Mich Walschaerts: "Spelen is altijd genieten"

Mich Walschaerts kan het ook alleen. De jongste helft van het cabaretduo Kommil Foo staat dezer dagen met een solovoorstelling op de planken. Zonder zijn oudere broer Raf, maar met twee rasmuzikanten, brengt hij “Duizend man sterk”. Onze redacteur liep een dag mee in zijn zog en zag hoe de laatste details werden bijgestuurd in de aanloop naar de première, die gisteravond plaatsvond in de Minardschouwburg in Gent.
Sien Verstraeten

Gent, maandag 20 oktober, 16 uur. Zo dadelijk rijden we samen naar Ekeren, waar ‘s avonds in de plaatselijke theaterzaal één van de laatste voorstellingen vóór de première gepland staat. We zijn nog maar net het huis van Mich Walschaerts binnengekomen of we blijken al onheilsprofeten. Door een windstoot waait de kalender van de huisvuilophaling op de grond. “Dat begint hier al goed!”, klinkt het uit de mond van Mich. Gelukkig blijkt hij niet echt bijgelovig en zal er voor de rest van de dag ook niets fout lopen.

“Toen ik terugkwam van vakantie, vertelde ik Raf dat ik een eigen voorstelling wou maken. Toevallig had hij net hetzelfde plan opgevat”, legt hij uit hoe het komt dat beide broers op hetzelfde moment met een solovoorstelling op pad zijn.

“Ik speel in dezelfde zalen die we ook met Kommil Foo aandoen, de culturele centra dus”, vertelt hij wanneer we in de auto zitten. “Ik ben bijna overal al meerdere keren geweest.” Dat de broers Walschaerts op hetzelfde moment met een solovoorstelling toeren, brengt af en toe wat verwarring met zich mee.

“De vrouw achter de kassa kreeg telefoontjes voor kaarten voor Raf, en voor kaarten voor mij. De één staat dan in de Minard, en de ander in Arca. Dat was soms moeilijk. Het valt dan toch op dat de jonge meisjes vooral bellen voor…” Mich en decorbouwer Kris Van Oudenhove, die ook mee rijdt, schieten allebei in de lach.

35 versies

Zowel Mich als Raf gebruikt voor zijn solovoorstelling Walter Janssens als regisseur. “Twintig jaar geleden hebben we al eens met Walter samengewerkt bij Kommil Foo. Ik heb lang getwijfeld of ik deze keer met een regisseur zou werken, maar hij zorgt toch voor een frisse kijk.”

“Weet je, bij Kommil Foo blijven we herschrijven, tot elke komma goed zit. Schrijven duurt dan ook een jaar. De regisseur denkt na de 35e versie wellicht iets als: “Nu mag het wel goed zijn” (lacht). Bij deze voorstelling heeft het schrijfproces zowat een halfjaar geduurd.”

Maar ook na het schrijven is de voorstelling nog niet af. Daar zijn eerst nog tientallen try-outs voor nodig, waarin het stuk soms nog een enorme metamorfose ondergaat. “Raf was één van de enigen die na de eerste try-out alle vertrouwen had. Al de rest zei toen “Mja, er zit wel iets in…” (lacht).”

Blijven schaven

17 uur. Ekerse Theaterzaal. We komen binnen en passeren de keuken. “Het eten is hier altijd goed”, weet Mich te vertellen. “Is Willy hier?”, vraagt hij. Dit is duidelijk niet zijn vuurdoop hier.
“Ik hoor Alano minder dan normaal”, zegt accordeonist Gwen Cresens tijdens de soundcheck. “Zing nu eens goed”, zegt geluidstechnicus Koen Bellens. De muzikanten passen nog de laatste details aan. “Nu mist het een kleur op het derde akkoord”, meent Gwen.

“Is de cue duidelijk, waar jullie erin komen?”, vraagt Mich.“Het is een kwestie van hem zoveel mogelijk in de war te brengen, zodat hij het straks niet meer weet”, grapt Gwen. De muzikanten oefenen hun “oink oinks”, die zitten goed. Mich kijkt naar de klok. Die geeft 18 uur aan, etenstijd. De pompoensoep, gevulde courgetten en rode wijn gaan vlot binnen.

Na het eten wordt gezellig verder gekeuveld. Zo vertelt pianist Alano Gruarin over de “pingpongrobot” die hij onlangs heeft aangeschaft. “Ik heb niet veel vrienden, zie je, en dan kan ik zo spelen, mijn backhand slice oefenen.”De voorstelling nadert, maar van plankenkoorts is aan tafel bitter weinig te merken.

19.30 uur. Nog een halfuur. Mich en de muzikanten gaan naar de kleedkamer en trekken hun podiumoutfit aan. Mich helpt Alano in zijn hemd. “Hebben ze dat ook in grotemensenmaten?”, plaagt Gwen.

“Jong, strak en dankbaar”

20 uur. Gwen loopt met krukken, wat voor een onbedoeld komisch effect zorgt wanneer hij het podium betreedt. Wat het publiek eveneens kan pruimen, is Mich’ duiding bij dat beeld: “Gwen heeft het kleinste beentje in zijn lichaam gebroken… zijn kleine teen.”

