Uit het archief: De 6 constructie­fouten van de regering-Michel

Ex-minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) noemt het feit dat zijn partij de voorbije legislatuur de premier niet leverde een "constructiefout". Bijna 5 jaar geleden ontwaarde Wetstraatjournalist Marc Van de Looverbosch van VRT NWS al 6 "constructiefouten" in de toen gloednieuwe regering-Michel. Hieronder kan u zijn analyse van toen herlezen.

analyse
© VRT - Bart Musschoot
Marc Van de Looverbosch
Marc Van de Looverbosch is Wetstraatwatcher bij VRT NWS

Wet 1: De grootste partij levert de premier

De grootste partij is N-VA. Die heeft van bij het begin MR gerustgesteld, om zo ook de rest van de Franstaligen te sussen. België, zo zei ze, zal niet geleid worden door een nationalist, laat staan een separatist.
Het plan was dan om Kris Peeters in de Zestien te brengen, maar door de keuze van CD&V voor Marianne Thyssen is dat anders gelopen. Nu heerst een ongemakkelijk gevoel bij andere partijen: N-VA zou door die opstelling een groot deel van haar verantwoordelijkheid binnen deze regering ontlopen.

De premier is de leider, de sterkhouder. Hij kan met de pluimen gaan lopen, of moet de tegenwind opvangen. Dit wekt de indruk dat N-VA niet echt geïnteresseerd is in dat Belgische niveau, want anders hadden ze de leiding wel in handen genomen. De vraag is: kunnen ze het niet of willen ze het niet?

Wet 2: De premier is een Vlaming

Vóór de verkiezingen was bij alle partijen te horen: na Di Rupo geen Franstalige premier meer. Dat heeft te maken met de pariteit die in de grondwet is ingeschreven. Er moeten evenveel Frans- als Nederlandstalige ministers zijn, maar dat betekent eigenlijk dat de Franstalige minderheid bevoordeeld wordt.

Een Vlaming als premier stemt beter overeen met de demografische werkelijkheid in dit land. Peeters zou een oplossing zijn geweest, maar door de deal over Thyssen is het premierschap naar MR gegaan. Dat is een gemiste kans.

Wet 3: Meerderheid in beide taalgroepen

Nu is er slechts 1 Franstalige partij. Dat is onuitgegeven! Stel u even het omgekeerde scenario voor: dat er maar 1 Vlaamse partij in de regering zou zitten. “Het kot zou te klein zijn”, zoals collega Nina Verhaeghe terecht schreef in haar column op deze nieuwssite.

De Wevers oorspronkelijke plan was om een regering met álle centrumrechtse partijen te vormen, dus ook met CDH. Dat is mislukt. Na lang aarzelen haakte CDH-voorzitter Benoît Lutgen af. Hij zei niet te willen regeren met een partij die het land kapot wil.

Dus bleef alleen MR over, die nu door de pariteit onevenredig veel ministers krijgt. Zeven. Die partij domineert nu de Vlamingen in aantal. De Vlaamse partijen krijgen samen ook maar zeven ministers, met vier staatssecretarissen erbovenop om het Franstalige overwicht te compenseren. Zeker bij de zeven ministers van MR zullen er een paar zitten met minibevoegdheden, als een soort bloempot. Totaal overbodig dus.

Wet 4: Blijf bij uw ideologie

Partijen moeten op hun ideologische lijn blijven. CD&V moet in deze centrumrechtse ploeg de linkse partij spelen, omdat ze zich wil opwerpen als de sociale factor. Dat gaat in tegen het natuurlijke DNA van CD&V, dé centrumpartij bij uitstek, de partij van het midden, de partij van het evenwicht tussen links en rechts.

Maar als de andere coalitiepartners te ver naar rechts overhellen, zal CD&V gedwongen worden links bij te sturen om haar achterban binnen de arbeidersbeweging niet te veel voor het hoofd te stoten. Dat kan een groep kiezers danig op de zenuwen gaan werken. CD&V zal dus constant op zoek moeten naar haar specifieke rol in deze regering.

Wet 5: Symmetrie was de regel

Met dezelfde coalities op federaal en gewestelijk niveau voorkom je een vechtfederalisme, dat getekend wordt door belangenconflicten, alarmbelprocedures en andere verdedigingswapens uit het arsenaal van de grondwet.

Toen PS en CDH zich in Brussel en Wallonië aan elkaar vastklonken, heeft dat een zware hypotheek gelegd op de vorming van de federale regering. CDH wilde niet in het centrumrechtse experiment stappen. Met als resultaat dat linkse partijen en de vakbonden zich nu al klaarstomen voor een furieuze oppositie tegen de “meest rechtse en conservatieve regering sinds WO II”.

Aan Vlaamse kant is het perverse effect dat N-VA en CD&V de Open VLD aan boord moesten hijsen in de Vlaamse regering. Ze zijn daar volstrekt overbodig voor een meerderheid, maar federaal waren ze wél nodig. Het risico bestaat dat een overbodige partij het de Vlaamse regering nog lastig kan maken. Vandaar dat meer en meer stemmen opgaan om de verkiezingen niet meer te laten samenvallen.

Wet 6: Stabiliteit

Door de nieuwe grondwetsherziening (de 6de) wordt de Kamer verkozen voor 5 jaar, net zoals de deelstaatparlementen. De regering kan ondertussen wel nieuwe tussentijdse verkiezingen uitschrijven. Stel dus dat over deze regering over twee jaar valt, dan kan er een nieuw parlement en een nieuwe regering komen voor nog 3 jaar.

Velen gaan er nu al van uit dat deze regering geen lang leven beschoren is. De zwakste schakel is de MR, als enige Franstalige partij. Gaat die het gebeuk van links aan Franstalige kant kunnen trotseren? Als dat niet lukt, kan Bart De Wever zonder problemen aantonen dat niets nog werkt in dit land en dat de Franstaligen – lees: de PS - het land blokkeren.

Daarmee zet hij de deur weer wijd open voor een volgende grote staatshervorming of nog verder: het confederalisme.

Update bij deze laatste wet: De uitvoering van deze bepaling uit de 6e staatshervorming is er gedurende de afgelopen legislatuur niet gekomen. Daar is een bijzondere wet voor nodig (2/3 meerderheid en een meerderheid in elke taalgroep) en die wet is nooit ter stemming voorgelegd omdat er geen consensus over bestaat. Met andere woorden: de Kamer kan nog altijd vervroegde verkiezingen uitschrijven. En het heeft niet veel gescheeld of we hadden al begin dit jaar -na de exit van de N-VA uit de regering Michel- naar de stembus mogen trekken.