxemburg, ook in Henegouwen in de buurt van Charleroi, en nog aan de Frans-Duitse grens. Op een frontlijn van 400 kilometer lang stonden 600.000 Franse soldaten tegenover minstens evenveel Duitse. Nooit eerder in de geschiedenis stonden zoveel mannen tegenover elkaar.

Aan Franse kant vielen 27.000 doden, zoals de vele Franse militaire begraafplaatsen in Belgisch Luxemburg getuigen. 22 augustus 1914 werd zo de dodelijkste dag in de Franse geschiedenis.

De Fransen beten die dag bijna overal in het zand, maar ook de Duitse verliezen waren zwaar: 14.000 doden. Met 41.000 doden werd 22 augustus 1914 de meest dodelijke dag tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de vier jaar nadien vielen nooit meer zoveel doden op één dag.

De Duitsers waren zo geschrokken door hun verliezen dat ze op 23 augustus een rustdag inlasten. Het liet de overblijvende Fransen toe om zich terug te trekken en te reorganiseren. Zo kon uiteindelijk een paar weken later de Duitse opmars aan de Marne worden gestuit.

Kleine dorpen betalen zware prijs

In Rossignol verscholen de Fransen zich op het einde van de dag in de huizen van het dorp. Volgens de Duitsers hadden de burgers met de Fransen samengespannen. 117 burgers van Rossignol werden in de dagen nadien omgebracht. In het dorpje Ethe nog meer. Alles samen betaalden in Belgisch Luxemburg bijna 1.000 burgers de prijs van de Duitse represailles.

Een eervolle dood

Pas halfweg 1915 begon de Franse regering aan de legertop cijfers op te vragen over de verliezen. In de loop van de oorlog kreeg spaarzaam omgaan met de soldaten meer aandacht. Niet omwille van een groeiend respect voor een mensenleven, wel omdat men zuinig wou omspringen met mannen, net zoals met alle andere middelen: munitie, kanonnen, tanks, voertuigen...

Zoals in alle tijden, veroorzaakte elke dood pijn en verdriet, maar in een tijd waarin de sterftecijfers nog veel hoger lagen en in grote gezinnen veel kinderen nooit de volwassenheid haalden, werd dit anders beleefd. En, al kunnen wij ons dat nu amper inbeelden, sterven voor het vaderland was zeker toen nog, een eervolle dood, waaruit de nabestaanden ook vaak trots en fierheid haalden.

Meer weten?

De Franse historicus Jean-Michel Steg haalde het verhaal dat ook in Frankrijk vergeten was van onder het stof: Le jour le plus meurtrier de l’histoire de France, 22 août 1914. Parijs, 2013.

In Rossignol en ook Anloy zijn langs het slagveld wandelingen uitgestippeld. Hier kunt u daarover meer informatie lezen.

lees ook