De N-VA duikt onder 30 procent

De besparingen doen ook de centrumrechtse partijen pijn. De Vlaams-nationalisten duiken voor het eerst weer onder de magische grens van dertig procent. En ook Geert Bourgeois moet het gelag betalen: hij start in een sfeer van wantrouwen.

Het was alweer een hele tijd geleden dat de N-VA in de peilingen nog eens onder de 30 procent zakte. Maar nu, in de eerste peiling na de verkiezingen, is het zover. En dat is veeleer uitzonderlijk. Doorgaans blijven de overwinnaars van de verkiezingen ook in de eerste peilingen erna winnen.

Om nu al de neergang van N-VA te voorspellen is echter te kort door de bocht. De daling bedraagt 2,5 procent en is te klein om statistisch écht significant te zijn.

De tol van besparingen

Toch zijn er redenen te bedenken waarom de N-VA het nu slechter doet. De peiling is afgenomen in de periode tussen 22 september en 3 oktober, of de periode meteen na de septemberverklaring van minister Geert Bourgeois. Dus ook de periode waarin de besparingsmaatregelen van de Vlaamse regering de buitenwereld bereikten.

Dat het ongenoegen daarover meespeelde, blijkt ook uit het resultaat van Open VLD. Dat ook de liberalen zakken – met 1,2 procent – zou er kunnen op wijzen dat de partijen ter rechterzijde een tikje krijgen voor hun besparingen.

Het kan ook verklaren waarom CD&V, die zich inspande om de meest drastische voorstellen af te toppen, enigszins beloond wordt in deze peiling. En waarom de SP.A nu weer groter is dan de Open VLD: in vergelijking met de verkiezingsuitslag spelen socialisten en liberalen haasje-over.

Weing vertrouwen in Bourgeois I

De duidelijkste illustratie van die stelling is het vertrouwen dat de Vlaming heeft in de Vlaamse regering in het algemeen en minister-president Geert Bourgeois in het bijzonder. De Vlaamse regering haalt een erg matige score van 51 procent, en Geert Bourgeois doet het als minister-president niet veel beter met zijn 54 procent.

Ter vergelijking: Kris Peeters eindigde op een score van 73 procent. Daar moet meteen aan toegevoegd worden dat élke nieuwe minister-president op een lager niveau start dan zijn voorganger. Dat was het geval voor Yves Leterme – die in 2004 met 60 procent startte maar op 76 afklokte. Toen Kris Peeters in 2007 overnam, moest hij het met een score van 60 procent stellen.

Zij startten wél hoger dan Bourgeois en zijn 51 procent. Maar of de nieuwbakken minister-president er echt wakker van zal liggen? Zijn steile klim in de top tien van populairste politici van dit land compenseert die slechte score.