De Slag om de Ardennen: Franse elan delft onderspit

Het Ardennenoffensief, the Battle of the Bulge of het Von Rundstedt-offensief: de Slag om de Ardennen die aan het einde van WO II werd uitgevochten, kent vele namen en is uitvoerig beschreven. Dat ook WO I een Slag om de Ardennen heeft gekend, behoort dan weer minder tot het collectieve geheugen. Stonden de Britten en de Amerikanen in 1944 oog in oog met Nazi-Duitsland, dan waren het in 1914 de legers van Frankrijk en het Duitse keizerrijk die elkaar in de Ardennen troffen.

De Slag om de Ardennen werd uitgevochten op 22 augustus 1914 en maakte deel uit van de grotere Slag der Grenzen. Die laatste omvatte een reeks veldslagen die halfweg augustus in Lotharingen op de grens tussen Frankrijk en Duitsland was begonnen en vervolgens als een golf vanuit het zuidoosten naar het noordwesten trok.

De Slag der Grenzen was tegelijk een slag tussen twee aanvalsplannen: het Duitse Schlieffenplan om Frankrijk via een boog door België aan te vallen en het Franse offensieve Plan XVII onder meer gericht op het heroveren van Elzas en Lotharingen die na de Frans-Pruisische oorlog van 1870 aan Duitsland waren afgestaan.

"Een geheimzinnig, donker woud vol verschrikkingen"

Aanvankelijk leek het Franse leger aan de winnende hand toen het op 15 augustus Lotharingen binnentrok en daar op weinig of geen weerstand botste. Die vlotte intrede was echter een list opgezet door het 6e en 7e Duitse leger dat de Fransen eerst vijandig gebied binnenlokte om vervolgens zelf het offensief in te zetten en de tegenstander terug te dringen.

Ondanks deze nederlaag bleef de Franse opperbevelhebber van het leger generaal Joseph Joffre (kleine foto) het Plan XVII trouw en beval hij op 20 augustus de aanval in de Ardennen die op 22 augustus zou plaatsvinden. Joffre meende dat het Duitse leger op die plek zwak stond en vrij makkelijk kon worden verslagen. Rapporten van Franse verkenners die de streek in de dagen voordien hadden doorkruist, sterkten hem in die overtuiging. Zij hadden weinig of geen sporen van de vijand opgemerkt.

Nochtans waren (en zijn) de Ardennen een gebied weinig geschikt voor een offensief. Het land is bebost, heuvelachtig en onregelmatig van profiel. De steilste hellingen bevinden zich bovendien langs Franse zijde. Tussen de heuvels lopen voorts talloze diepe riviertjes. Niemand minder dan Julius Caesar beschreef de Ardennen ooit als “een geheimzinnig, donker woud vol verschrikkingen met modderige paden en gehuld in een eeuwige uit de kleine moerassen opstijgende nevel”.

Daarenboven was de vijand wel degelijk in de buurt. Enerzijds onder de vorm van het 4e Duitse leger onder leiding van hertog Albrecht von Württemberg, anderzijds met het 5e Duitse leger onder leiding van kroonprins Wilhelm (kleine foto), de zoon van de Duitse keizer.

Dankzij verkenningsvluchten boven de Ardennen waren zij goed op de hoogte van de grote troepenbewegingen die de Fransen maakten. Ook die laatsten hadden 2 legers ter plekke: het 3e Franse leger onder leiding van generaal Pierre Ruffey en het 4e Franse leger onder leiding van generaal Fernand de Langle de Cary.

De dodelijkste dag

Op de ochtend van 22 augustus 1914 waren de Ardennen in een dichte mist gehuld. Ter verkenning stuurden de Fransen cavaleriesoldaten uit, maar zij hadden evengoed geblinddoekt kunnen zijn.

Ook de Franse en Duitse legers die naar elkaar oprukten, zagen geen hand voor ogen. Tot ze elkaar welhaast letterlijk tegen het lijf liepen. De Duitsers brachten hun artillerievuur in sneltempo in gereedheid en maakten handig gebruik van de oneffenheden van het terrein. De Fransen vielen bij bosjes.

Alles samen werd op 8 verschillende plaatsen gevochten. De Franse artillerie faalde volledig en elk offensief tegen de Duitsers werd neergeslagen.

De verliezen waren dan ook enorm. In het dorpje Rossignol alleen al, sneuvelden die dag 7.000 Franse soldaten. Alle gevechten van 22 augustus 1914 samen, kostten liefst 27.000 Fransen het leven. Dat maakt deze dag tot de dodelijkste in de hele Franse geschiedenis.

Langs Duitse zijde stierven zo'n 14.000 soldaten. Dat bracht het totaal op 41.000 doden. Op geen enkele andere dag tijdens WO I vielen méér doden op 24 uur.

"De Grote Terugtocht"

Tegen de avond van 22 augustus werd duidelijk dat de Franse aanval op het Duitse leger in de Ardennen op een fiasco was uitgedraaid. De vijand bleek in het gebied helemaal niet kwetsbaar. Het élan waarop het Franse leger zo trots was, had het moeten afleggen tegen een goed georganiseerd en methodisch Duits leger dat zich gesterkt met veldgeschut had ingegraven.

De volgende dag lasten de Duitsers een rustmoment in, zo fel waren ze door hun verliezen geschrokken. Het bood de beide Franse legers de kans de aftocht te blazen. Het 3e leger trok zich terug in de richting van Verdun, het 4e in die van Stenay en Sedan.

Ondanks de verliezen weigerde Joffre de nederlaag toe te geven. Hij stelde dat het offensief slechts tijdelijk was opgehouden en dat hij alles zou doen om de poging te hernieuwen.

Intussen waren in de Slag der Grenzen ook nabij Charleroi en Bergen gevechten uitgebroken waar respectievelijk het 5e Franse leger en de British Expeditionary Force het 2e en 3e Duitse leger probeerden af te slaan, met weinig succes. Alle Franse legers waren nu teruggedreven en begonnen aan “De Grote Terugtocht” naar het zuidwesten. Daar werden ze gehergroepeerd ter voorbereiding van de 1e Slag om de Marne (kleine foto) enkele dagen later.

Meer weten?

KEEGAN (J.). "De strijd aan de grenzen en aan de Marne", in: De Eerste Wereldoorlog. 1914-1918. 1998, Balans/Van Halewijck, pp. 84-155.

TUCHMAN (B.). "Ineenstorting: Lotharingen, Ardennen, Charleroi, Bergen", in: De kanonnen van augustus. 2000, De Arbeiderspers, pp. 337-378.

lees ook