Buitenlandse onderzoekers presteren beter dan Belgen aan universiteit

Buitenlandse doctoraatsonderzoekers presteren beter aan onze universiteiten dan Belgen. Dat blijkt uit het onderzoek Internationale Migraties van de Studiedienst van de Vlaamse regering. Het aantal buitenlandse onderzoekers aan onze universiteiten is het voorbije decennium aanzienlijk gestegen, van 11 procent in 2003 tot 22 procent in 2013. Vooral de zogenoemde STEM-disciplines (Science, Technology, Engineering, Maths) en de geneeskunde zijn populair.

De grootste stroom onderzoekers komt uit China, India, Iran, Rusland en de Europese Unie. De toegenomen mobiliteit is voor een stuk een internationale trend, omdat academici meer kansen krijgen als ze een tijdlang aan een andere instelling hebben gewerkt.

Opvallend is dat de buitenlandse onderzoekers beter presteren dan de Belgische. Die laatste verdedigen hun doctoraat gemiddeld 4,9 jaar na hun aanstelling, waarmee ze de gangbare termijn voor een doctoraatsfinanciering overstijgen. Bij buitenlandse onderzoekers is dat 4,1 jaar (Afrikanen) tot 4,6 jaar (Europeanen).

Ook hun slaagcijfers zijn beter dan die van de Belgen. Slechts twee op de drie Belgische studenten maakt zijn doctoraat af, tegenover vier op de vijf van de onderzoekers uit Azië, Oceanië en Zuid-Amerika. Bij de Afrikaanse onderzoekers loopt dat aantal op tot 70 procent.

De verklaring kan worden gezocht in het feit dat buitenlanders vaak al een zwaar traject hebben afgelegd alvorens ze een functie krijgen bij een Vlaamse universiteit. Deze groep wetenschappers heeft dus een bovengemiddelde ervaring, competentie en motivatie.