F-35: anatomie van een miskoop - Dieter Vandebroeck

De afgelopen week was er heel wat te doen omtrent de plannen van Defensie om maar liefst veertig gloednieuwe gevechtsvliegtuigen aan te schaffen. Hoe de federale overheid dramatische besnoeiingen in gezondheid, onderwijs en cultuur tracht te rijmen met één van de grootste militaire uitgaven uit de recente geschiedenis blijft voor velen een mysterie.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Onbegrip maakt echter snel plaats voor ongeloof, wanneer we één van de favoriete kandidaten voor de vervanging van de huidige F-16’s, de “hypermoderne” F-35, van naderbij bestuderen. Gegeven het exorbitante prijskaartje van de F-35, loont het immers om eens te gaan kijken naar wat de belastingbetaler voor zijn geld mag verwachten (spoiler: niet veel).

Een hightech zakmes

De F-35 of “Joint Strike Fighter” (JSF) is een toestel dat letterlijk álle rollen van een gevechtsvliegtuig moet vervullen. Van luchtgevechten en precisie-bombardementen tot het ondersteunen van grondtroepen, de F-35 kan het allemaal, althans volgens fabrikant Lockheed-Martin (LM). Die ontwikkelde de JSF op vraag van het Pentagon dat één toestel zocht dat zou voorzien in de uiteenlopende (en weinig compatibele) behoeften van de drie takken van het Amerikaanse leger: de luchtmacht, de zeemacht én de mariniers. De F-35 moest met andere woorden een hightech equivalent van het Zwitserse zakmes worden, namelijk één stuk gereedschap dat een veelheid van functies in een elegant design verpakt.

En net daar knelt het schoentje, want zoals elke gebruiker van zo’n zakmes weet: het kan veel verschillende dingen, maar het doet die allemaal betrekkelijk slecht. De zakmes-idee laat zich al aflezen aan het eigenlijke ontwerp van de JSF. Je hoeft geen expert in aerodynamica te zijn om te zien dat de F-35 verre van het slanke profiel heeft van zijn voorgangers, de F-16 of de F-18.

Die vreemde looks hebben ondermeer te maken met het feit dat de romp een complexe motor huisvest die het toestel toelaat om verticaal op te stijgen en te landen (een vereiste voor de Amerikaanse Mariniers). Resultaat: een dikke romp, korte vleugels en een gemiddelde snelheid en wendbaarheid die ver onder die van de huidige F-16 liggen.

En dat is niet de enige toegeving in het ontwerp. Zo wordt er sterk geïnvesteerd in de “stealth”-capaciteiten van het toestel, oftewel de onzichtbaarheid voor vijandige radar (een “must” voor de Amerikaanse luchtmacht). Hoewel de hele stealth-technologie op vrij dubieuze aannamen steunt, heeft deze belangrijke implicaties voor het ontwerp. Zo mag de F-35 geen enkele uitstulping hebben die radargolven kan weerkaatsen, zoals externe brandstoftanks of bewapening. Resultaat: het toestel zeult een fractie van het wapentuig van de F-16 mee en dat met een fractie van diens bereik.

Bang voor bliksem

De situatie binnenin het toestel is al niet veel beter. Waar de cockpit van de F-16 een volledig 360°-blikveld biedt, wordt het achteruitzicht in de F-35 belemmerd door…diezelfde motor. Geen nood: LM biedt een “elegante” oplossing voor dit probleem in de vorm van een hightech helm, die de piloot toelaat om via videocamera’s “door” het toestel te kijken. Geschatte kostprijs per helm: 439 000 euro.

De cockpit zelf is even hightech: oubollige meters en knoppen worden vervangen door gladde “touch-screens”, aangedreven door software die, zo pronkt de fabrikant, uit acht miljoen lijnen programmeercode bestaat. Dat is niet zó imposant als u weet dat het besturingssysteem van de doorsnee PC al snel tien keer zoveel code telt. Probleem is echter wel dat een “fatal error”-boodschap op uw PC doorgaans op te lossen is met een druk op de aan/uit-knop. Een “fatal error” op tien kilometer hoogte, tijdens een complex manoeuvre tegen hoge snelheid kan wel eens letterlijk “fataal” zijn. En die kans is reëel. Een programmeur van LM wees in 2004 al op zware software-fouten en werd daarvoor beloond met een prompte overplaatsing.

Tien jaar later leert een rapport van het General Accountability Office (GAO, de Amerikaanse waakhond voor overheidsuitgaven) ons dat de productie van de F-35 minstens één jaar vertraging zal oplopen door, jawel, chronische problemen met de software (en dit bovenop de zeven jaar vertraging die het project al heeft opgelopen).

