EU-top Brussel: discussie over klimaat en energie

Ietwat tegen de verwachtingen in wordt er vanavond nog aardig gediscussieerd over de compromistekst die uitgewerkt werd voor de Europese klimaat- en energietargets tot 2030. Over de cijfers lijkt er een akkoord, maar er is nog discussie over de grensoverschrijdende elektriciteitsnetwerken en over het gebruik van gratis CO2-emissierechten.

In 2002 werd op een Europese top in Barcelona beslist dat elk EU-land ervoor moet zorgen dat het minstens 10 procent van de elektriciteit die het jaarlijks produceert naar zijn buurlanden kan exporteren. Interconnectiviteit, zo heet dat in het Europese jargon.

Portugal en Spanje willen, in het kader van de klimaat- en energieonderhandelingen, dat cijfer optrekken tot een bindende doelstelling van 15 procent. Spanje klaagt dat het te veel aan elektriciteit die het produceert uit natuurlijke bronnen verspild wordt omdat Frankrijk zijn markt afschermt.

Het is onduidelijk hoe hard Spanje en Portugal zich opstellen. Het lijkt in ieder geval een discussie waar maar weinig landen zich mee moeien. België zit tegen de 30 procent interconnectiviteit aan en is dus helemaal geen betrokken partij.

Gratis uitstootrechten

Anders is het met de discussie over de uitstootrechten. Een achttal landen - met Polen als belangrijkste exponent - wil dat ze de gratis rechten die ze tegen de deadline van 2020 niet zullen kunnen verkopen, ook voorbij die datum op de markt mogen brengen. Het principe is verworven, maar naar verluidt is er nog discussie over de details.

Die gratis CO2-emissiequota krijgen ze van landen met een performante energiemix. De opbrengst moeten ze gebruiken voor energievriendelijke investeringen. De mechaniek heeft een impact op België. Als bijvoorbeeld bedrijven uit de Antwerpse petrochemische sector quota moeten kopen, hebben ze er alle belang bij dat door het aantal quota op de markt de prijs wordt gedrukt.