Jonge sporters in beeld - Walter Van Steenbrugge

Afgelopen zaterdag vond te Gent een internationaal symposium plaats onder het motto “Sport meets Media”, met bijzondere aandacht voor de jeugdige sporter. De wereldwijde organisatie Panathlon, die sedert jaar en dag ijvert voor meer ethiek in de sport, had experten van over de hele wereld uitgenodigd om te debatteren over dit even interessant als actueel onderwerp.

Het thema liet mij toe even onder de huid te kruipen van de journalist. Want jeugd en sport, het moet een droom zijn voor elke verslaggever! Geschreven en beeldende pers vinden in de jeugdsport gewis een onuitputtelijke bron van zinvolle en onderhoudende verslaggeving.

Hoezeer zijn we niet allen verslingerd aan berichtgeving over jonge sporters die, gezegend door enig talent, sportend hun weg in het leven vinden.

Uiteraard is hier niet alleen sprake van de jeugdige, ongeschonden frisheid van deze atleetjes. Ook de noodzakelijke training die, met mate en in de handen van een goede begeleider, deze jonge atleten tot hun sportexploten brengt, bekoort ons.

Jongeren die geleidelijk aan, met respect voor eigen lichaam en geest, gevormd worden in één of andere sportdiscipline. Zij voeren de beginselen van “gezond sporten” hoog in het vaandel. Geen alcohol, geen tabak, geen drugs, noch doping.

Jongeren die, liefst in een teamsport, leren om hun ploeggenoten te ondersteunen en te stimuleren. En die bereid zijn hun eigen kansen op te geven voor het succes van de ploeg.

Jongeren met respect voor de tegenstrever, steeds bekommerd om de fair-play, voor-tijdens-en-na de sportprestatie. Jongeren die, na hun knappe prestatie niet alleen een begrijpende blik, maar ook een troostende schouderklop over hebben voor de minder fortuinlijke tegenstander die het onderspit delfde.

Jongeren die hun knalprestatie weten te relativeren en te plaatsen in hun algemene ontwikkeling naar een beter mens, als deel van de gemeenschap waartoe zij behoren.

Jeugdsport, als deel van een opvoedkundig project naar betere mensen in een harmonische maatschappij.

Bij nader inzien staat de realiteit toch haaks op deze droom.

Ik ontwaar in de berichtgeving over de jeugdsport een afspiegeling van de sport door volwassenen. Zelfde sporten, zelfde streefdoelen, zelfde gedragingen.

Neen, ik ken geen sporten die typisch op jongerenmaat zijn gesneden. Alsof het niet serieus zou zijn wanneer jongeren zich in andere disciplines meten dan volwassenen. Hoogstens worden sommige sporten voor volwassenen niet toegelaten voor kinderen.

Op enkele uitzonderingen na, beheersen dezelfde drang naar winnen en scoren de sportende jongeren. Zelfontplooiing is goed, maar winnen van een tegenstrever is nog beter. Met dezelfde verbetenheid als het kan, met dezelfde agressie als het moet.

Dezelfde rituelen, dezelfde outfits, dezelfde gedragingen. Ik zie het overal.

Zoals “Eurosong for kids” een beschamende vertoning van volwassenen in spe vormt, zo sporten jongeren net als hun idolen. Jeugdolympiades, het bestaat.

Liefst zullen we kinderen in beeld brengen die extreme exploten verrichten: alleen om de wereld in een zeilboot, de jongste hymalayist ooit, de jongste nummer één op de wereldtabel ooit, … we leven van extremen.

Sport als snel, flitsend entertainment, daar gaat het om.

De vraag is: passen jongeren in deze plaatjes?

Een ander heikel punt, dat jeugdige sporters overstijgt, is de onverbiddelijke zeis die de media maar al te graag bovenhalen als er sprake is van een positieve dopingplas bij de sporter.

Van zodra er enig vermoeden rijst dat een sporter aan een verboden spul zou hebben gezeten, wordt hij zonder pardon aan de schandpaal genageld en wordt hij tot een defensieve houding gedwongen zodat hij zelfs zijn intiemste privacy te grabbel moet gooien als ultiem verweer.

Neem nu het geval van Thomas Van der Plaetsen, de publieke hoon gijzelde de superatleet tot het prijsgeven van het hoogstpersoonlijke.

Na de positieve dopingplas werd hij met pek en veren besmeurd, daags later moest de tienkamper de onterechte smurrie zuiveren door zijn medisch dossier op te biechten en het aan de pers en aan de ogen van de gulzige kijker open te leggen.

De gedwongen keuze tussen de pest en cholera, het kan niet veel toepasselijker zijn.

Ook de almacht van de grote sportfederaties, met hun draconische monopoliepositie, kwam op de studiedag ruim aan bod.

FIFA, UEFA, UCI, IOC … No rules, great entertainment. Enige reflecties over het symposium, laat staan een catharsis, viel er na zaterdag in de pers niets te bekennen.

Wel werd ik op zaterdag van uur tot uur op de hoogte gebracht van het reilen en zeilen van de Antwerpse pontonbrug.

Eerst brugje komt zo, daarna gedaan met het brugje.

De verschillende nieuwsdiensten vertelden ons haarfijn hoe, waar en wanneer men de gekochte tickets kon omruilen. Ik dacht nog even dat zij die een losersticket hadden, eindigend op een nul, nog zouden uitgenodigd worden om een halve bak bollekesbier op de Antwerpse markt op te halen.

Op zondag werden we dan ook nog eens in de ban gebracht van het Mechelse mysterie of het wel wijs was om een paar wijzers op de Sint-Romboutstoren aan te brengen.

Staat niet ergens in een visietekst van de kersverse Vlaamse regering dat de media de verarming en verschraling van de content dienen tegen te gaan?

lees ook