De wilde treinen: een Belgisch "geheim" wapen

Eind september 1914 meldde de Duitse soldaat Otto Wolfien in een brief aan zijn vrouw het volgende vreemde voorval:

De heren Belgen doen er alles aan om ons hier weg te pesten. Zondagmorgen vroeg lieten ze drie treinen achter elkaar op onze trein los, waaruit we net de 42 cm-kaliberstukken met toebehoren stonden uit te laden. De drie treinen reden tegen een aarden wal die we bij wijze van voorzorg vlak voor onze standplaats hadden opgetrokken. Het spoor ligt nu vol brokstukken, maar onze spoormannen hebben inmiddels al een noodspoor aangelegd, zodat we verder kunnen met ons werk.

De genoemde 42 cm-stukken stonden bekend als de Dikke Bertha’s. Deze superzware kanonnen werden in Boortmeerbeek opgesteld om de forten rond Antwerpen te beschieten. In enkele dagen zouden de forten van Sint-Katelijne-Waver en Koningshooikt bezwijken onder de meer dan 170 inslagen van hun reuzengranaten.

De Dikke Bertha’s stonden net buiten het bereik van het geschut in de forten. Om toch iets te ondernemen tegen dit gevaar, stuurden de Belgen treinen op het geschut af. Zonder resultaat.

De specialiteit van luitenant Michel

Toch ging het niet om een geïmproviseerde wanhoopsdaad. Een Belgisch officier, luitenant Michel, had er zowat een specialiteit van gemaakt. De Duitsers hadden al eerder kennisgemaakt met deze spooktreinen, die bekend raakten als de "wilde treinen".

In het Belgisch leger sprak men van train-brûlot (brûlot staat voor brander, een onbemande boot, gevuld met brandende teer of explosieven, die losgelaten werd op vijandelijke schepen). De Duitsers hadden het over führerlose Zug (onbestuurde trein) of Vernichtungszug (vernietigingstrein).

De techniek dateerde al van het hele begin van de oorlog. Vlak voor de Duitse inval werden de spoorwegtunnels tussen Luik en de Duitse grens gesaboteerd. Om de vernieling compleet te maken, liet men enkele onbemande treinen in de tunnels ontsporen en ontploffen.

De ervaring die toen werd opgedaan, kwam van pas tijdens de ongewone toestand in september 1914. De Duitsers controleerden toen het grootste deel van het land, inclusief Henegouwen, waar de voornaamste wegen en spoorwegen richting Frankrijk liepen, terwijl Oost- en West-Vlaanderen nog vrijwel volledig in Belgische handen waren.

Het Belgisch leger voerde toen een aantal sabotageacties uit in Henegouwen, vooral aan de spoorwegverbindingen. Die waren immers cruciaal voor de Duitse legers die zwaar slag leverden in Frankrijk.

Lanceerbasis Geraardsbergen

In dat perspectief kreeg Michel op 24 september opdracht om met treinen in Oost-Vlaanderen de spoorwegbruggen van Geraardsbergen en Lessen (in Henegouwen) te vernietigen. Twee treinen met telkens een wagon vol explosieven werden daarvoor in Gent klaargemaakt, toen de dag daarop het bevel veranderde. De opdracht luidde nu de Henegouwse spoorlijn tussen Edingen en Aat te saboteren. Die maakt deel uit van de lijn Brussel-Doornik, die verder naar Frankrijk doorloopt.

Met een locomotief, voorzien van een machinegeweer, ging Michel via Zottegem op verkenning naar Geraardsbergen. Dat bleek niet door de Duitsers bezet, en kon dus als “lanceerbasis” voor de wilde treinen dienen.

De volgende nacht vertrokken vanuit Geraardsbergen vier treinen in de richting van Edingen, twee voor elk spoor, elk met een tussenpoos van drie minuten. De machinist bracht de locomotief op volle kracht en sprong dan van het tuig, zodat de trein, geladen met wagons vol schroot, na een tijd een snelheid van 120 km/h bereikte.

Hoe het met deze treinen verliep is niet duidelijk. Volgens krantenberichten uit die tijd veroorzaakten een spooktrein schade nabij het station van Halle en botste er andere een iets verder, bij Buizingen, tegen een Duitse troepentrein. Er zou er ook een ontspoord zijn nabij Bierk, tussen Edingen en Halle, en een in de buurt van ’s-Gravenbrakel, op een zuidelijker tracé. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat de vier wilde treinen uit Geraardsbergen bij het passeren van Edingen verschillende richtingen insloegen.

We weten dat op datzelfde moment een Belgische sabotagegroep in die streek opereerde en de vorige nacht bij Bierk een spoorwegbrug had opgeblazen. Blijkbaar is een wilde trein daar ontspoord.

Maar hoe de treinen dan via Edingen in Halle zouden zijn geraakt, is een raadsel. Sommigen veronderstellen dat diezelfde nacht andere wilde treinen werden gelanceerd op de lijn Brussel-Bergen (waarop Halle ligt). De sabotagegroep was ook op die lijn actief.

Aanval vanuit Muizen en Berlaar

Hoe dan ook, Michel kreeg meteen een nieuwe opdracht. Precies de dag na de aanval vanuit Geraardsbergen begon een dubbele aanval, ditmaal op de kanonnen die de Antwerpse fortengordel gingen bestoken.

In de vroege ochtend van de 27e september vertrokken vanuit het rangeerterrein van Muizen bij Mechelen vier wilde treinen, elk met vier wagons vol keien en zand. Bovendien waren de treinen voorzien van explosieven die na een half uur moesten ontploffen.

Het doel was het station van Boortmeerbeek op de lijn Mechelen-Leuven, waar de beruchte Dikke Bertha’s werden ontscheept. Tegelijk vertrokken vanuit Berlaar bij Lier vier andere treinen richting Aarschot.

Maar de Duitsers hadden zich hierop voorzien: tussen Hever en Boortmeerbeek hadden ze de spoorwegen opgebroken en een barricade van blokken en balken geplaatst. De vier treinen ontspoorden, ontploften en lieten een geweldige ravage achter. Ze veroorzaakten heel wat schade aan de spoorweginfrastructuur, maar belemmerden in niets de Duitse operaties.

Van de wilde treinen die uit Berlaar vertrokken is weinig bekend. Een zou razendsnel het station van Aarschot zijn gepasseerd. Een andere raakte in panne nabij Heist-op-den-Berg en werd naar Lier teruggebracht.

Geen succes

Veel succes boekten de aanvallen met wilde treinen dus niet. Toch verplichtte de dreiging van deze ongewone projectielen de Duitsers ertoe hinderlijke en tijdrovende maatregelen te nemen langs de spoorwegen. België was niet voor niets het land met het dichtste spoorwegnet ter wereld.

De berichten over wilde treinen zorgden intussen wel voor ophef in de pers, niet in het minst door de spectaculaire foto’s die van de wrakken werden gemaakt.

lees ook