Waarom ouderen langer laten werken als jongeren werkloos zijn?

“Ik wil één ding toch eens tegenspreken”, sprak N-VA-voorzitter Bart De Wever afgelopen dinsdagavond in "Terzake", “ik weet dat dit heel populair is: waarom ouderen laten werken als jongeren werkloos zijn? Wel, de landen waar men tot 67 werkt, zijn de landen waar de ouderen het meest actief zijn én de jongeren het meest actief zijn.” De Fact Check-redactie vroeg zich af: klopt dit?

De Europese lijst

Laten we eerst even kijken naar de landen waar relatief veel 55-plussers aan de slag zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval in Duitsland en Nederland. Maar liefst 6 op 10 55-plussers is er aan het werk. Dat is meer dan het Europees gemiddelde (51,4%)

De jeugdwerkloosheid in deze landen is dan weer opmerkelijk laag. Het Europese gemiddelde toont aan dat ongeveer 1 op de 5 jongeren geen werk heeft. In Nederland en Duitsland is dat slechts 1 op de 10.

En België? De resultaten zijn niet echt om over naar huis te schrijven. Slechts 4 op de 10 55-plussers zijn nog aan de slag. En ook qua jeugdwerkloosheid scoren we niet goed. Met 26,7% werkloze jongeren steken we sterk uit boven het EU-gemiddelde van 22,8 procent.

Niet op korte termijn

Vandaag is de wettelijke pensioenleeftijd is ons land 65 jaar. Maar de gemiddelde man stopt al met werken op 59,6 jaar. De gemiddelde vrouw op 58,7. Als we met z’n allen langer gaan werken, blijven de jongeren dan ook langer werkloos? Het antwoord op deze vraag is niet eenvoudig.

“Wanneer ouderen langer aan de slag blijven, moeten er minder pensioenen uitbetaald worden en beschikt de overheid over meer budget”, vertelt Freddy Heylen, macro-econoom en hoogleraar aan de Universiteit Gent, “de overheid kan de belastingen op arbeid dan doen dalen. Gevolg: meer werk voor iedereen, ook voor jongeren. Dit is het Angelsaksische model.”

Daarnaast bestaat ook het Scandinavische model: “De loonlasten blijven hoog, maar de overheid investeert meer in actief arbeidsmarktbeleid, onderwijs, infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling. Je krijgt een dynamische economie met meer jobs voor iedereen, ook voor jongeren”, legt professor Heylen uit.

Maar hierbij horen twee belangrijke kanttekeningen: Eén: het gebeurt niet van vandaag op morgen. Het effect voltrekt zich op lange termijn. En twee: er is economische groei voor nodig.

“En die economische groei hebben we momenteel niet”, vertelt Freddy Heylen, “er komen momenteel weinig jobs bij. In economisch moeilijke tijden houden werknemers immers liever vast aan ervaren werknemers. Jongeren maken minder kans: ze zijn onervaren en onbekend bij de werkgever. Bovendien leidt het optrekken van de effectieve pensioenleeftijd tot minder uitstroom. Dat is minder plaats die kan ingevuld worden door jongeren. Op lange termijn zal het optrekken van de pensioenleeftijd een positieve invloed hebben op de jeugdwerkloosheid, dat is zeker. Maar de komende jaren gaan jongeren het toch moeilijk krijgen.”

Conclusie

Bart De Wever beweerde dat landen waar veel ouderen aan de slag zijn, ook veel jongeren aan de slag zijn. Dit klopt. Betekent dit ook dat het optrekken van pensioenleeftijd zorgt voor minder jeugdwerkloosheid? Wel op lange termijn. Niet op korte termijn.