De oorlog werd in het begin gezien als een vrolijke oorlog

We hebben allemaal beelden gezien van de menigte die juicht als ze hoort dat het oorlog is. Van soldaten die in augustus 1914 vrolijk wuifden vanuit de treinen die naar het front vertrokken. Of van vrouwen die bloemen op de geweren van soldaten zetten die enthousiast door de straten paradeerden. Dat was althans zo bij de grote mogendheden die ten strijde trokken: Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië...
©2014 brilk
©2014 brilk

Maar die beelden zijn bedrieglijk. Er waren wel degelijk militairen die naar het front trokken en de propaganda legde daar de nadruk op. Maar dat enthousiasme was niet algemeen.

Heel wat mensen waren tegen de oorlog. De arbeidersbeweging in vrijwel elk land was uitdrukkelijk gekant tegen de oorlog. Ook in Duitsland, waar een derde van de bevolking op de sociaaldemocraten stemde.

Historisch onderzoek heeft aangetoond dat op het platteland en in arbeiderswijken weinig enthousiasme heerste. In brieven en dagboeken is er veel sprake van onzekerheid, droefheid en angst. Dat geldt zowel bij de Fransen als de Duitsers.

Wel is het zo dat heel weinig mensen dienst weigerden. Zelfs overtuigde pacifisten meldden zich voor het leger. Dat gebeurde weliswaar in een sfeer van gelatenheid. Velen meenden dat ze hun plicht moesten doen en hun land verdedigen. Maar daarom waren ze nog niet vrolijk.

En wie wel enthousiast was, maakte zich de illusie dat de oorlog maar kort zou duren.

In België was er evenmin veel enthousiasme. Maar de verontwaardiging omdat ons neutrale land op brutale wijze werd aangevallen, zette veel mensen aan om zich vrijwillig voor het leger te melden.

lees ook