Oekraïne: patriottisme en ontevredenheid - Jan Balliauw

Evgeni toont mij zijn omzwachtelde borst. Hij heeft twee hartoperaties achter de rug nadat hij gewond is geraakt aan het front in het oosten. Een bloedklonter was hem bijna fataal geworden. “Ik heb geluk gehad,” zegt de goedlachse 41-jarige wetenschapper. Hij deed als bioloog wetenschappelijk onderzoek tot het protest op Maidan tegen president Janoekovitsj begon. Bijna iedere dag was hij op het plein. Hij maakte molotovcocktails waarbij hij zijn chemische kennis goed kon gebruiken. Na de val van Janoekovitsj besliste hij te gaan vechten in het oosten. “Niet omdat ik dat graag wilde,” zegt hij, ”maar omdat het beter is te doen wat je moet doen dan je hele leven beschaamd te zijn dat je dat niet hebt gedaan.”
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Evgeni is geen rechtse nationalist. “Ik ben een liberaal,” zegt hij in de lobby van Hotel Oekraïne, die in die woelige februaridagen omgevormd was tot een veldhospitaal. “Aan het front streed ik natuurlijk samen met rechtse nationalisten omdat we dezelfde vijand hadden, maar ik stond niet achter hun politieke ideeën. Zij noemden mij een ‘liberast’ vanwege mijn ideeën over homorechten.” (Homo’s worden in Oekraïne net zoals in Rusland vaak uitgescholden als pederasten.) Als ik met Evgeni Institoetskaja opwandel, verdwijnt zijn lach en wordt hij ernstiger. Hier zijn op 20 februari meer dan 100 mensen omgekomen. Aan hun foto’s leggen voorbijgangers voortdurend bloemen neer, het is een waar bedevaartsoord geworden in Kiev. Evgeni zegt dat hij zich schaamt tegenover deze slachtoffers van Maidan. Na de vlucht van Janoekovitsj en de machtsgreep van Maidan op 22 februari had iedereen gehoopt op snelle hervormingen, maar die zijn er niet gekomen. “Als we niet snel werk maken van die hervormingen, zijn ze voor niets gestorven,” zegt Evgeni.

Ontevredenheid neemt toe

Veel tijd om na te denken over hervormingen hebben de nieuwe machthebbers in Kiev niet gekregen. Ze werden meteen geconfronteerd met de onrust in het oosten van het land, in gang gestoken door het Kremlin. De Krim scheidde zich met actieve steun van Moskou af en werd opgenomen in de Russische Federatie. In Donetsk en Loegansk werden volksrepublieken uitgeroepen. Kiev probeerde met militaire middelen de opstandige provincies opnieuw onder controle te krijgen maar net toen dat leek te gaan lukken, intervenieerde het Russische leger, weliswaar in stealth-modus. De Russische militairen waren zogezegd tijdens hun vakantie de separatisten gaan steunen. Intussen klapte de Oekraïense economie in elkaar, met in het derde kwartaal een achteruitgang met vermoedelijk meer dan 10 procent. In het begin van de oorlog waren de Oekraïners nog bereid tot zware opofferingen. Het patriottisme nam een hoge vlucht. Velen waren bereid de wapens op te nemen om de Russische agressie af te slaan. Maar nu, 6 maanden later, begint de ontevredenheid toe te nemen. De corruptie is nog niet aangepakt. De oligarchen zitten nog altijd aan de knoppen van de macht, zij het dat enkele van plaats zijn verwisseld.

De 41-jarige populist Oleg Ljasjko probeert op die onvrede in te spelen. “Wij zullen orde brengen in het land met radicale hervormingen,” roept hij vanop een podium in Kozelets, een stadje 70 kilometer van Kiev. Hij heeft een diepe stem die niet echt past bij zijn kleine gestalte. Zijn typische baseballpetje moet zijn kalend achterhoofd verbergen. Ljasjko doet het goed in de peilingen met zijn patriottisme en anti-establishmentpopulisme. Hij is niet onbesproken. Amnesty International en Human Rights Watch hebben hem bekritiseerd omdat hij zijn aanhangers aanspoorde om zelf separatisten aan te houden. Op verschillende video’s is te zien dat ze daarbij niet zachtzinnig te werk gaan en hoe Ljasjko zelf de “gearresteerden” ondervraagt. “Dat was volledig legaal, want als een burger iets ziet dat illegaal is, moet hij ingrijpen,” zegt hij kortaf als ik hem de kritiek voor de voeten werp als hij van het podium komt. De leider van de Radicale Partij weet overigens perfect hoe hij met camera’s moet omgaan. Hij trekt een oude vrouw naar zich toe tijdens het interview. “Voor hen moeten we naar het parlement en niet om een of andere functie te bemachtigen. We moeten hen de zekerheid geven dat ze hun pensioenen zullen krijgen,” zegt hij terwijl hij de vrouw vastpakt. Ljasjko wil dat alle oligarchen verdwijnen uit de machtsstructuren, maar samenwerking met president Porosjenko, ook niet onbemiddeld, ziet hij wel zitten. Die zal dan wel zijn beslissing om een speciale status te geven aan Donetsk en Loegansk moeten intrekken, want dat is voor Ljasjko de legalisering van het plan dat Poetin had voor Oekraïne.

