Tunesië kiest een nieuw parlement

In Tunesië moeten de parlementsverkiezingen van dit weekend het land definitief op weg zetten naar een volwassen democratie. Begin 2011 was Tunesië de bakermat van de Arabische Lente, en meer dan drie jaar later het laatste land dat de democratische vlam hoog houdt. Het democratische experiment wordt wel overschaduwd door een kwakkelende economie, de dreiging van terreur en een sterk verdeeld politiek landschap.
AP2011

De Tunesische Jasmijnrevolutie maakte in januari een einde aan het rijk van dictator Ben Ali. De eerste vrije verkiezingen die daarop volgden werden met 37 procent van de stemmen gewonnen door de gematigde islamisten van Ennahda. Die partij had nochtans maar een klein aandeel gehad in de opstand tegen Ben Ali.

Na de verkiezingen vormde Ennahda een regering, maar de spanningen met de lekenpartijen liep de afgelopen jaren soms hoog op. Ennahda kreeg het verwijt dat het zich vastklampte aan de macht en de belangen van de seculiere bevolking in de steden veronachtzaamde.

Bovendien minimaliseerde de partij het gevaar van de extremistische islamisten en dat werd haar fataal. Na de moord op twee leiders van de oppositie vorig kwam het tot een politieke crisis die de regering tot aftreden dwong. Sindsdien wordt de regering gevormd door een ploeg van technocraten die het land naar deze verkiezingen moesten leiden.

Ondanks de spanningen tussen islamisten en leken, zijn de twee partijen er wel in geslaagd een compromis te vinden over een nieuwe grondwet, die begin dit jaar werd goedgekeurd.  De nieuwe grondwet wordt bejubeld als de meest democratische en meest seculiere in de Arabische wereld ooit. Zo is er geen sprake van de sharia, de islamitische wetgeving. De islam wordt wel omschreven als de staatsgodsdienst van Tunesië, maar de tekst waakt erover tegelijk de vrijheid van godsdienst en de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen te garanderen.

AP2011

Politieke landschap

Aan de vooravond van de verkiezingen kent Tunesië een zeer gevarieerd politiek landschap. In totaal 15.000 leden van zo'n 170 verschillende partijen nemen deel aan de stemming voor een parlement met 217 zetels.

Van al deze partijen zijn er een twaalftal die er echt toe doen. De belangrijkste zijn Ennahda en Nida Tunis. Dat laatste is een bonte verzameling van leden van het oude regime, zakenmensen en linksen die bijeengehouden worden door het charisma van de bejaarde partijleider Beji Caid Essebsi en een afkeer van wat zij het Islamitisch project noemen.

In de peilingen liggen beide partijen voorop met ieder zo'n 30 procent van de stemmen. Om een nieuwe regering te vormen, komt het er dus voor beide op aan om een coalitie te sluiten met kleinere partijen. Sommige analisten hopen dat de verkiezingsuitslag de beide partijen zal dwingen om een regering van nationale eenheid te vormen, wat volgens hen de beste weg lijkt om de rust in het land te bewaren. De leiders van beide partijen hebben al laten verstaan dat zo'n samenwerking bespreekbaar is.

AP2011

Uitdagingen

De uitdagingen waar die nieuwe regering voor staat zijn niet min. De Tunesische economie zit in een diepe put en de werkloosheid is hoog. De Wereldbank dringt er in een rapport over Tunesië, met de naam "De onafgewerkte revolutie", op aan om de economie grondig te hervormen.

Volgens het rapport blijven de bedrijven die voor de export werken steken in sectoren met weinig toegevoegde waarde, wat hen belet te groeien en meer banen te scheppen. De binnenlandse economie heeft af te rekenen met een grote bureaucratie, monopolies en in het algemeen een gebrek aan concurrentie.

Om buitenlandse investeringen aan te trekken, heeft de regering begin september een bijeenkomst georganiseerd voor bedrijven uit zo'n 30 landen. De boodschap daar was duidelijk: investeren in Tunesië is een investering in de de democratie, de veiligheid en het bewaren van de vrede.

Ander groot probleem zijn de extremistische islamisten die zich verschuilen in de bergen aan de grens met Algerije. Ook de grens met Libië vormt een probleem. Door de chaos in dat land is het voor extremistische milities gemakkelijk om Tunesië binnen te komen en wapens te smokkelen.

Geregeld komt het tot gewapende conflicten met de politie en de extremisten draaien hun hand niet om voor politieke moorden. In de aanloop naar de verkiezingen had het ministerie van Binnenlandse Zaken dan ook de waakzaamheid opgevoerd.

Net als België is Tunesië ook bezorgd voor de de mogelijke terugkeer van onderdanen die in Syrië en Irak meevechten aan de kant van Islamitische Staat. Het gaat om meer dan 2.000 jihadisten die bij hun terugkeer een nieuwe impuls aan de binnenlandse terreur kunnen geven.

Presidentsverkiezingen

Op 23 november, een maand na de parlementsverkiezingen, kiezen de Tunesiërs ook een nieuwe president. De macht van de president is erg beperkt, maar toch zijn er ook hier tientallen kandidaten, waaronder enkele zwaargewichten.

Zo is de uittredende president Moncef Marzouki opnieuw kandidaat. Marzouki is lid van een kleinere lekenpartij, maar raakte eind 2011 een eerste keer verkozen met de steun van Ennahda, iets wat hem erg kwalijk werd genomen door de ander lekenpartijen. Tijdens het regime van Ben Ali leeft Marzouki in ballingschap in Frankrijk.

Ook de leider van de Nida Tunis, Beji Caid Essebsi, is ondanks zijn hoge leeftijd van 87 jaar kandidaat. Bij de andere kandidaten zijn er twee voormalige ministers ten tijde van Ben Ali, een voormalige gouverneur van de Nationale Bank, verschillende zakenmannen en een vrouwelijke rechter.

Opvallend is dat Ennahda geen kandidaat naar voor schuift. De partij wil wel een kandidaat steunen "die in staat is alle partijen te verenigen en het democratisch proces te handhaven". Waarnemers zien hierin een teken dat de partij haar les geleerd heeft en verder wil inzetten op een samenwerking met de lekenpartijen.