Helft minder slaagkans voor studenten laag opgeleide ouders

Van de 137.530 studenten die tussen 2010 en 2013 voor het eerst aan een hogeschool of universiteit gingen studeren, waren er 18.667 afkomstig uit een gezin met een laagopgeleide moeder. Slechts de helft van hen haalde het tweede jaar. Bij de studenten met een midden- of hoger opgeleide moeder was dat gemiddeld twee derde. Dat meldt De Morgen die cijfers van de Databank Hoger Onderwijs kon inkijken.
Nicolas Maeterlinck

Alleen jongeren die thuis geen of amper Nederlands spreken, leggen slechtere cijfers voor. Daar kan iets meer dan een derde aan het einde van het eerste academiejaar terugkijken op een cijferlijst zonder onvoldoendes. Hun groep is wel een stuk kleiner. Zo zijn er amper 5.420 studenten met een andere thuistaal dan het Nederlands.

De zogeheten pioniersstudenten, jongeren die als eerste uit hun gezin gaan studeren, hebben het aan alle universiteiten bijzonder lastig, maar er zijn ook verschillen op te tekenen. Aan de Vrije Universiteit Brussel slaagt bijvoorbeeld 46 procent voor het eerste academiejaar, terwijl aan de UHasselt en de KU Leuven respectievelijk 39 en 37 procent een voldoende haalt voor alle opgenomen vakken.

"De studenten met lager opgeleide ouders koen vaak terecht in een wereld die voor hen onbekend is", zegt Ruth Stokx van de studentenadviesdiensten van de KU Leuven in De Morgen. "Omdat hun ouders zelf niet gestudeerd hebben, kunnen ze hen niet het juiste advies geven." Voorts blijkt dat deze jongeren vaak moeilijk aansluiting vinden bij andere studenten en dat de kloof tussen het academisch Nederlands en het taalgebruik thuis te groot is.

Alle universiteiten doen inspanningen, bijvoorbeeld via cursussen, om de slaagkansen van jongeren uit kansengroepen te vergroten. Om de lagere slaagkansen helemaal weg te werken, moeten ook de lagere en middelbare scholen mee op de kar springen, luidt het.