Vrije meningsuiting - Walter Van Steenbrugge

Een visser vist. Een bakker bakt. Een boekhouder cijfert. Een artiest creëert. Maar een politicus, wat doet een politicus?

Een politicus heeft een mening over hoe het verder moet met de maatschappij waarin hij leeft. En hij wil die mening vertolkt zien in daden en feiten. Via wetgeving en uitvoering. Een mening koesteren, een mening uiten. Het onderscheidt ons van de lagere diersoorten. Een mening is het product van enig denkwerk, zij het bij de één al van wat meer dan bij de ander. Kreten en wartaal zijn geen mening. Aan onbekwamen en geesteszwakken wordt geen mening toegeschreven.

Een politicus grossiert in meningen. Over elk item een mening. Geen maatschappelijk probleem, of hij heeft er een mening over. Geen kreet, geen wartaal. Een mening.

Artikel 10 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) waarborgt de vrijheid een mening te koesteren en ze vervolgens te uiten. Weinig artikelen van dit EVRM zijn het voorwerp van zoveel rechtspraak. Iedereen heeft wel een mening over de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting. Het recht op vrije meningsuiting kan immers botsen met andere fundamentele rechten. Afgelopen donderdag stond dit onderwerp overigens prominent op de agenda van een interessant symposium te Straatsburg ("Should the European Court of Human Rights resolve conflicts between Human Rights?").

Mag je vrank en vrij alles verkondigen? Mag je alles denken en zeggen, en moet de aangesprokene er maar het zijne van denken? Of is het zaak de maatschappij te beschermen tegen bepaalde meningen of minstens tegen de uiting ervan? In een niet zo ver verleden kende een overheersende godsdienststroming in dit land het verbod te vloeken. In sommige landen is blasfemie, anno 2014, nog steeds strafbaar. Net zoals bij ons een bijna 170 jaar oude wet nog de “beleediging van den persoon van den Koning” strafbaar stelt.
Onze negationismewet, weldra 20 jaar oud, stelt straffen op hem of haar die de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duits nationaal-socialistische regime is gepleegd, ontkent, schromelijk minimaliseert, poogt te rechtvaardigen of goedkeurt. En wat te denken van de antisexismewet, nog geen zes maanden oud, die denigrerende gebaren of handelingen, met inbegrip van mondelinge gezegden, verbiedt waarbij een minachting wegens het geslacht tot uitdrukking komt. Meningen mogen dan al kwetsend zijn, schokkend of verontrustend, zij mogen niet aanzetten tot haat, geweld of discriminatie.

Ranzig

Die vrijheid van meningsuiting is dus zeker niet absoluut.
Artikel 17 van het EVRM houdt overigens het verbod in om zich op een door het verdrag beschermde vrijheid te beroepen om de miskenning van andere beschermde rechten of vrijheden te rechtvaardigen. Een politicus, een beetje beslagen in het vak, zou dit moeten weten.

Dat uitgerekend de huidige Staatssecretaris voor asiel en migratie, weliswaar voor hij tot die functie was benoemd, stelde dat hij zich iets kon voorstellen bij de economische meerwaarde van de Joodse, Chinese en Indische diaspora, maar minder bij de Marokkaanse, Congolese en Algerijnse, was ongetwijfeld geen kreet of wartaal, maar een mening.

Of deze mening wetenschappelijk valt te onderbouwen, betwijfel ik sterk. Dat deze mening ranzig en onkies is, lijkt mij evident.

Betrokkene zelf leek dit overigens te beseffen, want hij voegde er aan toe: “Of is dat te aangebrand?”. Hij heeft er dus zeker over nagedacht, maar in zijn mening volhard. Marokkanen, Congolezen en Algerijnen worden impliciet en in globo geassocieerd met leeglopers en armoezaaiers. Verwerpelijk en strafbaar. Een ambt met voorbeeldfunctie onwaardig.

Afgelopen weekend zag ik "12 years a slave", de historische dramafilm gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Solomon Northup, ontvoerd en verkocht als Afro-slaaf. De prent won terecht de Oscar voor de beste film van dit jaar, alleen al omdat hij zo doet nadenken over vooroordelen en waartoe mensen in staat zijn als ze zich almachtig wanen en medemensen op grond van hun huidskleur onderdrukken, en dan is dit laatste nog heel eufemistisch uitgedrukt. Een dergelijke film toont ook aan hoe recent gruweldaden op basis van racistische motieven wel werden gepleegd en dus nog steeds een hoge actualiteitswaarde hebben en tegelijkertijd de broodnodige bescherming onderlijnen van soortgelijke "cultuurproducten". Ze zijn de zuurstof voor de mensenrechten. Voor ieder van ons, maar uitgerekend voor politici, is het zien van de film een must.

En by the way, naast medewerkers van Oekraïense en Hongaarse afkomst, telt ons kantoor tevens twee medewerkers van Congolese afkomst. En of ze een meerwaarde bieden!

(De auteur is advocaat.)

lees ook