“Duizend man sterk” verschilt van de typische Kommil Foo show, en dan vooral omdat de chemie tussen het broederpaar Walschaerts deze keer ontbreekt. Maar ook tussen Mich en de muzikanten zit de chemie goed. Daardoor krijgt de muziek in deze voorstelling nog meer de boventoon.

Inhoudelijk zien we veelal dezelfde ingrediënten die van Kommil Foo al ruim 25 jaar een succesnummer maken. Ook nu is een grote rol weggelegd voor de liefde, en voor relaties die al dan niet teloorgaan. Verder krijgen we herkenbare situaties voorgeschoteld, afgewisseld met absurditeiten. Er is plaats voor humor, zoals wanneer Mich zijn type vrouwen (“jong, strak en dankbaar”) beschrijft, maar ook voor tederheid, wanneer hij zijn zoontje toespreekt. Het Ekerse publiek kan die cocktail in elk geval wel smaken.

Sien Verstraeten

Lofredes en kommaneukerij

22u: de voorstelling is afgelopen, het applaus was gul. In de kleedkamer wordt bij een pintje nagekaart. Ook broer Raf is vandaag aanwezig. Het was al een tijd geleden dat hij de voorstelling nog gezien had, en die is intussen flink veranderd. “Ik vond het echt goed. Mooie muziek, allemaal goed op mekaar ingespeeld.” Na de lofrede laat hij de kommaneuker in zich los. “Het is heel wat hé, wat je daar zegt. Je moet mensen de tijd geven om dat te laten bezinken.”

“Daar zit het wat te los, dat kan strakker. In het begin deed je dat anders”, voegt geluidstechnicus Koen eraan toe. “Ik zal het morgen eens zo doen, dan kunnen jullie kiezen”, reageert Mich.

Decorbouwer Kris maakt zich druk over een effectje van het podium dat niet volledig tot zijn recht kwam, “door de zichtlijn van de zaal”. Nog een werkpunt voor de komende dagen.

Vier jaar werkzekerheid

23 uur. Op de terugweg naar huis laat Mich voor het eerst vandaag een spoor van twijfel zien. “Ik hoop dat het publiek beseft dat het maar zo’n ventje is (houdt duim en wijsvinger enkele centimeters uit elkaar) dat zich groter voordoet dan hij is, en zich duizend man sterk maakt.”

Behalve met zijn solovoorstelling is Mich dezer dagen ook met andere projecten bezig. “Ik coach Esmé Bos en Bart Voet. Die hebben zo’n 10 jaar geleden furore gemaakt met Duveltjskermis, en zijn nu aan een nieuwe show aan het werken.”

Nog in 2014 staat “Het Bestand” op zijn programma. Naar aanleiding van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog brengt Kommil Foo een stuk over het bestand in de kerstdagen van 1914, waar er verbroederd werd tussen Duitsers en geallieerden, gedronken en zelfs gevoetbald in het niemandsland tussen de loopgraven. “Dat is een kleine tournee”, vertelt Mich. “20 voorstellingen, 15 in België en 5 in Nederland.”

“Vanaf januari beginnen we te schrijven aan de nieuwe voorstelling van Kommil Foo. Tegen mei of juni kunnen we dan beginnen try-outen, en in december 2015 of januari 2016 kunnen we daar mee in première gaan. Ik ben van plan om over twee jaar, tijdens de rustpauze in die tournee, een wereldreis te maken, en ik denk dat Raf dan nog een eigen voorstelling zal maken.”

Vindt hij het soms niet lastig dat zijn agenda telkens jaren op voorhand ingevuld is? “Ik ben werkzeker voor 4 jaar, dat is een luxe hé. Zeker als ik andere muzikanten of acteurs hoor. Blijven spelen blijft plezant, en door tussendoor een solovoorstelling te doen of te coachen houd je het ook fris.”

Try-out verbod

“Het maken is eigenlijk het zwaarste gedeelte van de job. Dat spelen is eigenlijk wel genieten, al moet je natuurlijk wel geconcentreerd blijven en het goed doen.”

“Ging jij geen frietkot beginnen?”, vraagt Kris. “Dat is een goed alternatief”, luidt het droge antwoord. “Neen, om verder te gaan: hoe langer je speelt, hoe meer vat je erop krijgt. Wat wel het geval is, is dat je soms dieper moet graven om nog frisse ideeën te vinden, omdat je al zoveel gedaan hebt. Maar tot hiertoe lukt dat altijd wel.”

Vandaag was zijn broer aanwezig, maar ook zijn zus en zijn ouders komen regelmatig kijken. Die laatsten echter nooit meer vóór de première. “We hebben onze ouders afgeleerd om naar try-outs te komen kijken. Ze maakten zich te veel zorgen omdat er stukken nog niet af waren. Nu komen ze naar de première, op het gemak. Ze zijn ruim op voorhand in de zaal, we gaan samen eten. Het is een beetje een familie-uitstap.”

Zijn ouders kunnen trots zijn. Op de première gisteravond liep niets fout. Hun zoon bracht, samen met zijn muzikanten, een sterke voorstelling. Het komende halfjaar voert die hem langs verschillende zalen in België en Nederland. Op naar jaren werkzekerheid.