Kunst: Vlaanderen pleegt woordbreuk - Paul Corthouts

Kunstenaars en artistieke organisaties reageren geschokt op de besparingsberichtgeving. Terecht? De kunstensector krijgt in 2015 en 2016 7,7% minder hefboommiddelen dan voorzien. Op zich klinkt dat niet levensbedreigend. Het wordt anders als we het bredere verhaal bekijken.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Om de vier jaar maakt de Vlaamse overheid een overeenkomst met de kunstensector over de middelen die hen over deze periode worden toevertrouwd. Hierdoor kunnen ze op langere termijn plannen maken en in eigen land en het buitenland samenwerkingen aangaan. Deze mogelijkheid tot langetermijnplanning is een van de belangrijke factoren die leidde tot de - ook internationaal - sterke en zeer gewaardeerde positie van de Vlaamse kunstensector.
Vandaag zijn in vele huizen en organisaties de plannen voor 2015 en 2016 reeds opgemaakt – de engagementen zijn genomen; de contracten ondertekend. Dit, op basis van de beloofde subsidiemiddelen.

Zo fungeren deze middelen ook als een hefboom. Door deze gegarandeerde basisfinanciering slagen beeldende­kunstenorganisaties, ensembles, gezelschappen, concertzalen… erin om heel wat eigen middelen te verwerven via (internationale) coproductiebijdragen en uitkoopsommen, ticketverkoop. We kunnen gerust stellen dat 1 euro subsidie gemakkelijk tot 2 à 3 euro bijkomende fondsen genereert. Ook het resultaat van deze hefboom wordt meegenomen voor het bepalen van de plannen en afspraken van de komende jaren.

Woordbreuk

Vandaag beslist de Vlaamse regering om een begroting in evenwicht af te leveren. Ze vindt dat belangrijk en dat is op zich een waardevolle mening. Maar ze realiseert dat wel door woordbreuk te plegen met de kunstensector. Door het twee jaar op rij met 7,5% minder aan hefboommiddelen te stellen en door het verlies van het multiplicatoreffect hierop, stevenen de kunstenorganisaties haast onafwendbaar af op een deficit bij het einde van de lopende kunstendecreetperiode – dus eind 2016; een tekort dat dan kan oplopen tot zowat 30% van hun subsidiebedrag. Er is nu immers geen mogelijkheid meer om bij te sturen; de engagementen zijn genomen. Zelf woordbreuk plegen kan niet meer zonder kleerscheuren.

Intern?

Er moet toch nog wel intern bespaard kunnen worden, kan men opwerpen; alles kan toch wellicht efficiënter en met minder kosten?

Wel, de kunstensector heeft het voorbije decennium reeds bijzonder veel inspanningen gedaan. In het minst, omdat door de kaasschaafoperaties en niet-indexeringen in die periode het eventuele vet al lang van de soep is geschept. Voor de economen onder jullie: de koopkrachtdaling die de gemiddelde kunstenorganisatie heeft ondergaan sinds 2001 is maar liefst 35%. Voor de organisaties met de kleinste enveloppe loopt dat zelfs op tot 63%. Dat heeft het Vlaams Theaterinstituut mooi in kaart gebracht.

Probeer dan maar eens kwaliteitsvol en verrassend en spraakmakend en relevant en toonaangevend en … te blijven werken.

Naast deze Vlaamse subsidieslag wordt er – ingevolge de staatshervorming – ook nog druk gezet op de middelen voor de kunsten door de grondige wijziging van de rol van provincies en lokale besturen.

Artistieke impuls

Dit alles zorgt ervoor dat het kunstenveld in Vlaanderen er morgen heel anders zal uitzien. In eerste instantie heeft dat weerslag op het aanbod en dus op wat het publiek te zien, te horen en te beleven krijgt. Dat krimpt, wordt smaller en minder divers. Zowel kunstproducenten als publiekshuizen zullen bovendien verplicht zijn om te gaan voor entertainment, eerder dan voor risicovol en verrassend werk. Nochtans is het net dit soort artistieke impuls dat onze samenleving kruidt en vernieuwende ideeën en inzichten laat ontkiemen.

Ook de geroemde professionalisering van de kunstensector ligt op de schop. Heel wat mensen, met hun waardevolle ervaring en knowhow, zullen noodgedwongen onze sector moeten verlaten. De totale loonkost van de sector overstijgt immers ruimschoots het volledige subsidiebedrag. Dat er geknipt zal worden in de tewerkstelling is duidelijk. Vrijwilligers, kostenvergoedingen, stages, ... zullen in de plaats komen van normale arbeidsovereenkomsten. De kunstensector heeft de afgelopen 20 jaar zwaar ingezet op een reguliere tewerkstelling; dit dreigt nu volledig verloren te gaan.

Bloeden

De kunstensector is, net als andere bedrijfstakken, onderworpen aan sociaalrechtelijke en fiscale regels en aan budgettaire wetmatigheden. Sommige organisaties zullen nu dus genoodzaakt zijn hun eigen bestaan in vraag te stellen. Niet omdat het publiek hen niet meer ziet zitten of dat hun relevantie verloren zou zijn – integendeel, zelfs - maar enkel omdat de subsidie voor de artistieke werking zal moeten worden ingezet om opzegtermijnen en schadevergoedingen in het kader van afgesloten maar niet honoreerbare contracten te betalen.

Vlaanderen verdient een bloeiende kunstensector. Geen bloedende.


Paul Corthouts is directeur beleid van Overleg Kunstenorganisaties (oKo)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.