WO I: "Het doet je nadenken"

De Belgische media zijn er vol van en ook de Duitse pers heeft het onderwerp de grote oorlog intussen enthousiast opgepikt, zeker in augustus met het bezoek van de Duitse president Joachim Gauck en andere officiële Duitse delegaties ter herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden. Maar leeft het onderwerp ook onder jonge Duitsers? We hebben een Duitse schoolklas met eindexamen geschiedenis op hun rondgang in het museum "In Flanders Fields" in Ieper begeleid.

Het is dinsdagmorgen 1 juli en in België zijn de schoolvakanties al begonnen, maar in het Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen nog niet. Een schoolklas uit Keulen met eindexamenvak geschiedenis is op weg naar Ieper voor een eendaagse bezoek aan het museum "In Flanders Fields". Ze hadden oorspronkelijk een ander uitstap naar Frankrijk gepland, maar die ging niet door.

Een groep Engelse scholieren discussieert luid op het plein voor het museum over de grote oorlog. Ze hebben hun reis naar West-Vlaanderen een jaar lang voorbereid en brachten een dag ervoor al een bezoek aan de Britse militaire begraafplaats "Tyne Cot Cemetery". Voor deze dinsdag is een rondleiding in het museum "In Flanders Fields" en een bezoek aan de Duitse militaire begraafplaats in Langemark gepland. 's Avonds willen ze ook nog het eerbetoon onder de Menenpoort bijwonen.

Op de vraag naar zijn eerste indruk antwoordt George (15): "Het was zeer emotioneel. We hebben daar (Tyne Cot Cemetery, red.!) familieleden liggen. Dat doet pijn. Wij zijn ook gekomen om naar graven van onze voorouders te zoeken."

Weinig Duitsers in vergelijking met Britten

Uit enquêtes blijkt dat in 2013 ongeveer 415.000 mensen de streek bezocht hebben in het kader van de Eerste Wereldoorlog waarvan 2.900 Duitsers, volwassenen groepen en scholieren inbegrepen.

"Het is een verwaarlozend aantal in vergelijking met andere nationaliteiten", vertelt Petra Delvaux, woordvoerster van het "In Flanders Fields"-museum. "Het is nog te vroeg voor cijfers van dit jaar", zegt Delvaux, "maar nu al blijkt dat er geen forse stijging van individuele bezoeken te noteren is".

Delvaux legt uit waarom: "Bij de Britten en de landen van de Commonwealth is het zo dat de soldaten hier nog allemaal begraven liggen en dat ze ook allemaal een individueel graf hebben ofwel staat hun naam, als ze geen graf hebben, op de Menenpoort. De Duitsers werden gerepatrieerd."

"In West-Vlaanderen zijn nog vier Duitse soldatenkerkhoven. Het zijn meestal massagraven. Dus voor de Britten en de Commonwealth landen gaan ze echt naar een individueel graf, zetten daar een 'poppy' of leggen ze een krans neer. Voor een Duitser is dat meer een grafsteen in de grond met een aantal namen op en dat is veel minder persoonlijk en het leeft ook veel minder in Duitsland."

Intussen is het bijna middag en de Duitse scholieren - ze zijn tussen 16 en 18 jaar oud - komen eraan. Annika die op de Kaiserin-Augusta-Schule in Keulen zit, vertelt: "We hebben veel aandacht besteed aan de grote oorlog, maar hier kunnen we zeker nog iets bijleren." Op de vraag of ze denkt dat veel jonge mensen in Duitsland dezelfde belangstelling voor het onderwerp Eerste Wereldoorlog tonen, zegt ze: "Ik denk dat veel andere jongeren maar weinig kennis van het onderwerp hebben en zich eerder bezighouden met de Tweede Wereldoorlog dan met de Eerste."

"De vergeten oorlog"

In het museum dan: getuigenissen van de oorlog, de gruwel en ellende.

Levensechte personages achter glas vertellen details over de geschiedenis een eeuw geleden. Er zijn ook Duitse personages bij. De Duitse chemicus Fritz Haber vertelt bv. zonder grote emoties over zijn ontdekking en onderzoek naar strijdgassen, zoals chloor en mosterdgas in de Eerste Wereldoorlog.

In april 1915 lanceerden de Duitsers bij Ieper de eerste grote gasaanval met chloorgas. Ondanks dit feit denkt de Duitse leraar geschiedenis, Markus Wirtz van de Kaiserin-Augusta-Schule dat de naam Ieper in Duitsland weinig bekend is, noch bij scholieren noch bij volwassenen.

"De slachtvelden van de grote oorlog zijn in Duitsland grotendeels in vergetelheid geraakt, want de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de gruwelijke misdaden van de Duitsers in het "Nationalsozialismus" heeft de herinnering aan de Eerste Wereldoorlog weggedrukt. In de scholen was het precies hetzelfde. Daar werd de Tweede Wereldoorlog veel diepgaander besproken dan de Eerste en daar is niet veel aan veranderd. Sinds enkele jaren probeert men daar wel verandering in te brengen."

In Noordrijn- Westfalen is nu inderdaad de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog expliciet in het curriculum opgenomen, maar daguitstappen naar Ieper zoals die van de Duitse klas lijken nog altijd niet vanzelfsprekend.

"Militaire kerkhoven bezoeken is ongebruikelijk"

"Britse scholen, daarentegen, komen dikwijls en meestal voor meerdere dagen naar Ieper en hebben een uitgebreid programma", zegt Petra Delvaux van het museum "In Flanders Fields".

"Voor Britse scholen is de Eerste Wereldoorlog enorm belangrijk. Elke school in Groot-Brittannië moet dit onderwerp behandelen (...) In onze school is het een traditie om de kinderen elk jaar naar hier te brengen. Ze zijn dan meestal 14 of 15 jaar oud en alle scholieren nemen deel aan de reis", legt Andrew Brinkley, geschiedenisleraar van een school uit West Sussex, Groot-Brittannië, uit.

"Ik kom net van het Britse Tyne Cot Cemetry en ben ook op de begraafplaats in Langemark geweest. Het doet je nadenken - ook de omvang van alles", onderstreept Will O'Hea, die in de klas van leraar Brinkley zit.

Een soldatenbegraafplaats wil de school uit Keulen, na de rondleiding in het museum en een bezoek aan de Menenpoort, dan toch niet meer bezoeken. "De reden is onder andere: In Duitse scholen is het absoluut ongebruikelijk een bezoek aan militaire kerkhoven te brengen. Bovendien is er een onzekerheid hoe je met de graven moet omgaan, omdat het Duitse leger, de Wehrmacht dus, zich gedurende de Tweede Oorlog zodanig in diskrediet heeft gebracht, dat men ook de band met de soldaten van de Eerste Wereldoorlog kwijtgeraakt is", zegt de Duitse leraar Markus Wirtz.

"Heel lang was het zelfs ongezien om over gesneuvelde soldaten te spreken. Maar met het herdenkingsjaar denk ik dat de interesse voor onderzoek in verband met de Eerste Wereldoorlog weer gestegen is."

Ook Johannes van de Duitse school uit Keulen, die zelf zegt dat hij een ander tijdperk dan de Eerste Wereldoorlog eigenlijk spannender vindt, is van mening dat je dit stuk geschiedenis niettemin moet kennen, al is het maar "om niet dezelfde fouten te maken".

lees ook