Alsof dit nog niet genoeg was, wordt de JSF nu ook geplaagd door een grondige portie ironie. De huidige testversies van de fameuze “Lightning II” (de “Bliksemschicht” zoals de F-35 werd gedoopt) mogen immers niet meer opstijgen bij onweer. Reden: de elektronica wordt verstoord door bliksem en er zijn ernstige indicaties dat de brandstoftanks bij een inslag kunnen exploderen.

Een dure kalkoen

“De F-35 is een kalkoen… Het toestel is te dik en de vleugels zijn te klein. In luchtgevechten is het hopeloos…Het is haast onmogelijk om met dit toestel luchtondersteuning te bieden…Het is een belabberde bommenwerper…De F-35 werd ontwikkeld met één missie in gedachten: geld opbrengen”. Aldus het vernietigende vonnis van Pierre Sprey, Amerikaans ingenieur én de geestelijke vader van de F-16. Sprey is in de VS één van de meest vocale critici van de JSF die voor hem als toonbeeld geldt van een beleid dat vooral gericht is op de financiële noden van de wapenindustrie.

Hij is daarin niet alleen. In het buitenland heeft de F-35 al meermaals onwelkome aandacht naar zich toe getrokken, die alles te maken heeft met de gapende kloof tussen ondermaatse prestaties en een overmaats prijskaartje. Ondanks zwakke testresultaten heeft de F-35 immers één record gebroken: het is het duurste militaire contract ooit. Volgens schattingen van het GAO bedraagt de huidige kost per toestel 122 miljoen Euro. Dat is een verdubbeling van de oorspronkelijke prijs die LM in 2001 beloofde (en een forse stijging ten opzichte van de 102 miljoen euro die de JSF in 2012 nog zou kosten).

Wil de Belgische overheid 40 toestellen aanschaffen, zal het daar naar schatting dus bijna 5 miljard euro voor moeten neertellen, maar gegeven de huidige evolutie zal die kostprijs ongetwijfeld nog oplopen. En dat betreft nog maar de aankoop. De grootste kosten zijn echter verbonden met het eigenlijke onderhoud. In tegenstelling tot de F-16 is de F-35 met zijn fragiele elektronica, complexe motor en dure (maar weinig duurzame) stealth-materialen, immers een bijzonder kosten- en arbeidsintensief beestje. De Amerikaanse overheid schat nu dat het levensonderhoud van haar geplande vloot (2 443 JSF’s) een astronomische 1,11 triljoen dollar zal kosten.

Zulke budgettaire vooruitzichten hebben veel overheden er toe aangezet om hun plannen voor de F-35 grondig te herzien. Zo schortten Canada en Denemarken hun contract voorlopig op, terwijl Italië overweegt haar bestelling te halveren en het Verenigd Koninkrijk de bestelling van maar liefst 90 van zijn geplande 138 F-35’s schrapt. Dit dalende enthousiasme dwingt LM om op zoek te gaan naar nieuwe doelwitten voor de financiering van zijn vliegende zakmes en onze Wetstraat komt daarbij in het vizier. De Belgische belastingbetaler dreigt daarmee mee de rekening te mogen betalen voor de reeks ingenieurskundige, bureaucratische en boekhoudkundige fiasco’s die het JSF-programma vanaf dag één kenmerken.

Noord-Atlantische solidariteit

De discussie over de kosten en merites van één gevechtsvliegtuig is in veel opzichten misplaatst en verhult de meer fundamentele waarheid dat België in het huidige geopolitieke klimaat helemaal geen straaljagers nodig heeft. Het feit dat deze regering de F-35 als serieuze investering overweegt, spreekt echter boekdelen over de trouw aan haar eigen zelfverklaarde principes.

Onder de resem termen die al gebruikt werden om de F-35 te omschrijven, zijn woorden als “efficiëntie”, “spaarzaamheid”, “flexibiliteit” en “realisme” immers opvallend afwezig. En laat dat nu net de krachttermen zijn van het sociaal-economische beleid dat zich voor onze ogen ontvouwt. Terwijl het stilaan duidelijk wordt dat de Zweedse coalitie de reële bedreigingen van de toekomst (de vergrijzing, de huisvesting, de kinderzorg, enz.) wil beantwoorden met het motto “meer doen voor minder geld”, deinst ze er niet voor terug om de fictieve bedreigingen uit het Nabije, Midden- of Verre Oosten te lijf te gaan met een investering in peperdure speeltuigen die, letterlijk, “minder doen voor meer geld”.

De enige garantie die de F-35 ons kan bieden, is dat als deze “bedreigingen” hun pijlen ooit op ons land richten (u weet wel: de zetel van het NAVO-hoofdkwartier), we alvast beschermd zullen zijn door het duurste zakmes dat er op de markt te krijgen valt. Laten we enkel hopen dat het die dag niet onweert.

(De auteur is socioloog en docent aan de Vrije Universiteit Brussel.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.