Partijleider Erich Honecker was decennialang onaantastbaar in de DDR, maar plots niet meer.

30 jaar val van het communisme: een paleiscoup in Oost-Berlijn nekte Honecker

Op 18 oktober 1989 werd de Oost-Duitse communistische leider Erich Honecker door de hervormers in zijn eigen partij aan de kant gezet. Die wilden het regime redden door hervormingen zoals in de Sovjet-Unie, maar het begin van het einde van de communistische DDR was al aangebroken. 

Sinds '71 was Honecker de onbetwiste leider van het communistische Oost-Duitsland geweest. Al die tijd had hij zich een trouwe bondgenoot van de Sovjet-Unie getoond, maar sinds de hervormer Mikhail Gorbatsjov daar in '85 aan de macht was gekomen, was die relatie verzuurd.

Als communist van de oude stijl wou Honecker niet weten van de verregaande hervormingen waarmee Gorbatsjov het Sovjetmodel wou moderniseren. In Oost-Berlijn was dan ook niets te merken van glasnost of perestrojka en evenmin van de veranderingen die zich in '89 ook voordeden in Polen en Hongarije.

Toen Hongarije in mei het IJzeren Gordijn opende, konden tienduizenden DDR-toeristen naar het Westen vluchten. Anderen zochten hun toevlucht in West-Duitse ambassades in Warschau en Praag.

Sovjetleider Leonid Brezjnev (links) en de DDR-topman Erich Honecker konden het goed met elkaar vinden.

De Oost-Duitsers roeren zich

Ook binnen de DDR namen de spanningen toe. Op 4 september werd in Leipzig een gebedsdienst voor verandering gehouden. Dat protest werd voortaan wekelijks herhaald op maandag en groeide al snel uit tot een massabeweging die ook in Dresden, Maagdenburg en Oost-Berlijn navolging kreeg.

De oppositie organiseerde zich in bewegingen als Neues Forum, die opkwamen voor meer vrijheid, een einde aan de politieke repressie en het recht om naar het buitenland te reizen.

Eind 1989 was het duidelijk dat Sovjetleider Gorbatsjov geen bloedbad zoals op het Tiananmenplein in Peking zou toestaan

Partijleider Honecker sprak over "criminele elementen die met steun van West-Duitsland het socialisme in de DDR wilden ondermijnen" en beloofde een harde aanpak, maar het was intussen duidelijk dat Sovjetleider Gorbatsjov geen bloedbad zoals op het Tiananmenplein in Peking zou toestaan. 

Op 18 oktober '89 werd Honecker door zijn eigen regime aan de kant geschoven, al dan niet met steun van Moskou. In een mededeling werd gezegd dat Honecker "wegens gezondheidsredenen" ontslag had genomen op vraag van het politburo van de communistische eenheidspartij SED. Zijn adjunct, Egon Krenz (foto), werd benoemd tot nieuwe partijleider, later ook tot president.

Ook "curator" Krenz redde het niet

Bij zijn aantreden beloofde Krenz een nieuwe aanpak (die Wende) en onderhandelingen met de oppositie. Hij heropende de grenzen met Tsjechoslowakije en verleende amnestie aan diegenen die de DDR ontvlucht waren. (Lees verder onder de foto).

Als nieuwe machthebber van de DDR wou Egon Krenz alsnog hervormingen doorvoeren.

Voor zover Krenz de illusie had gekoesterd dat hij als een bevrijder onthaald zou worden, zou hij die snel laten varen. De Oost-Duitsers herinnerden zich Krenz vooral als een typische partij-volgeling die het DDR-regime mits wat kleine toegevingen wou laten overleven. 

De straatprotesten namen nog uitbreiding. Begin november kwamen in Oost-Berlijn een half miljoen mensen op straat. De beloften van Krenz maakten geen indruk en het DDR-regime begon in elkaar te storten. Steeds meer toplui van de SED en de hele regering namen ontslag. Krenz hield het vol tot 7 december, maar moest toen opstappen. 

Voor het zover was, was de Berlijnse Muur -het symbool van de scheiding van Europa- intussen ten val gekomen, maar dat was noch de verdienste noch de bedoeling van Krenz geweest.