"Inspanning lager dan aandeel onderwijs in begroting"

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) verdedigt de beslissing om het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs te verhogen. In "De ochtend" op Radio 1 wijst ze op een aantal sociale correcties en benadrukt ze dat het studiegeld in Vlaanderen "relatief laag" blijft.

"Er is veel over nagedacht", zegt Crevits. "We zien dat het private aandeel van mensen in de totale uitgaven die we doen voor de studenten hoger onderwijs heel laag is in vergelijking met andere OESO-landen: zo'n 10 procent tegenover een gemiddelde van 30 procent. Vandaar dat we het aanvaardbaar vonden om het studiegeld te verhogen."

Toch is die verhoging volgens haar niet extreem. "We willen echt wel dat studeren democratisch blijft en dat we ook in Vlaanderen blijven behoren tot de groep regio's die een beperkt studiegeld vragen."

En dan zijn er nog de sociale correcties. "Mensen die een laag inkomen hebben, kunnen een verlaagd studiegeld krijgen, of zelfs een heel laag studiegeld plus een beurs." Crevits heeft het hier over de bijna-beursstudenten, voor wie de maximale overschrijding van het referte-inkomen wordt opgetrokken van 1.500 naar 3.000 euro. "Wellicht hebben dubbel zo veel studenten als vandaag recht op verlaagd studiegeld, zonder dat ze een beurs krijgen." Ter verduidelijking: het gaat om 4.000 van de 230.000 Vlaamse studenten.

"Er moet door iedereen bespaard worden", relativeert Crevits. "Wij investeren meer dan 11 miljard in onderwijs. Dat is een groot bedrag, bijna een derde van onze begroting." Ze geeft toe dat er inderdaad en inspanning wordt gevraagd, "maar die is lager dan het aandeel van onderwijs in de begroting".

"Het is absoluut niet fijn, zeker als je start als nieuwe minister om onmiddellijk met moeilijke economische omstandigheden te worden geconfronteerd." Crevits wil de verhoging van het studiegeld wel beperken tot een eenmalige operatie.