Indonesische rotstekeningen blijken even oud als Europese

Dankzij geavanceerde dateringstechnieken hebben wetenschappers vastgesteld dat een rotstekening uit Indonesië minstens 39.900 jaar oud is. Dat plaatst de afbeelding in dezelfde periode als de oudste Europese rotstekeningen. "De Europeanen kunnen niet meer claimen dat ze de eersten waren om een abstracte geest te ontwikkelen", klinkt het. Archeologen spreken van een opzienbarende ontdekking.

De rotstekeningen in kwestie werden in de jaren 50 van de vorige eeuw ontdekt op het eiland Sulawesi. Wetenschappers dachten dat ze ten hoogste 10.000 jaar oud waren, omdat oudere tekeningen niet bewaard zouden blijven in een tropisch klimaat.

Een team van Australische en Indonesische wetenschappers is nu met geavanceerde uraniumdatering aan de slag gegaan. Uit die analyses blijkt dat de afbeelding van een hand op het rotsoppervlak minstens 39.900 jaar oud is. Twee tekeningen van dieren, een babirusa en -wellicht- een wild varken, zijn minstens 35.400 en 35.700 jaar oud. Het onderzoek is gepubliceerd in het vakblad Nature.

De afbeeldingen van handen komen vaak voor tussen de tekeningen. De prehistorische mensen maakten ze door hun hand op de rots te leggen en er dan verf rond te blazen of te spuwen, waardoor de handafdruk bewaard bleef. De verf maakten ze van oker dat ze vermaalden tot poeder en vermengden met water. De handafdrukken komen over de hele wereld voor.

"Dit verandert onze denkbeelden"

De bevindingen van de wetenschappers tonen aan dat de prehistorische mensen in Azië tegelijk met die in Europa bezig waren met rotskunstwerken en artistieke expressie. De oudste bekende rotstekening in Europa is een 40.800 jaar oude afbeelding van een rode schijf in de El Castillo-grot in Noord-Spanje.

"Hier wordt ons getoond dat onze visies over de oorsprong van rotstekeningen te eurocentrisch zijn geweest", zegt archeoloog Alistair Pike van de universiteit van Southampton aan National Geographic. "Dit verandert onze denkbeelden."

Volgens archeologen is het best mogelijk dat verschillende groepen homo sapiens, die vanuit Afrika emigreerden naar de rest van de wereld, onafhankelijk van elkaar een soort artistieke geest ontwikkelden waardoor ze kunst gingen maken. Een andere mogelijkheid is dat onze voorouders al een artistieke aanleg hadden vóór ze Afrika verlieten.

"Fundamenteel deel van menselijke natuur"

Het is die laatste piste die de auteurs van deze studie volgen. "Onze ontdekking op Sulawesi suggereert dat deze activiteiten (het maken van rotstekeningen, red.) een diepere onderliggende oorsprong hebben. Mogelijk ligt die in Afrika, voor onze soort het continent verliet en begon rond te trekken over de wereld", aldus de Australische archeoloog Maxime Aubert.

"Deze opzienbarende ontdekking laat ons toe om het eurocentrische idee over de oorsprong van figuratieve kunst te verlaten en het alternatief te overwegen dat artistieke expressie een fundamenteel deel was van de menselijke natuur 60.000 jaar geleden", zegt Chris Stringer van het Natuurhistorisch Museum in Londen.