Evacuatie Vesting Antwerpen in 1914, risicovol huzarenstuk

Bij de evacuatie van Antwerpen in 1914 denken de meesten aan de uittocht van militairen en burgers die tussen 7 en 9 oktober via een pontonbrug de Schelde overstaken. Minder bekend is dat het Belgisch leger toen al meer dan een week bezig was massaal mensen en materieel per trein naar Oostende over te brengen. Een operatie die grote gevolgen zou hebben voor het vervolg van de oorlog.
©2014 brilk

Op 28 september 1914 start het Duitse eindoffensief tegen de Vesting Antwerpen. Al zeer snel beseft de Belgische Generale Staf dat dit fout zal aflopen. In de nacht van 28 op 29 september beslist koning Albert om een nieuwe basis in de driehoek Oostende-Brugge-Zeebrugge te vestigen. Het plan moet geheim blijven.

De vierde sectie van de Generale Staf (dat is de dienst belast voor de organisatie van transport) ziet drie opties voor de evacuatie: via de Schelde, de weg of de spoorweg. Langs het water is al bij voorbaat uitgesloten, want de Schelde loopt stroomafwaarts door Nederlands gebied. Nederland staat géén militair transport toe, enkel vervoer van voedsel en brandstof. Zells als het zou kunnen, is geheimhouding niet gewaarborgd. Dat laatste geldt ook voor vervoer over de weg.

De spoorweg biedt twee mogelijkheden. Een ervan is vertrekken vanuit het toenmalige station Vlaams Hoofd (Antwerpen Linkeroever) , maar dan moeten lege wagons vanuit Gent komen en dienen manschappen en materieel eerst over de Schelde te worden gebracht.

De tweede is de meeste risicovolle: via Antwerpen-Zuid over Boom, Puurs, Temse naar Sint-Niklaas. Ter hoogte van Puurs komt men wel op amper een kilometer van de fortenlinie. Het is deze route die men kiest waarbij per etmaal 25 tot 30 treinen kunnen passeren.

Het plan is klaar in de avond van 29 september. De volgende ochtend laadt men honderd wagons met haver en vormt men twaalf sanitaire treinen (dat zijn treinen die gewonden vervoeren). De adjunct-chef van de Generale Staf, kolonel Wielemans, keurt het plan goed maar stelt uitvoering uit tot in de namiddag. De forten Breendonk, Liezele en Bornem moeten ondertussen de operatie maskeren en beginnen dag en nacht vijandelijke stellingen te bestoken.

’s Nachts vertrekken de eerste evacuatietreinen. Op 1 oktober wordt in de loop van dag de operatie tijdelijk stilgelegd. Er is immers sprake van geallieerde hulp, de Britten zijn op komst. Maar als de Duitse doorbreken tussen Lier en Walem op 2 oktober, wordt de evacuatie hervat. Reserve motorvoertuigen vertrekken langs de weg, de treinen beginnen weer te rollen. De legerleiding is ondertussen tevreden : men heeft immers al voor vier dagen levensmiddelen, wisselstukken en brandstof, en veel munitie in Oostende afgezet.

Onbekend bevel

Meer en meer mensen weten intussen af van de operatie, en de vierde sectie wordt overstelpt met aanvragen. Iedereen heeft nu wel een reden om geëvacueerd te worden.

In de nacht van 2 op 3 oktober schorst men het laden van treinen. Er is immers een telefonisch bevel om te stoppen. Maar geen enkele officier van de Generale Staf blijkt dit gegeven te hebben… Men is wel 8 uur laadtijd kwijt!

Op 3 oktober om 10 uur vraagt Wielemans om de evacuatie te bespoedigen en alle middelen in te zetten. Men moet ook meer verplaatsen dan eerst voorzien, ook de voorraden van de vestingtroepen en de genie gaan mee.

’s Avonds komt de Britse versterking toe, maar de evacuatie-operatie gaat onverminderd voort. In grote getale vertrekken er op 4 en 5 oktober gewonden. Er is immers plaatsgemaakt in Oostende. Alles samen worden zo’n 20.000 gewonde militairen uit Antwerpen geëvacueerd.

Op 6 oktober in de namiddag krijgt het veldleger de opdracht om Antwerpen te verlaten en naar Oostende te trekken. Dat Antwerpen wordt opgegeven, is nu voor iedereen duidelijk. De vijand bestookt nu Boom, Lier, Kontich en Waarloos. Ongerustheid breekt uit bij het spoorpersoneel en de militairen in de opslagplaatsen. De telefoonlijnen zijn overbelast door de vele berichten. De operatie begint moeilijk te verlopen.

Ondertussen is de genie bezig met de ondermijning van de Rupelbrug bij Boom en de Scheldebrug bij Temse. Het spoorpersoneel in de stations van Boom, Temse en Puurs raakt in paniek. De forten Breendonk, Liezele en Bornem vanaf 7 oktober geven het "volle pond" aan de Duitse troepen, als dekking voor het Belgische leger op de terugtocht!

Het einde

Op 7 oktober worden op de laatste sanitaire trein nog enkele honderden gewonden op de Linkeroever ingeladen en ze kunnen in veiligheid gebracht worden! Om 11 uur vallen de telefoonverbindingen weg.

Het bevel om nog lege treinen naar Oostende te laten vertrekken wordt genegeerd: laden blijft men doen tot zelfs 17 uur… waardoor de laatste treinen niet tijdig wegkomen. In de stationsbuurten van Boom, Puurs, Bornem is de chaos compleet.

Iedereen wil weg en laat bagage en karren zomaar achter. Men hangt aan treindeuren, zit op de buffers en op het dak. Rond 17 uur wordt de Rupelbrug opgeblazen, en om 17.45 uur de Scheldebrug bij Temse, nadat de laatste trein tien minuten eerder erover was gereden.

Marc Van Riet is auteur van "Klein-Brabant in oorlog - de forten Breendonk, Liezele en Bornem in 1914" - Puurs 2004.

lees ook