Partner van de armen - Jürgen Mettepenningen

Bon, de rekening moest kloppen. En de toekomst vergt een inspanning van ons allen, van u en van mij dus. "De tering naar de nering", hoorde ik van een partijvoorzitter die zich tegenwoordig in een Porsche beweegt. "We zullen het allemaal wat voelen", klonk het uit alle kelen in de Wetstraat. Dus gaan we er dan maar met z’n allen tegenaan, fris en monter besparend in crisistijden… Alsof het allemaal zo eenvoudig is!

1 x arm

Als ik in onze dorpen en steden rondloop, dan zie ik weinig crisis. Tavernes zitten vol – het lijkt er niet echt op dat iemand op een hapje-tapje meer of minder kijkt. En toch is mijn wandeling misleidend. Mensen voelen in deze jaren wel degelijk de crisis. Vooral degenen die arm zijn of zich in de risicozone bevinden om arm te worden. Komen daar nu nog besparingen bij. Op 31 plaatsen in het regeerakkoord heeft men het weliswaar expliciet over armoede (tien plaatsen meer dan in het regeerakkoord van 2011, toen socialisten mee regeerden), maar slechts op 1 plaats over armen, met name ‘kansarmen’. Het is altijd eenvoudiger te spreken over het thema armoede, dan over arme mensen. Die laatsten zijn op die manier haast even onzichtbaar in de tekst als in de tavernes. In ieder geval is het hoopvol dat armoede een belangrijk aandachtspunt is van de regering.

Aandacht

Persoonlijk vind ik het regeerakkoord een oproep tot meer aandacht van mij voor mijn medemens. Zonder daar hoge woorden tegenaan te moeten gooien of zelfs pathetisch te worden. De combinatie van de crisis, hoge prijzen (een brood kost minstens 2 euro!), de indexsprong die minder geld in het laatje brengt en de verwachtingen waaraan ik moet beantwoorden om ‘niet af te gaan’ in de ogen van anderen (mijn dochter van 6 maakt taken op een computer, internet vereist!) maken dat dit een wereld is waar het moeilijk is voor veel singles met grote dromen en eenoudergezinnen met kapotte dromen. Als de overheid van mensen verwacht dat ze de broeksriem wat meer aanhalen, dan zijn we geroepen om wat meer aandacht te hebben voor elkaar. Ieders buik en broekriem verschilt immers. Dat roept op tot aandacht voor elkaar, betrokkenheid op elkaar en solidariteit met elkaar. De voormelde knellende en kwellende combinatie betekent immers dat armen het moeilijker kunnen krijgen en dat nieuwe armen gecreëerd kunnen worden, wat men ook beweert. Lichtpunt in deze: gelukkig kreeg het zeer gedegen parlementslid Elke Sleurs de portefeuille van armoedebestrijding.

Vrijwilligerswerk

Meer dan ooit is er nood aan vrijwilligerswerk: mensen die aan de aandacht en zorg voor elkaar handen en voeten geven. Vadertje staat is al lang dood: er is euthanasie op hem gepleegd, wat gebeurde in stappen. Niet alles mag dus (louter) van de overheid verwacht worden. Vandaag heet het in die context dat de overheid een ‘partner’ is van de burger in de uitbouw va onze samenleving.

Mooie woorden, maar vooral op het lijf geschreven van de sterke burger. Ik pleit niet voor de verrijzenis van vadertje staat, wel voor een overheid die meer doet dan de tering naar de nering te zetten. Als een goede ‘huisvader’ zorgen voor het huishouden, heeft immers met meer te maken dan cijfers die kloppen. Ook met oog hebben voor de armen, in woord en daad. Van heel wat vrijwilligers weet ik dat ze oog hebben voor de arme medemens. Ze doen fantastisch werk! Gisteren nog sprak ik met iemand die met de fiets brood ging brengen naar mensen die zich dat brood niet elke dag kunnen permitteren. Benieuwd hoe de overheid zich als sterke partner van deze en andere vrijwilligers zal tonen.

(Jürgen Mettepenningen is theoloog)

 

 

 

lees ook