700 betogers tegen armoede in Brussel

In het centrum van Brussel hebben een 700-tal mensen betoogd tegen armoede en voor een hoger minimum-inkomen. Lage inkomens en uitkeringen liggen in ons land onder de Europese armoedegrens. De nieuwe Vlaamse en federale regeringen zeggen wel iets te willen doen aan dat minimum-inkomen, maar dat geloven de betogers niet.

De optocht vertrok aan het Brusselse Noordstation en ging naar het Europakruispunt voor het Centraal Station, waar mensen in armoede op een podium hun verhaal konden doen. Naast de verenigingen en de vakbonden bevonden zich onder de aanwezigen ook PVDA-voorzitter Peter Mertens en voormalig minister van Armoedebestrijding en Vlaams Parlementslid Ingrid Lieten (SP.A). De mars wordt elk jaar georganiseerd door armoede-organisaties en is de aanloop naar de Werelddag tegen Armoede op 17 oktober. De organisaties krijgen ook de steun van de vakbonden.

De armoede-organisaties willen vooral aanklagen dat nog steeds 1 op de zeven landgenoten onder de armoedegrens leeft. "Een gezin met twee kinderen krijgt vandaag een leefloon van 1.089 euro. Het Europese minimum ligt op 2.100 euro", zegt Peter Heirman, van het Vlaamse Netwerk tegen Armoede. "De federale regering zegt dit op termijn wel te zullen optrekken, maar dat is een schijnmanoeuvre: eerst willen ze er sociale voordelen als de schooltoelage bijtellen."

Het Netwerk pleit ook voor een veralgemening van het remgeld in de gezondheidszorg. Nu betalen mensen het volledige bedrag bij de dokter om later een terugbetaling te krijgen. Mensen met een laag inkomen hebben de optie enkel het remgeld te betalen, maar maken hier onvoldoende gebruik van.

De betogers trokken ook van leer tegen andere plannen uit het regeerakkoord zoals de aangekondigde btw- en accijnsverhogingen, besparingen in de gezondheidszorg en de invoering van de verplichte gemeenschapsdienst.

In het algemeen vrezen de armoedeorganisaties dat het beleid van zowel de federale als de Vlaamse regering nog meer mensen nog verder in de armoede zullen duwen.