Autistische hersenen zien er anatomisch niet anders uit

Een Israëlische doctoraatsstudent heeft voor het eerst aangetoond dat de hersenen van mensen met autisme er niet significant anders uitzien dan die van mensen zonder deze ontwikkelingsstoornis. Deze resultaten zijn opzienbarend, omdat neurowetenschappers jarenlang schijnbaar konden aantonen dat de hersenstructuur van autisten net wel opmerkelijk verschilt.

De bevindingen van Shlomi Haar en zijn collega's veroorzaken binnen het onderzoeksdomein over Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) aanzienlijk wat ophef. Meer zelfs: hun ontdekking dreigt eerder autismeonderzoek te ondergraven.

Verwaarloosbare verschillen

Voor hun onderzoek hebben Haar en zijn team hersenscans bestudeerd van 539 mensen met een uitgesproken Autisme Spectrum Stoornis. De jongste was amper 6 jaar, de oudste 35. Deze bevindingen werden nauwkeurig vergeleken met de hersenscans van een controlegroep van 573 mensen zonder autisme. Het aantal proefpersonen maakt de studie een van de grootste in het onderzoeksveld.

Er werden amper verschillen gevonden tussen de autistische groep en de controlegroep. Wat betreft de grootte van de hersenen, het totale hersenvolume en de volumes van specifieke delen van de hersenen waren de resultaten gelijkaardig.

Een tweede opmerkzame vaststelling had betrekking op de verbindingen tussen verschillende delen van onze hersenen. Ook daar werd geen significant verschil vastgesteld tussen zogenoemde "autistische" hersenen en "andere" hersenen. In eerdere onderzoek leek een degelijk verschil wel te bestaan.

Er werd slechts een significant verschil vastgesteld, tussen de grootte van het systeem dat ons hart aanstuurt, maar ook dat bleek uiterst klein. Bovendien is een vergroting van dit systeem niet specifiek gerelateerd aan autisme, maar ook aan andere mentale aandoeningen als schizofrenie en dementie.

Meer proefpersonen garanderen betere resultaten

Niet enkel de resultaten van deze studie zijn opzienbarend. Ook de specifieke contextfactoren van het onderzoek doen de wenkbrauwen van menig neurowetenschapper fronsen.

In de loop van zijn onderzoek merkte Haar dat de verschillen tussen zijn beide onderzoeksgroepen groter werden naarmate het aantal proefpersonen in beide groepen daalde. Dit wijst erop dat een beperkte onderzoeksgroep bevindingen aanzienlijk minder accuraat maakt. Deze ontdekking is vooral slecht nieuws voor wetenschappers die eerder gelijkaardig onderzoek deden met minder proefpersonen.

Eerder onderzoek op de helling?

Verschillende onderzoeken uit de voorbije jaren leken aan de tonen dat er een structureel en significant verschil is tussen "autistische hersenen" en andere hersenen. De resultaten van Haar halen mogelijk heel wat van zulke neurologische onderzoeken onderuit. Omwille van een te kleine groep proefpersonen zouden heel wat onderzoeksresultaten ongeldig worden.

Een belangrijke nuance bij dit onderzoek, is dat het zich uitsluitend focust op de anatomische structuur van het brein. De resultaten spreken m.a.w. geen studies tegen die gaan over de microanatomie van het brein of de functies van verschillende hersenonderdelen.

Meest gelezen