Boeing gaat vliegen op olie van Chinese loempia's

Boeing gaat in China duurzame brandstof voor de luchtvaart produceren die wordt gewonnen uit gebruikte frituurolie van restaurants en straatverkopers. Dat heeft de vliegtuigbouwer bekendgemaakt bij de opening van een testinstallatie voor zogeheten gutter oil.

De installatie moet nog meer inzicht geven in de technische haalbaarheid en de kosten van het produceren van grotere volumes biobrandstof voor de luchtvaart uit 'gutter oil'. Het project is een joint venture met het Chinese staatsbedrijf Comac. De twee bedrijven schatten dat jaarlijks 1,8 miljard liter biobrandstof kan worden geproduceerd. Financiële details werden niet gemeld.

De uitstoot van koolstofdioxide bij biobrandstof ligt volgens Boeing 50 tot 80 procent lager dan bij kerosine die wordt gewonnen uit olie. Volgens de luchtvaartonderneming zijn er al meer dan 1.600 commerciële vluchten op biobrandstof uitgevoerd.

Concurrent Airbus stapte eerder al in een soortgelijke joint venture in China, maar zij zitten voorlopig ook nog in de onderzoeksfase.

Kroket-vet

Vliegtuigen vliegen niet alleen op loempia-olie, want vliegen met vet van een kroket lukt ook aardig. De Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM voert met haar Boeings namelijk al drie jaar vluchten uit met brandstof waarin frituurvet is verwerkt. 40 à 50 procent van die biokerosine bestaat uit frituurvet, de rest is gewone kerosine.

KLM gebruikt de biodiesel voornamelijk voor vluchten tussen Amsterdam en Parijs, maar de luchtvaartmaatschappij heeft ook al vliegtuigen met biokerosine volgetankt om naar New York en Rio de Janeiro te vliegen. Dat laatste was het geval voor de vliegreis van staatssecretaris Atsma naar de duurzaamheidstop in Brazilië, in 2012.