Max: oorlogsburgemeester in gevangenschap

Vandaag is het precies 100 jaar geleden dat Adolphe Max door de Duitse bezetter werd gearresteerd. Doet de naam vooral een belletje rinkelen als één van de grote lanen van Brussel, dan was de man in kwestie in 1914 in de eerste plaats burgemeester van diezelfde stad. Met geweldloos verzet wist hij de Duitsers een maand lang het hoofd te bieden, tot voor hen de maat vol was. De gevangenschap die volgde, zou van hem een nationale oorlogsheld maken.

Adolphe Max werd geboren op 30 december 1869 in een familie van dokters. Zijn vader zou later de arts van de kinderen van koning Albert I worden. Zelf liep hij eerst school in de athenea van Brussel en Elsene om vervolgens rechten te gaan studeren aan de ULB. Daar schopte hij het uiteindelijk tot doctor in de rechten.

Na een carrière als advocaat en journalist, stapte hij in de politiek. In 1896 werd hij provincieraadslid. Zeven jaar later sloot hij zich aan bij de gemeenteraad van de stad Brussel. In 1908 volgde een schepenambt.

Dat laatste zou hij slechts één jaar opnemen. Op 23 november 1909 stierf burgemeester Emile De Mot en Max volgde hem in die functie op. Liefst dertig jaar zou hij burgemeester blijven, tot aan zijn dood. Enkel tijdens WO I liet hij zich noodgedwongen vervangen. De reden? Quasi de hele oorlog bracht hij in gevangenschap in Duitsland door.

Bericht aan de bevolking

Nadat de Duitsers België op 4 augustus 1914 waren binnengevallen, duurde het precies 16 dagen vooraleer ze aan de poorten van Brussel stonden. Met de gruwelverhalen die de Duitse inval tot dan toe had voortgebracht, hield Max het hoofd koel. In tegenstelling tot Luik en Antwerpen, was Brussel geen militair bolwerk. Toen de Duitsers zijn stad op 20 augustus 1914 binnentrokken (grote foto), riep hij de inwoners daarom op zich niet met geweld tegen de bezetting te verzetten.

Zelf zou hij in de weken die volgden wel meer dan eens met de Duitsers in aanvaring komen. Meermaals liet hij een gewaagd bericht aan de bevolking in de stad afficheren (grote foto) als reactie op bepaalde Duitse eisen en dit zonder toestemming van de bezetter. Tot twee keer toe werd hij gearresteerd om al even snel weer op vrije voeten te worden gesteld.

©Rue des Archives/Tal

Oorlogsschatting

Op 26 september 1914 barstte de bom. De Duitsers vroegen en kregen sinds de inname van Brussel verschillende miljoenen goudfrank oorlogsschatting van de verschillende Brusselse gemeenten. In ruil vergoedden de Duitsers de bevolking voor de goederen en bezittingen die ze in beslag namen. Omdat de oorlogsschatting volgens hen niet snel genoeg op tafel werd gelegd, zetten ze een rem op die vergoedingen. Hierop besliste Max de betaling van de goudfranken helemaal te stoppen.

Voor de Duitse bevelhebbers was het de druppel. Ze ontboden Max in hun hoofdkwartier in de Wetstraat waar hij werd gearresteerd. De volgende dag bracht een beveiligd transport hem over naar Namen. Halfweg oktober belandde hij korte tijd in de gevangenis van Keulen. Daarna werd hij naar het fort van Glatz (kleine foto) overgebracht, toen nog een Duitse stad in Silezië. Daar bleef hij gevangen tot hij eind 1915 naar het slot Celles in Hannover werd gestuurd.

In dat slot zat hij, met een korte tussenstop in de militaire gevangenis in Berlijn, tot begin oktober 1918 gevangen. De allerlaatste oorlogsweken bracht hij door in Gozlar. Kort na de wapenstilstand op 11 november 1918 wist hij daar te ontsnappen en keerde hij naar België terug.

Oorlogsheld

In Brussel werd Max op 17 november 1918 als een ware oorlogsheld onthaald. Samen met zijn schepenen en opvolgers ad interim Maurice Lemonnier en Emile Jacqmain werd hij door de Brusselse bevolking aanzien als symbool voor verzet en onbuigzaamheid tegenover de Duitse bezetting. Alle drie kregen ze in de jaren die volgden een laan naar zich vernoemd. Na WO I zou Max nog ruim twintig jaar burgemeester van Brussel blijven. Hij overleed op 6 november 1939.

lees ook