"Michael Brown kreeg schoten in hand vanop dichte afstand"

Michael Brown, de 18-jarige tiener uit Ferguson die in augustus vermoord werd door een agent, werd vanop dichte afstand in de hand geschoten. Dat bevestigt het vermoeden dat er net voor de dood van Ferguson gevochten moet geweest zijn tussen de agent en Brown.

Brown en een andere jongen raakten begin augustus betrokken in een gevecht met een politieagent in Ferguson, een hoofdzakelijk zwarte voorstad van Saint Louis. De agent vuurde meerdere keren op Brown, die evenwel zelf ongewapend was. De 18-jarige Brown kwam daarbij om het leven.

De rellen die volgden op zijn dood, waren ongezien in de Verenigde Staten. Het Amerikaanse leger moest meermaals ingrijpen om het volk tot bedaren te brengen.

Na de officiële autopsie werd er op vraag van de familie nog een tweede en derde autopsie op het lichaam van Brown gedaan. Uit die resultaten blijkt dat er vanop een dichte afstand geschoten is op Brown. Het is dus waarschijnlijk dat de twee in een gevecht belandden net voor de dood van Brown.

Hoewel de autopsie dus een van de vragen beantwoordt, blijven er nog vele over.  Zo is het nog steeds een mysterie waarom de twee verwikkeld raakten in een gevecht en waarom de agent zes schoten afvuurde op een ongewapende Brown.