Op welke stoel ga jij thuis zitten?

We staan er niet bij stil, maar meestal gaan we thuis telkens weer op dezelfde stoel aan tafel zitten, en aan dezelfde kant van de zetel. Volgens een onderzoek van het ILIV (Kenniscentrum over het belang van een thuis) gelden vaste tafelplaatsen voor meer dan 80 procent van de 2.000 ondervraagde Belgen. Onze redactrice vroeg aan enkele collega's op de werkvloer naar hun huisgewoontes.

"Wij hebben thuis twee stoelen aan een keukeneiland, en ik ga altijd aan de rechterkant zitten", zegt Koppen-presentator Tim Verheyden. Dat doet hij zonder erbij na te denken, en zonder dat daar een afspraak over gemaakt is.

Een goed voorbeeld van gewoontegedrag, zegt professor Leerpsychologie en Experimentele Psychopathologie Tom Beckers in "Vandaag" op Radio 1. "Dit is eigenlijk dierlijk gedrag. De eerste keer dat we iets doen, is dat altijd doelgericht. Maar na enkele succesvolle handelingen, wordt het een gewoonte", aldus Beckers. Dat komt omdat we niet elk gedrag intens kunnen beredeneren. We zouden er volgens Beckers te vermoeid van worden.

In de eetkamer van crimi-journaliste Machteld Libert worden dan weer toegevingen gedaan. "Ik sta telkens de beste plaats aan tafel af aan mijn vriend. Hij zit graag aan de kant waar hij naar buiten kan kijken, en ik eet dan aan het hoofd van de tafel", zegt Machteld. "Wanneer ik alleen thuis ben, ga ik dan op zijn stoel zitten."

Wetstraat-journaliste Goedele Devroy blijkt de uitzondering op de regel. "Ik ga echt op al mijn stoelen zitten, en in alle hoeken van mijn zetel."

Iedereen op zijn plaats

Bij gezinnen met kinderen kan de plaats aan tafel een aanleiding zijn voor ruzie. Duidelijke afspraken rond plaatsverdeling kan daar een oplossing voor zijn. "We waren met veel thuis", zegt Devroy. "Om chaos te vermijden, moesten er regels zijn aan tafel. Iedereen kreeg zijn plekje, en dat is tot vandaag onveranderd gebleven. Zelfs als we nu op bezoek komen, gaat iedereen automatisch op zijn eigen plaats van vroeger zitten."

Toen Terzake-presentatrice Annelies Beck nog bij haar ouders woonde, was het ook niet anders. "We hadden een ronde tafel, en ik zat inderdaad altijd met mijn rug naar het raam. Maar dat was niet zo strikt. Als er eens iemand afwezig was, kon mijn plaats al eens variëren."

Professor Becker legt het uit als een automatisering van onze handelingen. "Dat is niets ergs, het is gewoon eigen aan ons systeem."

Zetelregels

In de zetel gaat het er minder streng aan toe bij sommigen. Bij Wetstraat-journalist Bert Rymen zitten de kinderen daar voor iets tussen. "Bij ons thuis is het zoeken naar een plekje op de sofa als de kinderen er al inzitten. Vroeger bij mijn ouders thuis moesten daar toch afspraken over gemaakt worden."

Radiojournalist Philip Heymans zit op de linkerkant van zijn zetel, zijn vriendin moet het doen met de rechterkant. "Dat is misschien zo omdat het mijn zetel is, en omdat ik vroeger ook al aan die kant zat."

"Volume moet deelbaar zijn door drie"

Heymans geeft toe dat hij een paar gewoontes heeft waarin misschien niet iedereen zich kan herkennen. "Ik zet de volumesterkte van de televisie of de radio altijd op een cijfer dat een veelvoud van drie is", zegt hij. "En ik zet altijd mijn wekker op een tijdstip waarvan de minuten deelbaar zijn door het uur." Dat geeft hem een geruststellend gevoel, geeft hij mee.

Hoewel de meesten wel hetzelfde gedrag vertonen, zijn we volgens Becker zeker geen kuddedieren. "Anders zouden we allemaal op dezelfde stoel willen zitten." Maar echte durvers, die constant uit hun comfortzone stappen, zijn we niet. Het ligt niet in onze aard om te veel af te wijken van een patroon."