Hoe ver wil Europa gaan voor het milieu?

Vandaag en morgen komen de Europese leiders in Brussel samen om een nieuw pakket van klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 uit te werken. Dat wordt geen makkelijke klus want de lidstaten zitten niet op dezelfde lijn. Sommige landen, zoals België, zijn ook intern verdeeld. Intussen komt vanuit de industrie de kritiek dat Europa de milieuslinger te ver laat doorslaan.

Europa heeft al een klimaatplan tot 2020, de bedoeling van deze bijeenkomst - de eerste sinds het aantreden van de Commissie-Juncker en de laatste voor Europees Raadsvoorzitter Herman Van Rompuy - is de lijnen uit te tekenen voor een plan dat reikt tot 2030.

Het huidige klimaatplan voorziet in de vermindering van de CO2-uitstoot met 40 procent tegen 2030, de verhoging van het aandeel hernieuwbare energie tot 27 procent van het verbruik en de vermindering van het energieverbruik met 30 procent.

De nieuwe Commissievoorzitter, Jean-Claude Juncker, heeft al duidelijk gemaakt dat hij voorstander is van een ambitieus milieubeleid maar tegelijk is er geen aparte commissaris meer voor Milieu. De vraag is dan ook in hoeverre de lidstaten zullen volgen. De Britten liggen dwars en ook Polen protesteert. Polen haalt 80 procent van zijn elektriciteit uit steenkool en stoot daardoor veel CO2 uit. Het land kant zich tegen het verplichten van efficiëntere installaties en betere technologie indien daar vanuit Europa niets tegenover staat. De verdeling van de inspanningen belooft dus erg moeilijk te worden.

Ook ons land zou wel eens kunnen tegensputteren. Indien de CO2-uitstoot met 40 procent moet verminderen, zal dat vooral Vlaanderen duur komen te staan.

"Europa speelt cavalier seul"

Essenscia, de federatie van de chemische, kunststofverwerkende en life sciences industrie, waarschuwde vandaag in "De ochtend" dat het Europese beleid inzake klimaat en milieu unilateraal en duur is en duizenden Europese jobs zal kosten.

Volgens Yves Verschueren (foto), gedelegeerd bestuurder van Essenscia, legt de EU het zwaartepunt van de inspanningen op de industrie, en dat terwijl de industrie de voorbije 20 jaar net de hoogste inspanningen heeft geleverd.

"Wij juichen de “industriële renaissance” toe, ook wij denken dat het hoog tijd is om een actief industrieel beleid te voeren. Maar we merken dat in de uitvoering van deze plannen om de CO2 te reduceren het dezelfde industrie is die de grootste bijdrage moet leveren door ondraagbare kosten."

"Straks zullen degenen die uiterst efficiënt produceren ook nog eens extra kosten moeten dragen. Dat is onhoudbaar in een wereldeconomie waar de kosten net naar beneden gaan. Europa is straks nog goed voor tien procent uitstoot op wereldniveau. Het heeft geen zin om cavalier seul te gaan rijden", stelt Verschueren die waarschuwt dat de industrie niet anders zal kunnen dan het milieuvriendelijke Europa te verlaten. Met banenverlies tot gevolg.

Dat de industrie alleen zou staan, klopt niet, zegt Jos Delbeke (foto, directeur-generaal Klimaatactie bij de Europese Commissie), eveneens in "De ochtend". "We houden net wel rekening met de bedrijven, we hebben een Europese emissiehandel met gratis quota voor de bedrijven ingevoerd, net om de concurrentiekracht te behouden."