150 jaar Van Dale - Ruud Hendrickx

150 jaar wordt hij dit jaar, de Grote Van Dale, de Dikke Van Dale, de Van Dale zonder meer – u noemt het Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal zoals u wilt. Maar het had niet veel gescheeld of die verjaardag hadden we niet gevierd. Gelukkig kunnen we dat wel en is het woordenboek nog lang niet dood.

Verleden

Halverwege de negentiende eeuw is er een gat in de markt. Het onderwijs wil betere leermiddelen, zoals een verklarend woordenboek van de eigen taal. Er waren vertaalwoordenboeken uit de achttiende eeuw, maar een eigentijdse beschrijving van het Nederlands met de opvattingen en gevoeligheden van de victoriaanse tijd is er niet.

Het begin van de negentiende eeuw is ook de tijd van de romantiek. Elke samenleving, elke cultuur, elke taal beschouwt zichzelf als uniek en benadrukt de verschillen met de buren. In Duitsland verzamelen de gebroeders Grimm oude sagen en in 1852 beginnen ze aan het Deutsches Wörterbuch. Eén jaar eerder was op een taal- en letterkundig congres het ontwerp van een Nederlands woordenboek goedgekeurd. Dat zou het WNT, het Woordenboek der Nederlandsche Taal, worden, niet te verwarren met de Grote Van Dale. Maar het WNT vordert tergend langzaam. In 1864 verschijnt de eerste aflevering van het woordenboek, dat het traject van a tot aanhaling behandelt.

Het gat in de markt wordt gevuld door het Nieuw Woordenboek der Nederlandsche taal, van Isaac en Nathan Calisch, uit 1864. Een groot succes blijkt dat boek niet te zijn geweest, want uitgeverij Thieme koopt drie jaar later een partij restanten op, verwerft meteen ook de rechten op het woordenboek en vraagt aan ene Johan Hendrik van Dale of hij het woordenboek wil bewerken. De rest is geschiedenis, zoals men zegt.

Johan Hendrik van Dale wordt in 1828 geboren in Sluis, in Zeeland. Zijn ouders zijn Vlamingen: ze komen uit Eeklo en zijn naar Sluis gevlucht omdat in het Meetjesland een pokkenepidemie was uitgebroken. Johan Hendrik wordt onderwijzer en archivaris in Sluis. Hij schrijft leerboeken over spelling en zinsontleding, en is dus de geknipte persoon om het woordenboek van Calisch & Calisch te bewerken. In 1872 sterft Johan Hendrik, 44 jaar oud, - o, ironie! - aan de pokken. Hij is dan bij de letter y geraakt. Twee jaar later komt het woordenboek uit waar hij aan gezwoegd heeft. Het heet dan nog niet Van Dale. Die naam krijgt het pas bij de vierde editie, in 1898, als eerbetoon aan de legendarische woordenboekmaker.

Heden

Vandaag, 150 jaar later, is het woordenboek van Johan Hendrik van Dale er nog steeds. En hoe. Het is intussen flink gegroeid, letterlijk. De eerste editie uit 1864 is 8,5 centimeter dik, de veertiende editie uit 2005, in drie delen, is 19 centimeter dik. In de eerste editie staan ongeveer 90 000 trefwoorden, in de veertiende ongeveer 270 000. De eerste weegt 1800 gram, de veertiende 6163 gram.

Na anderhalve eeuw is de hand van Johan Hendrik van Dale nog altijd merkbaar in het woordenboek. Als bewerker word je er elke dag nog mee geconfronteerd. De spelling is intussen gemoderniseerd en de verouderde grammatica is hier en daar bijgewerkt, maar verder zijn sommige definities nog steeds dezelfde als toen. Zo is een stokkaart in 1874 ‘een der kaarten, die zijn overgebleven, nadat men elk der spelers zijn spel heeft gegeven’ en in 2014 is de tekst nog precies hetzelfde, alleen ‘der’ is vervangen door ‘van de’.

Dat het woordenboek al zo oud is, merk je ook aan kleine dingen. Groot was mijn verbazing toen ik als kersverse hoofdredacteur het trefwoord aanlegsteiger onder ogen kreeg. Dat bleek ook nog in de veertiende editie een ‘landingsbrug, m.n. voor stoomboten’ te zijn. Stoomboten, in 2005! Weet u wat een begrafenis is? De ‘gezamenlijke personen (en koetsen evt.) die een lijk grafwaarts brengen’. Koetsen, in 2005!

De Grote Van Dale krijgt ook weleens het verwijt een Hollands woordenboek te zijn. Dat was 150 jaar geleden niet anders. Isaac en Nathan Calisch waren Amsterdammers en hadden weinig oog voor het Nederlands dat beneden de grote rivieren gesproken werd. Johan Hendrik van Dale, van Oost-Vlaamse afkomst, meldt dan ook trots dat hij het woordenboek ‘met duizenden woorden vermeerderd’ heeft, onder meer met woorden uit ‘het Zuidnederlandsch of Vlaamschbelgisch’. ‘Daardoor zal, hoop ik, deze tweede druk ook in Zuid-Nederland met belangstelling ontvangen worden.’ Vandaag waak ik, als Vlaamse hoofdredacteur, erover dat de Grote Van Dale nog beter het Nederlands zoals dat in Vlaanderen en België gesproken wordt, beschrijft.

Toekomst

150 jaar Van Dale kun je niet beter vieren dan met een nieuwe Grote Van Dale. En die komt er - op papier! - aan het eind van het jubileumjaar, in het najaar van 2015. Wordt het in dit digitale tijdperk de laatste papieren editie? Volgens de uitgever, Jaap Parqui, staan we nog maar aan het begin van de technologische ontwikkeling. ‘Er zijn zoveel ideeën over geluid, beeld, crowdsourcing, zoekmogelijkheden’, zegt hij in het jubileumboek Verhalen over taal. En in Onze Taal voegt hij daaraan toe: ‘Ik denk dat mensen nog heel lang een boek willen hebben. Maar het moet wel tilbaar blijven.’

De plannen voor het woordenboek van de toekomst zijn er. Gebruikers willen dat de Grote Van Dale meer van hen wordt. ‘Laat iedereen spelen met woorden en nieuwe woorden verzinnen en toevoegen aan de online Van Dale, zonder drempels, normen of taalpolitie’, schrijft An Leenders in het jubileumboek. In die gemeenschap van taalgeïnteresseerden ligt inderdaad de toekomst van Van Dale. Er komt een onlineplatform met een wiki, zodat iedereen het woordenboek kan aanvullen.

Dat is een toe te juichen ontwikkeling. ‘Het schrijven van een Woordenboek is een ondankbaar, een verdrietig werk. Is er veel, dat men heeft opgenomen of verbeterd, er is nog veel meer, dat men vergeten heeft, dat de aandacht ontsnapt is en alzoo onverbeterd is gebleven’, schrijft Johan Hendrik van Dale in 1871. Het eigenaardige van een woordenboek is volgens hem ‘dat het nimmer volledig kan genoemd worden, en dat, ook in de beste, op de duizend woorden, die er in staan, er doorgaans honderd gemist worden.’ Ook in 2014, met alle digitale middelen die we nu hebben, is dat niet anders.

(De auteur is taaladviseur van de VRT en hoofdredacteur van de Grote Van Dale.)