Steden verwoesten ondermijnt de overwinnaar

De brand van Leuven in de zomer van 1914 is helaas geen alleenstaand feit. In de loop van de geschiedenis zijn massale plunderpartijen schering en inslag geweest, maar wie zich er schuldig aan maakt, haalt er doorgaans weinig voordeel uit.

Leuven deelt de trieste vermelding "martelarenstad van 1914" met Visé, Andenne, Dinant en Tamines-Sambreville in Wallonië en met de Vlaamse steden Aarschot en Dendermonde. Ook andere steden en dorpen in ons land werden in de zomer van 1914 met massale plunderingen, verkrachtingen en moordpartijen geknecht.

Al die gruweldaden waren niet het gevolg van losgeslagen Duitse soldaten zoals op het einde van de oorlog, maar maakten deel uit van een bewuste strategie van de "Oberheeresleitung" om verzetsdaden in bezet België te ontraden. Veel van dat was een reactie op het verzet van "franc-tireurs" tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871.

Het moet gezegd: het werkte, want zeker na de brand van Leuven kwam er geen gewapend verzet meer van burgers tegen de Duitse troepen, anders dan tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De verwoesting keerde evenwel als een boemerang terug in het gezicht van de Duitsers, toen de geallieerde oorlogspropaganda massaal inzette op "the rape of brave little Belgium". De verwoesting van de Leuvense universiteitsbibliotheek werd uitgespeeld als "een voorbeeld van Duitse barbarij" en "de reden waarom we met de Hunnen (Duitsers) in oorlog zijn". Ook in neutrale landen zoals de VS -pas in 1917 in de oorlog- leidde het drama in Leuven tot enorm imagoverlies voor Duitsland.

Van Troje tot Sarajevo

Karma bestaat en dat wisten de oude Grieken blijkbaar ook al. Als je de "Ilias" en de "Odyssea" van Homeros leest, zal je merken dat de Griekse overwinnaars zoals Agamemnon en Odysseus niet veel plezier beleefden aan de verwoesting van Troje. Ook Romeinse schrijvers en denkers merkten "een verloedering van de oude zeden" op na de verwoesting van aartsrivaal Carthago in 146 voor Christus.

Dichter bij ons werden de Spaanse Furie in Antwerpen in 1576 (links) en  het "Bombardement van Brussel" op 13, 14 en 15 augustus 1695 (boven) door de Franse troepen in heel Europa als een oorlogsmisdaad beschouwd. De Franse artillerie zette toen het middeleeuwse Brusselse stadscentrum in de vlammen. Op het stadhuis en het Broodhuis na, ziet u vandaag op de Grote Markt in Brussel prachtige gildehuizen die kort nadien werden gebouwd. Het imago van Lodewijk XIV in Europa daalde daarop snel en zelfs paus Innocentius XII liet zijn afkeuring blijken. Zelfs Franse generaals waren verbijsterd door het bloedbad.

Evenzeer haalde het Duitse keizerrijk geen voordeel uit de "Brand van Leuven" tussen 26 en 29 augustus 1914. De imagoschade van Duitsland bleef tot lang na de oorlog duren en werd pas overschaduwd door wreedheden zoals de holocaust in de volgende wereldoorlog.

In die Tweede Wereldoorlog zouden tapijtbombardementen op dichtbevolkte steden om de vijand tot overgave te dwingen, helaas een onderdeel van de oorlogsstrategie worden. Zo capituleerden Polen en Nederland in 1940 na hevige bombardementen op Warschau en Rotterdam, waarbij veel burgers omkwamen. Minder succesvol was het bombardement van steden zoals Londen en Coventry, die de Britse weerstand blijkbaar alleen versterkten. 

Overigens maakten ook de geallieerden zich daar schuldig aan, zoals de verwoesting van Duitse steden als Dresden aantoont evenals die van Tokio en de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki in 1945.

Dichter bij ons is de Bosnische oorlog in de herinnering gegrift met het jarenlange beleg van Sarajevo (1992-1995, links) en de moordpartij op duizenden moslims in Srebrenica door Servische milities in 1995. Dat laatste leidde tot de interventie van de NAVO en de uiteindelijke nederlaag van de Serviërs.

Recht en onrecht

Anders dan na 1945 werden er na de Eerste Wereldoorlog geen Duitse politieke of militaire leiders ter verantwoording geroepen voor wreedheden begaan tijdens de bezetting. De verwoesting van Leuven bleef dus ongestraft, behalve dan dat een zware smet op het Duitse blazoen was achtergebleven die nog generaties zou blijven hangen.

Na de Tweede Wereldoorlog stonden Duitse leiders in Nürnberg, maar ook op andere processen, wel terecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Uiteindelijk zou de bescherming van burgers in oorlogstijd pas echt in het internationaal recht worden ingeschreven in de Vierde Conventie van Genève in 1949 en de Verklaring van de Rechten van Mens van de Verenigde Naties uit 1950. 

Recente gruweldaden hebben aanleiding gegeven tot speciale rechtbanken voor de vervolging van oorlogsmisdadigers in Rwanda en het vroegere Joegoslavië. Pas sinds 2002 is in Den Haag het Internationaal Strafhof actief dat dergelijke vergrijpen wereldwijd kan vervolgen als de betrokken rechtssystemen dat zelf niet doen. Zelfs voormalige presidenten zoals Charles Taylor uit Liberia en Laurent Gbagbo uit Ivoorkust ontsnappen daar niet aan.

Na een aantal opmerkelijke processen lijkt het erop dat krijgsheren en oorlogsleiders in het algemeen zich wat omzichtiger beginnen te gedragen. Vooruitgang in menselijkheid gebeurt blijkbaar traag en vaak over de rug van onschuldige slachtoffers heen. "Wie goed doet, goed ontmoet", is blijkbaar nog niet overal doorgedrongen.

lees ook