Is deze oorlog rechtvaardig? - Dries Deweer

België trekt ten strijde. Ontslagnemend minister van defensie Pieter De Crem heeft bekendgemaakt dat België zijn F-16-straaljagers, C-130-transportvliegtuigen en special forces ter beschikking wil stellen van de internationale coalitie die de terroristen van IS moet verslaan. Dat gebeurt opvallend geruisloos. Alsof oorlog een evidentie kan zijn.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina
Copyright: www.FOTOBEN.be

Effectief pacifisme

Vanuit radicaal pacifistische hoek klinkt een tegenovergesteld geluid. Daar is de evidentie dat oorlog altijd verwerpelijk is. Toch moet wie vrede wil er ook over nadenken of zijn of haar houding wel vrede in de hand werkt. Meestal zorgt oorlog niet voor vrede, uiteraard niet op korte termijn, maar evenmin op langere termijn. “The War to End All Wars” is niet meer dan een sprookje.

Niettemin moeten we erkennen dat de strijd ontwijken in sommige gevallen een vorm van schuldig verzuim inhoudt. Zo stond vele pacifisten van de jaren 30 het schaamrood op de wangen in de jaren 40. Wat mee het verschil maakt tussen naïef pacifisme en effectief pacifisme is de erkenning dat er wel degelijk zoiets bestaat als een rechtvaardige oorlog.

Rechtvaardige oorlog

Wat zijn dan de criteria om te kunnen spreken van een rechtvaardige oorlog? Ten eerste zijn er beperkingen op de manier van krijgsvoering. In het Latijn spreekt men dan van jus in bello. Er is bijvoorbeeld een plicht om burgerslachtoffers te vermijden en een verbod om krijgsgevangenen te mishandelen of chemische of biologische wapens in te zetten.

Dit zijn niet alleen morele, maar vaak ook juridische beperkingen, ook al slaagt de internationale orde er nog steeds te weinig in om oorlogsmisdaden te bestraffen. Naast dat jus in bello is er echter ook een jus ad bellum. De vraag is daar onder welke omstandigheden een oorlog begonnen kan worden. In eerste instantie is dat dus het denkkader voor de huidige situatie.

Jus ad bellum

Oorlog is in de regel fout, zoals elk geweld in de regel fout is. Dat lijkt een gezond uitgangspunt voor dat jus ad bellum. Meer precies is een oorlog beginnen altijd fout. Er is immers een recht op zelfverdediging. Oorlog voeren wanneer je aangevallen wordt, is dus in principe wel geoorloofd. Dat lijkt het eerste aandachtspunt in de beoordeling van de huidige situatie. De terroristen van IS bedreigen ook onze samenleving. De aanslag op het Joods Museum in Brussel geldt als onomstotelijk bewijs.

Vanuit dat oogpunt is het geoorloofd om de strijd aan te gaan uit zelfverdediging. Het is echter nog maar de vraag of dat voor onze samenleving een verstandige verdedigingsstrategie zal blijken. Misschien trekken we op die manier juist meer terroristische aanslagen aan. De verdediging van ons eigen land is dus wellicht niet het meest doorslaggevende argument.

Orde en democratie

Zelfverdediging kunnen we ook ruimer interpreteren. Wanneer een soevereine staat wordt aangevallen, dan is het immers altijd de internationale orde als geheel die indirect wordt aangetast. Irak, het land waarover het vandaag in hoofdzaak gaat, is bovendien – in een enigszins coulante interpretatie – een democratie. Wanneer een democratische staat wordt aangevallen, dan is het ook indirect de democratie als dusdanig die op het spel staat. Deze overwegingen maken het mogelijk om te participeren in de verdediging van een andere staat, zoals vandaag het geval is.

Er zijn echter vele oorlogen en vele bedreigde democratieën. Als we deze lijn doortrekken, dreigen we dus in een soort van oorlog van allen tegen allen terecht te komen. Ook dit lijkt dus niet echt een beslissend argument.

Humanitaire interventie

Wat dan uiteindelijk het belangrijkste argument van het jus ad bellum blijkt, heeft juist te maken met het jus in bello. We hebben een morele rechtvaardiging en tot op zekere hoogte zelfs een morele plicht om tussen te komen in een oorlog als een strijdende partij flagrante oorlogsmisdaden begaat. Bij bloedbaden zoals die van IS spreken we van misdaden tegen de mensheid. Dat drukt meteen uit dat de hele mensheid betrokken partij is.

