Auto verliest aan belang voor woon-werkverkeer naar Brussel

Mensen die in Brussel werken, maken voor hun woon-werkverkeer steeds minder gebruik van de auto. Het belang van de wagen is bij die verplaatsingen tot onder de 50 procent gedaald, terwijl het gebruik van het openbaar vervoer naar de Brusselse werkplek duidelijk toeneemt. Dat blijkt uit een analyse van Federaal Planbureau.

Nationaal gezien blijft de auto het belangrijkste vervoermiddel voor de verplaatsingen van en naar het werk. In de periode 2011-2013 was de personenwagen goed voor een aandeel van 73 procent, wat zelfs nog 3 procentpunt meer is dan in 2001. Het gebruik van de auto blijft vooral hoog liggen in Vlaanderen (75 procent) en Wallonië (85 procent), waar het aandeel van de personenwagen in het woon-werkverkeer nog met 5 procentpunt is toegenomen.

Maar opvallend genoeg tekent zich een tegengestelde trend af wanneer er gekeken wordt naar de mensen die werken in het Brussels Gewest. Want daar was de auto in 2001 nog goed voor 57 procent van dergelijke verplaatsingen, terwijl het tegenwoordig nog om 48 procent gaat. De mensen die in Brussel werken maken intussen wel duidelijk meer gebruik van het openbaar vervoer, dat zijn belang zag toenemen van 35 tot 44 procent.

"Soortgelijke evolutie in Franse en Nederlandse grootsteden"

In de grootstedelijke gebieden in Frankrijk en Nederland doet zich een soortgelijke evolutie voor, stelt het Planbureau. Als oorzaak daarvoor wordt onder meer gewezen naar de files, de beleidsmaatregelen om het autoverkeer in de stadscentra terug te dringen, de stijgende brandstofprijzen en de gewijzigde houding van jongeren op het vlak van mobiliteit.

"Ook studenten met openbaar vervoer naar de les"

Overigens doet zich ook bij studenten in het hoger onderwijs een afname van het autogebruik voor, aldus het Planbureau. De daling is het sterkst in Brussel. Daar gaat nog minder dan een op de tien studenten met de auto - als passagier of bestuurder - naar de les.