Met buitenlandse ogen

Ik betreur de hetze die ontstaan is na mijn tweets van afgelopen zaterdag. Twitter is met 140 tekens niet bepaald het medium waar ruimte is voor nuance, dat heb ik ondervonden. Laat het duidelijk zijn: nooit heb ik over het uiterlijk van Maggie De Block geoordeeld. Het heeft ook niets te maken met het in vraag stellen van haar kwaliteiten of bekwaamheid. Die heeft ze de voorbije jaren genoeg bewezen. Als correspondent in het buitenland is het mijn opdracht om luisteraars, kijkers en lezers tot nieuwe inzichten te brengen. Te vertellen wat er leeft in het buitenland, maar ook hoe omgekeerd naar ons land gekeken wordt. De grenzen van onze eigen denkwereld af te tasten met die van bijvoorbeeld een Chinees, een Rus of een Amerikaan.

Als ik van Amerikaanse collega's te horen krijg dat iemand zoals de Republikeinse gouverneur Chris Christie wellicht nooit president kan worden zolang er niets verandert aan zijn gewicht, dan beschouw ik dat als journalistiek relevant. Het was een heet thema in de Amerikaanse pers tijdens vorige verkiezingsraces, en dreigt dat nu opnieuw te worden. Ondanks het feit dat Amerika het meest obese land ter wereld is, heeft Christie af te rekenen met een perceptieprobleem. Hij mag nog zo bekwaam zijn, er wordt gevreesd voor zijn geloofwaardigheid als presidentskandidaat. (Ter info: Amerika had in het verleden vier presidenten met een BMI boven de 30). Dat was mijn eerste vaststelling.

Tweede vaststelling: de voorbije dagen is op internationale nieuwssites en sociale media het nieuws over de nieuwe Belgische minister van Volksgezondheid niet onopgemerkt voorbijgegaan. Nogmaals, ik keur elke flauwe grap over het uiterlijk af, en heb er mij nooit aan bezondigd. Maar wanneer je als buitenlandcorrespondent merkt dat er vragen worden gesteld over de keuze van een nieuwe volksgezondheidsminister, dan beschouw ik het als mijn taak om dit te signaleren en puur journalistiek de vraag te stellen of er ook bij ons, rekening houdend met mijn eerste vaststelling, sprake kan zijn van een geloofwaardigheidsprobleem. Zonder zelf te willen oordelen, op geen enkel moment.

Aan de reacties te merken besef ik dat ik een bijzonder gevoelige snaar geraakt heb. Sommigen juichen het toe, noemen het moedig dat ik een vraag formuleerde die blijkbaar in ons land niet meer luidop gesteld kan worden (en die ook niet zou gesteld moeten worden bij een andere ministerportefeuille). Anderen gooiden me meteen op de brandstapel, noemen het 'onder de gordel', 'niet objectief', 'seksistisch', een 'pesterij' zelfs. Dat er zowel voor- als tegenstanders zijn, bewijst dat de discussie wel degelijk leeft, en dat het een pertinente vraag is die een publiek forum verdient. Vragen durven stellen die soms niet gesteld durven worden, is dat niet de plicht van elke journalist die zichzelf respecteert?

Wat voor mij de kern is: we vergeten te vaak hoe vanuit het buitenland naar ons land gekeken wordt. Niet belangrijk, vindt u? Toch wel. Denk maar even terug aan de hele hetze rond de speculaas die afgelopen voorjaar aan president Obama werd geschonken. Er was amper iemand bij ons die daar graten in zag, terwijl Amerikanen het bruine snoepgoed dat de president moest voorstellen ronduit als racistisch bestempelden. Zelfs The New York Times wijdde er een artikel aan. Er werd zelfs gevreesd voor economische gevolgen van het geschenk, met investeerders die het 'racistische' België dreigen te ontwijken. "Is dit normaal in België?," het is een vraag die vele Belgische expats kregen.

Een ander voorbeeld. Toen ons land enkele jaren geleden meer dan 500 dagen zonder regering zat, werd ik in China bestookt met bezorgde vragen. "Wat is daar aan de hand, staan jullie op de rand van een burgeroorlog?" In België werden ludieke acties georganiseerd om het record te vieren, terwijl in het buitenland naar dit alles meewarig en vol onbegrip werd gekeken. Ook hier klonk dezelfde vraag: "Is dit normaal in België?", waarop je weinig anders kon antwoorden dan even met je hoofd schudden en je schouders optrekken. Omdat je België nu eenmaal niet in enkele minuten kán uitleggen.

De perceptie in ons eigen land strookt niet altijd met de perceptie die in het buitenland heerst over ons land. Is het dan zo verkeerd om af en toe eens met buitenlandse ogen te kijken naar onszelf? Zijn we dan zo verblind door populariteitspolls dat we onszelf niet meer in vraag mogen stellen? En sta me toe om nu even persoonlijk te worden. Geachte mevrouw de minister, beste Maggie, áls er al sprake zou zijn van een geloofwaardigheidsprobleem, dan is jouw ministerschap op Volksgezondheid de ideale plek om ermee af te rekenen. Start een gezondheidscampagne op en doe er als boegbeeld zelf aan mee. Toon aan België en de rest van wereld hoe het kan. Je zal elke verkeerde perceptie doorprikken, en je populariteit zal er alleen nog verder mee stijgen. 

Tom Van de Weghe is VRT-correspondent in Amerika