Meer werkzekerheid na studie in het buitenland

Jongeren die voor een bepaalde periode in het buitenland studeren, hebben later meer kans op een vaste job. Vijf jaar na het afstuderen ligt de werkloosheid bij hen die tijdens hun studie naar het buitenland trokken, namelijk 23 procent lager dan bij de "thuisblijvers".

Zo'n 8.000 studenten en bedrijven hebben deelgenomen aan het grootschalige onderzoek van de Europese Commissie. Volgens de ondervraagde werkgevers gaat het vooral om bepaalde aspecten die door het Erasmus-programma een flinke boost krijgen, zoals het zelfvertrouwen en de nieuwsgierigheid van de student(e) en zijn of haar vaardigheid om problemen op te lossen.

Van de studenten die in het buitenland stage lopen, krijgt één op drie achteraf een job aangeboden bij het stagebedrijf. De uitwisselingsstudenten worden over het algemeen ook als "meer ondernemend" gezien. Zo heeft één op tien nu een eigen bedrijf en meer dan drie op vier ziet zichzelf nog een eigen bedrijf opstarten.

Daarnaast kunnen de studenten ook een "snellere carrière" verwachten, zo krijgt personeel met "buitenlandse ervaring" volgens 64 procent van de werkgevers grotere verantwoordelijkheid op de werkvloer.

"Een miljoen Eramus-baby's"

Uit het onderzoek blijkt eveneens dat 33 procent van de jongeren die deelnamen aan het uitwisselingsproject van Erasmus vandaag een vaste partner hebben met een andere nationaliteit.

27 procent, meer dan één op vier, is zelfs samen met iemand die hij of zij heeft leren kennen tijdens het Eramus-project. Ter vergelijking, van de "thuisblijvers" heeft maar 13 procent een partner met een andere nationaliteit.

Op basis van die cijfers meent de Europese Commissie dat er sinds het ontstaan van het Erasmus-project in 1987 al zo'n miljoen "Erasmus-baby's" ter wereld zijn gekomen.