Nederlandse staat in beroep tegen uitspraak over Srebrenica

De Nederlandse staat gaat in beroep tegen het vonnis dat Nederland aansprakelijk stelt voor de deportatie van ruim 300 moslimmannen in Srebrenica. Dat heeft het Nederlandse ministerie van Defensie vandaag bekendgemaakt. De meeste van de moslimmannen werden destijds gedood.

Op 11 juli 1995 werd de Bosnische stad Srebrenica ingenomen.  Bosnische Serviërs werden vervolgens weggevoerd van de basis van de Dutchbat, het Nederlandse VN-bataljon in Bosnië.

In juli dit jaar oordeelde de rechtbank in Den Haag dat de Nederlandse militairen konden weten dat de moslimmannen gevaar liepen. Op het moment van wegvoeren hadden ze immers losse identiteitspapieren van andere mannen gevonden, een signaal dat er sprake was van moordpartijen. Omdat Dutchbat de volledige zeggenschap had over de omheinde basis hadden de Nederlandse militairen niet mogen meewerken aan de deportatie van de mannen.

"Vonnis brengt toekomstige missies in gevaar"

Volgens de landsadvocaat komt het vonnis er echter op neer dat het Nederlandse bataljon verantwoordelijk is voor de dood van de mannelijke vluchtelingen op de compound in Srebrenica en "daar is de staat het niet mee eens", aldus de Nederlandse Defensie. "De massamoord in Srebrenica is een vreselijk drama, waar de Bosnisch-Servische troepen, en zij alleen, verantwoordelijk voor zijn." Ook bestaat volgens de Nederlandse staat het risico dat de uitspraak een risico inhoudt voor toekomstige missies van Nederlandse militairen. "Het is een precedent", klinkt het.