Oorlog angstig dichtbij

Porosjenko wou met deze vervroegde parlementsverkiezingen een hervormingsgezinde meerderheid achter zich krijgen in het parlement. Het ziet ernaar uit dat hij daarin wel eens zou kunnen slagen. Zijn eigen politieke blok zou volgens de laatste peiling 30 procent krijgen en de partij van premier Jatsenjoek komt op iets meer dan 10 procent. Ljasjko zou met zijn Radicale Partij op de 2de plaats komen en daarmee een belangrijke rol kunnen spelen om een meerderheid te vormen. De partij van de burgemeester van Lviv (“Onderlinge hulp”) doet het de laatste weken ook goed in de peilingen. Joelja Timosjenko’s partij, waartoe vroeger ook Jatsenjoek behoorde, zou net boven de kiesdrempel komen zoals het oppositieblok rond Tigipko, oud-vicepremier onder Janoekovitsj. Toch blijven verkiezingen in Oekraïne moeilijk te voorspellen. Er zijn geen echte partijen, eerder blokken rond bekende personen. Na de verkiezingen lopen leden van het ene blok wel eens over naar het andere, soms ook voor geld. En de helft van de mandaten, 225, wordt verdeeld volgens een meerderheidsstelsel. Dat zal vermoedelijk heel wat politici van de Partij van de Regio’s, de partij van Janoekovitsj, opnieuw in het parlement brengen.

De oorlog die in Kiev ondanks alles ver weg lijkt, is in de belangrijke industriestad Dnjepropetrovsk angstig dichtbij. Op een kerkhof buiten de stad tel ik 115 verse graven van niet-geïdentificeerde lichamen van soldaten. “Ze zijn daar tijdelijk begraven,” zegt priester Igor die hier de begrafenissen verzorgt. Naast de verse graven liggen nog tientallen vers gegraven putten. Er worden hier duidelijk nog meer lichamen verwacht. Dagelijks worden hier soldaten begraven, ondanks het bestand dat nu van kracht is. Dnjepropetrovsk ligt op maar 150 km van de frontlijn. “Wij zijn de logistieke draaischijf van de militaire operatie,” zegt de snel sprekende vicegouverneur Boris Filatov. “Hier wordt de logistieke ondersteuning verzorgd, wordt het materieel hersteld en verzorgen we ook de zwaargewonden.”

In het Metsjnikova-ziekenhuis geven ze prioriteit aan de zwaargewonden van de militaire operatie. De opname van burgers is tot een minimum beperkt. Hoofdarts Sergej Rizjenko heeft de verwondingen zien evolueren. “Eerst waren er vooral schotwonden, nu zijn het vooral verwondingen door artilleriebeschietingen,” zegt hij. Hij toont ons de röntgenfoto van een patiënt die net is binnen gebracht. “We hebben zijn onderbeen en een arm moeten amputeren,” legt de dokter uit. Het ziekenhuis heeft al 700 zwaargewonden moeten verzorgen.

Het trainingskamp

Toch heerst op de promenade langs de Dnjepr-rivier niet meteen een oorlogssfeer. Koppeltjes lopen hand in hand rustig te kuieren, genietend van de laatste warme dag van de nazomer. Als ik hen aanspreek, zeggen ze allemaal dat ze de toekomst positief tegemoet zien en dat de oorlog niet naar hun stad zal komen. Dat de separatisten hier geen voet aan de grond kregen, is grotendeels te danken aan de controversiële gouverneur Igor Kolomoiski. De man, een echte oligarch, koos de kant van Maidan en werd daarvoor beloond na de val van Janoekovitsj met het gouverneurschap. Hij zette meteen zijn eigen fortuin in om het ontluikende separatisme in de kiem te smoren. Ook in Dnjepropetrovsk waren er in maart pogingen om de gebouwen van de lokale overheid te bezetten, maar de beweging kwam niet echt van de grond. Hij beloofde onder meer een premie als iemand een separatist kwam aangeven. En hij richtte enkele vrijwilligersbataljons op die de stad eerst moesten beschermen tegen separatisten maar intussen volop worden ingezet in de strijd in Donetsk en Loegansk.

Het trainingskamp van Dnipro1, een van de vrijwilligersbataljons van Kolomoiski, ligt op een goed uur rijden van de stad. De locatie is geheim. “Ik kan dat niet over de telefoon zeggen,” had de woordvoerster een beetje geheimzinnig gezegd, “ jullie moeten daarvoor naar ons hoofdkwartier komen.” Dat hoofdkwartier is overigens gehuisvest in het grote provinciegebouw waar ook Kolomoiski zijn kantoor heeft. Op de afgesproken ontmoetingsplaats langs de hoofdweg worden we opgepikt door een militair in een redelijke nieuwe Mercedes-jeep met nummerplaat DNIPRO1. Na een kwartiertje rijden, deels over een onverharde weg, zie ik enkele barakken staan op een terrein afgesloten door prikkeldraad. Enkele pas aangekomen vrijwilligers krijgen op het terrein uitleg over de positie die ze moeten innemen als ze schieten. Instructeur Kolja duwt even tegen hun schouder om te zien of ze wel stabiel genoeg staan, enkele vrijwilligers vallen bijna op de grond. Toch moeten deze vrijwilligers binnen twee weken klaar zijn om te gaan vechten aan de frontlijn. “Normaal gezien duurt zo’n opleiding jaren,” zegt de 28-jarige Kolja,” maar door de situatie in het land kunnen we ons dat niet veroorloven. We moeten ze zo snel mogelijk klaarmaken voor het front. We proberen zo veel mogelijk onze ervaring aan het front door te geven om te vermijden dat ze omkomen door stommiteiten.”

