Nino Rota, een geniale "pikkedief"

Steven Spielberg en John Williams. Sergio Leone en Ennio Morricone: dat een regisseur en een componist nauw verbonden zijn, komt vaker voor. Maar geen duo dat zo perfect op elkaar ingespeeld was als Federico Fellini en Nino Rota. De herkenbare en toch zo vluchtige kermis- en circusdeuntjes van zijn huiscomponist gaven Fellini’s films méér dan een extra dimensie. Het Filmfestival betuigde hem eer met een concert van het Brussels Philharmonic onder leiding van Dirk Brossé.

Het Brussels Philharmonic en filmmuziek is een gouden combinatie. Het orkest onder leiding van Dirk Brossé heeft een Oscar overgehouden aan zijn uitvoering van de muziek van “The artist”. Hoog tijd dus om het Filmfestivalpubliek te trakteren op de noten van een van de befaamdste filmcomponisten ooit, Nino Rota.

Neurie zijn deuntjes, en meteen dansen Fellini’s burleske personages in je hoofd voorbij. Hoewel: Rota’s deuntjes neuriën is vaak niet zo eenvoudig. “Zijn muziek is herkenbaar, je begrijpt ze direct maar ze ontsnapt je meteen”, zo omschrijft een muziekspecialist het in de programmabrochure. En zo is het inderdaad maar net. Terwijl de noten weerklinken, bewegen je voeten mee, maar eens ze weggestorven zijn, lijk je de melodie alweer vergeten.

Verrassend veelzijdig

Maar hoewel ze het meest kenmerkend zijn voor zijn repertoire, heeft Nino Rota meer, véél meer muziek gemaakt dan de circusmelodietjes. Uit het Filmfestivalconcert blijkt hoe verrassend veelzijdig hij is. Zijn samenwerking met Fellini wordt bewaard voor het tweede deel. Vóór de pauze brengen Dirk Brossé en zijn orkest een selectie uit Rota’s werk voor andere filmregisseurs. Voor de klassiekers van Luchino Visconti, “Rocco e i suoi fratelli” en “Il Gattopardo”, schreef hij een opera-achtige score.

“Voor “Il Gattopardo” had Visconti, groot liefhebber van klassieke muziek, eigenlijk de Vierde Symfonie van Tsjaikovski in gedachten”, vertelde Thomas Vanderveken, die het concert met interessante weetjes aan elkaar praatte. “Maar hij bedacht zich en vroeg Rota dan maar om iets “Tsjaikovski-achtigs te doen”. Wat die ook zonder moeite uit zijn mouw schudde. Rota componeerde ook de spannend-dramatische muziek voor de Agatha Christie-verfilming “Death on the Nile” en de romantische score van “Romeo en Julia” van Franco Zeffirelli, waarmee het concert opende.

Telkens speelt het orkest de score uit twee verschillende films, waarna Thomas Vanderveken weer twee nieuwe films en hun soundtrack introduceert. Eén film en soundtrack komt in zijn eentje aan bod: “The Godfather”, natuurlijk, het meesterwerk van Francis Ford Coppola, met de al even memorabele muziek van Rota. Vandaag behoort de soundtrack van “The Godfather” voor nagenoeg elke filmfan tot de allermooiste filmmuziek ooit.

Maar kippenvel was niet wat de producers hoorden toen zij de op Italiaanse volksmelodietjes geïnspireerde score hoorden. “Niet dramatisch en niet commercieel genoeg, en te weinig impact op de beelden”, luidde het vernietigende oordeel. Coppola werd vriendelijk verzocht een andere, Amerikaanse, componist te zoeken. Maar het resultaat van die zoektocht bleek zo desastreus dat Nino Rota toch mocht blijven. De prachtige muziek is tientallen jaren later goed voor een eerste hoogtepunt tijdens het Filmfestivalconcert in de Bijloke.

Plagiaat? Nee, een hommage

Is de muziek van “The Godfather” geïnspireerd door Italiaanse volksmuziek, dan plunderde Nino Rota ook voor zijn andere scores uit zijn eigen werk en dat van anderen. “Het is niet echt gepast om dat te zeggen tijdens een eerbetoon, maar Nino Rota was eigenlijk een pikkedief”, aldus Thomas Vanderveken.

Zo lijken de beginnoten van de muziek van “Death on the Nile” op het overbekende “Lara’s theme” uit “Doctor Zhivago”, en herkent een muzikaal oor iets van “Mac the Knife” in de soundtrack van “La dolce vita”. Maar plagiaat? Dat vond Rota onzin. Voor hem was putten uit het muzikale materiaal van voorgangers juist een uiting van dankbaarheid, en dus een hommage.

Aan zijn samenwerking met Fellini kwam een einde in 1978, een jaar voor Rota’s dood. Hun laatste film samen bleek achteraf een passend afscheid te zijn geweest. Omdat “Prova d’orchestra” het verhaal vertelt van de (in de film tumultueuze) relatie van een dirigent en zijn orkest bracht Rota tegen zijn gewoonte in veel tijd door op de filmset, waar hij de acteurs de knepen van het muziekvak liet zien. Dirk Brossé en zíjn orkest spelen in de Bijloke hun eigen “Prova d’orchestra”. Nadat het publiek op het grote scherm achter het orkest gezien heeft hoe Fellini’s dirigent zijn muzikanten uitkaffert en hen telkens opnieuw laat beginnen, doet Brossé bij wijze van grap hetzelfde met zíjn muzikanten. Ook zij krijgen ineens gesnauw van een colèrige orkestleider te horen en moeten -“Da capo!”- opnieuw beginnen.

Nino Rota in de Bijloke was niet alleen een hommage aan een uitzonderlijk begeesterd componist, maar tegelijk een duik in tientallen jaren (vooral Italiaanse) filmgeschiedenis. Feest voor oren én ogen, want samen met de heerlijke melodieën werden op de achtergrond natuurlijk ook de filmfragmenten geprojecteerd.