WO I was een loopgravenoorlog

Het fenomeen van legers die elkaar jarenlang bevochten vanuit loopgraven en al die tijd niet of nauwelijks van positie veranderden, is typisch voor de Grote Oorlog. Maar dat gold vooral voor het Westelijk Front, met zijn vrijwel ononderbroken rij loopgraven, van de IJzer tot de Vogezen.
©2014 brilk

Op de andere fronten speelden loopgraven veel minder een rol. Ze werden zo nodig voor korte duur gegraven. Aan het Russische front waren de afstanden groter en de troepen minder geconcentreerd. Bovendien ontwikkelden de Russen tactieken die verdediging in loopgraven bemoeilijkten.

Bij de woestijnoorlog in het Midden-Oosten was van loopgraven geen sprake. Het Oostenrijks-Italiaanse front was ook een stellingenoorlog, maar daar werd voor een groot deel in de bergen gevochten.

Maar ook in het westen vond de strijd niet de hele tijd rond loopgraven plaats. In de eerste fase van de oorlog, met de Duitse inval in België en Noord-Frankrijk in augustus 1914, waren de legers nog in volle beweging. De loopgravenoorlog begon na de slag aan de Marne (begin september 1914) en werd definitief na de Eerste Slag bij Ieper (november), toen het front helemaal vastzat.

De Duitse lente-offensieven in maart 1918 betekende een eerste "succes" om het loopgravenstelsel te doorbreken en met het geallieerde Bevrijdingsoffensief (vanaf september 1918) was het front weer helemaal in beweging.

De loopgraven van 14-18 zijn een symbool van dood en ellende geworden. Maar de gevechten in de loopgraven waren juist minder dodelijk dan in de bewegingsoorlog. Statistisch onderzoek van de dodentallen in het Franse leger heeft aangetoond dat de meest bloedige maanden van de oorlog aan Franse zijde augustus en september 1914 waren. Toen vielen er respectievelijk 85.000 en 99.000 doden.

De bloedigste maand van de loopgravenoorlog was september 1915, met net geen 60.000 doden aan Franse zijde. Ook de dodelijkste dag van de oorlog, toen aan Franse zijde alleen 27.000 man sneuvelden, was nog in volle bewegingsoorlog. Ter vergelijking: op de beruchte eerste dag van het Somme-offensief (1 juni 1916) telden de Britten 19.000 doden.

Een ruwe schatting leert dat twee derde van alle slachtoffers aan het westelijk front viel in de bewegingsfasen aan het begin en het einde van de oorlog. De loopgravenoorlog was dus relatief veilig.

lees ook