‘Stilte alstublieft!’ - Jürgen Mettepenningen

“Verbreek de stilte enkel indien je haar kan verbeteren”, zo leerde me ooit een kerkvader die eeuwen geleden leefde. Wijze woorden, vind ik, maar wat zeg je dan nog? Als ieder woord dat dan nog gesproken wordt, een meerwaarde moet betekenen tegenover de stilte, zou er niet veel meer gezegd hoeven te worden. Idem voor het geschreven woord tegenover het blanco blad. Maar meer stilte en blanco zou onze wereld zeker wel wat rustiger maken!

De kracht van het woord

Hoe krachtig kunnen woorden niet zijn wanneer ze zorgvuldig uitgekozen zijn en op het juiste moment geuit worden?! Afgelopen week was ik in Washington en stond er even aan het Lincoln Memorial, de plaats waar Martin Luther King op 28 augustus 1963 over zijn dromen vertelde: ‘I have a dream’. Wat een toespraak, wat een woorden! Om stil van te worden. Hetzelfde geldt voor het boek dat ik tussen alle werk door las in mijn hotel en op het vliegtuig: ‘De begraafplaats van Praag’ van Umberto Eco. Wat een boek, wat een woorden! Zo besefte ik afgelopen week hoe sterk, appellerend en kunstig woorden kunnen zijn.

Ook in het dagelijks leven is dat zo, al valt daar niettemin soms vooral de hele rimram op van woorden die waardeloos, boosaardig en allerminst kunstig zijn. Ik denk aan de woorden vol met gif van roddel, negatieve en snelle oordelen, vol cynisme, eigenbelang en oppositie ook. En dat soms allemaal gecombineerd in 142 karakters, op Twitter. Neen, geef me dan maar woorden van bemoediging, troost, verbondenheid en bevestiging. Daar gaat zoveel meer positieve kracht van uit.

‘Niets is sterker dan de stilte’

Stilte heeft ook haar kracht. Vaak zelfs meer dan woorden, vind ik. Van wie stil is, weet je immers niet wat die denkt en voelt, wat een groter gehoor oplevert wanneer die persoon dan toch het woord neemt. Wie veel praat of schrijft, devalueert niet zelden het woord, maar belangrijker nog: die creëert een zwakkere positie voor zichzelf. Niemand verwacht veel waarheid te vinden bij roddeltantes of andere woordenratelaars. In de stilte daarentegen gebeurt veel: men beluistert anderen en creëert zo ruimte voor empathie. En zo wordt stilte de schoot waaruit een wijs woord geboren kan worden.

Herinneren en bezinnen

Binnenkort vult de stilte zich met herinneringen aan mensen die ons door de dood zijn ontvallen. In diezelfde stilte wordt de band met hen versterkt en kunnen de overledenen ons iets vertellen. Voor veel mensen is dat geen zaak voor één dag per jaar. Bovendien is de stilte van een lege plaats aan tafel soms moeilijk te dragen. En men kan met zijn verhaal niet altijd bij iemand terecht. Het leven van de anderen gaat immers verder, niets aan te doen. Daarom is het een goede zaak dat Allerzielen bestaat. Samen stil worden bij onze doden, bij het verhaal van hun naasten. Stilstaan bij woorden die ooit zijn gedeeld met elkaar. Op een kerkhof spreekt de stilte van herinnering en bezinning. Die stilte maakt overigens zoveel van onze woorden relatief…

Stel je eens voor

Beeld je eens in dat ieder slechts vijfhonderd woorden per dag zou mogen spreken en schrijven. Dat is in totaal zowat het equivalent een A4’tje. Wat zouden we dan zeggen, Facebook’en, twitteren? Stel je eens voor dat je die oefening een week zou moeten volhouden, wat zouden we dan geleerd hebben? Een vreemde oefening, ik besef het, maar wat zouden we niet allemaal voelen in die week? Hoeveel deugd zou het bijvoorbeeld doen als iemand anders enkele van zijn/haar vijfhonderd woorden aan mij zou besteden?! En hoe spaarzaam zou ik zijn met de zure woorden die ik zou willen uitspreken over degene die zonet ons groepje verliet?!

Stop, genoeg woorden voor een blog. Veel te veel zelfs: meer dan 500.


(Jürgen Mettepenningen is theoloog)

lees ook