Strijden tegen IS noemen we dan ook geen oorlog, maar een vorm van humanitaire interventie. In dat geval blijft de vraag of het wel degelijk ons geschokte geweten is dat aan de basis ligt van de interventie. Dat kan immers ook een dekmantel zijn voor minder hoogstaande argumenten.

Heiligen zonder intentie

Het Midden-Oosten moet ons bijvoorbeeld altijd de vraag ontlokken of het niet veeleer om oliebelangen gaat. De doorsnee Koerd, Yezidi, Iraakse christen of ander slachtoffer van IS zal het echter worst wezen. Als zij gered worden, dan zal het hen niet veel uitmaken of dat om morele dan wel economische redenen was. Als we abstractie maken van de intentie, dan is en blijft een goede daad een goede daad.

“Soms maken de omstandigheden ons allemaal tot heiligen”. Het zijn de woorden van Michael Walzer, een Amerikaanse filosoof en de bekendste hedendaagse theoreticus van de rechtvaardige oorlog. Misschien moeten we dus niet te zwaar tillen aan achterliggende motieven, zolang de morele redenen zwaarwegend genoeg zijn.

VN-Veiligheidsraad

Een laatste overweging is procedureel van aard. Een humanitaire interventie is in principe gebonden aan de goedkeuring van de Veiligheidsraad van de VN. Als elk land humanitaire interventies gaat uitvoeren naar eigen goeddunken, dan is het einde zoek. Aan de andere kant, morele standaarden en de Veiligheidsraad passen moeilijk in dezelfde zin. De redenen die daar gehanteerd worden – meestal om niet in te grijpen – zijn vaak zeer dubieus. Ook de samenstelling van de Veiligheidsraad heeft weinig met rechtvaardigheid te maken.

Het streven naar internationale consensus draagt uiteraard een breder moreel belang, maar als het over de specifieke vraag naar de rechtvaardigheid van een oorlog gaat, zoals in dit geval over de strijd tegen IS, dan lijkt de betrokkenheid van de VN weinig essentieels bij te dragen. Er zijn onrechtvaardige oorlogen gebeurd met VN-mandaat en rechtvaardige oorlogen zonder.

Enerzijds/anderzijds

Het mag duidelijk zijn dat de vraag naar de rechtvaardigheid van oorlogen geen sinecure is. De principes zijn niet eenvoudig vast te leggen en de toepassing ervan is al even verraderlijk. Mocht het geen saaie tekst opleveren, dan stond er “enerzijds/anderzijds” in elke zin.

Ik durf dan ook niet beweren te weten wát we nu moeten denken over de Belgische oorlogsdeelname, maar één ding is wel zeker: dát we daarover moeten denken.

Zeker als het over militaire interventies gaat, dan mogen we ons niets zomaar laten aanpraten. Als burgers hebben we sowieso de verantwoordelijkheid om waakzaam te zijn ten aanzien van de manier waarop politici ons vertegenwoordigen. Dat geldt des te meer als het over oorlog gaat. Het blijft immers in essentie gaan over mensen die we in de vuurlijn sturen om te schieten op andere mensen.

In onze naam

De geschiedenisboeken staan vol van voorbeelden waarin leiders – ook democratisch verkozenen – hun volk meetrekken in dwaze oorlogen. Hoe complex de wereld is, hoe druk onze bezigheden zijn of hoe waardeloos we onze politici vinden mogen we nog zo graag als excuus aanvoeren om ons niets aan te trekken van onze verantwoordelijkheid als burger, de lessen van de geschiedenis leren dat er geen enkel excuus gewichtig genoeg kan zijn als het over oorlog gaat.

Als ons land ten oorlog trekt, is dat ook in onze naam. Telkens als de mensen die wij verkozen hebben “onze jongens” op oorlogspad sturen, is het aan elk van ons om naar best vermogen na te gaan of het om een rechtvaardige oorlog gaat en om indien nodig ons protest te laten horen.

(Dries Deweer is politiek filosoof. Hij is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven.)

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.