Kolja heeft zelf al twee maanden doorgebracht aan het front. Hij zat in de zware strijd in Ilovaisk waar tientallen Oekraïense doden vielen toen een grote groep ingesloten geraakte. “We stonden op een zucht van de overwinning,” vertelt hij me terwijl hij fier zijn kalasjnikov naast zich houdt. “Plots bleek dat we omsingeld waren door het Russische leger waardoor het gevecht helemaal kantelde.” Als ik hem vraag of hij zeker is dat het Russische militairen waren, knikt hij instemmend. “Je ziet dat aan de manier waarop zij het gevecht aanpakten, dat was van heel ander niveau dan wat we tot dan hadden gezien.”

Tijdens een schietoefening met echte munitie, waar op geen kogel wordt gekeken, komt Miron naar me toe. Hij heeft ook al twee maanden frontlijn achter de rug en is hier voor een opfrissingscursus. Miron is afkomstig uit Donetsk en heeft de luchthaven daar verdedigd, de plaats waar ook nu tijdens het bestand nog elke dag zwaar gevochten wordt. “Ik heb enkele weken die chaos en dat banditisme aanschouwd en dat vond ik maar niets,” zegt hij me. “Ik besliste toen om lid te worden van dit vrijwilligersbataljon om daartegen te gaan vechten.” De verkiezingen van zondag veranderen voor Miron niet veel. Hij hoopt dat er eerlijker mensen in het parlement komen maar omdat Donetsk niet deelneemt aan de verkiezingen nu de regio zichzelf onafhankelijk heeft verklaard, dreigt de strijd daar gewoon door te gaan.

Verbetering van de levensomstandigheden

De rol die Dnjepropetrovsk heeft gespeeld in het tegenhouden van de separatisten, heeft de stad een speciale status gegeven in Oekraïne en in het provinciegebouw is de leiding zich daar zeer van bewust. “Dnjepropetrovsk heeft het land gered,” zegt vicegouverneur Filatov. “Als onze stad was gevallen, zou Oekraïne opgehouden hebben te bestaan.” De stad is van strategisch belang voor Oekraïne omdat er enkele grote fabrieken zijn gevestigd zoals rakettenmaker Joezjmasj. De regio is ook een nettobetaler aan het Oekraïense staatsbudget. En de vicegouverneur laat Kiev verstaan dat het met het geld van zijn regio niet zo maar om het even wat mag doen. “De mensen in onze regio begrijpen niet dat er geld gestoken zou worden in de wederopbouw van Donetsk en Loegansk, want die zijn zelf verantwoordelijk voor de vernieling van hun eigen infrastructuur.” En hij heeft nog een niet mis te verstane waarschuwing voor de hoofdstad. “De politici in Kiev moeten beseffen dat de mensen deze ontberingen maar aanvaarden zolang ze uitzicht hebben op een verbetering van hun levensomstandigheden,” zegt hij met besliste stem. “Stel je voor dat al die mensen die hebben gevochten straks terugkomen en zien dat ze voor niets hun leven hebben geriskeerd. Een derde Maidan overleven we niet.”

Filatov raakt een gevoelig punt aan. Velen vragen zich nu in Oekraïne af hoe het moet als al die mensen die hebben gestreden aan het front terugkomen. Iedere zichzelf respecterende oligarch heeft intussen wel zijn vrijwilligersbataljon dat ook tegen Kiev kan worden ingezet of om onderlinge commerciële geschillen te regelen. Het zou van Oekraïne een zoveelste ‘failed state’ maken, maar dan wel in het hart van Europa.

Evgeni ziet het voorlopig niet zo pessimistisch in. “We gaan voor de eerste keer in 23 jaar een parlement krijgen waar geen pro-Russische fractie meer aanwezig zal zijn. Iedereen zal het Oekraïense lidmaatschap van EU en NAVO steunen, de discussies zullen vooral gaan over hoe we dat het beste kunnen bereiken.” Maar ook Evgeni staat klaar om opnieuw in het verzet te gaan mocht de nieuwe regering de beloofde hervormingen maar blijft uitstellen. “Ze beseffen nu dat het volk hen kan afzetten. Ik ben ervan overtuigd dat we hen kunnen verplichten naar ons te luisteren.”

(De auteur is Rusland- en Oekraïne-specialist en diplomatiek redacteur VRT nieuws.)