Hitler, de schilderende frontsoldaat

Het is intussen vrij bekend dat Adolf Hitler tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger gediend heeft. Erg ver heeft hij het daar overigens niet geschopt. Dat het beroep van de latere Führer in die tijd kunstenaar was en dat hij ook tijdens de oorlog artistieke aspiraties had, is veel minder bekend.

Bijna 70 jaar na de Tweede Wereldoorlog blijft Adolf Hitler een gevoelig onderwerp. Historici lijken intussen alle facetten van de man tot vervelens toe te hebben onderzocht en talloze boeken, films en series zijn over Hitler gemaakt. Toch blijft een deel van zijn leven stelselmatig onderbelicht: zijn aspiraties en leven als kunstenaar. Geen enkel museum ter wereld waagt zich aan een overzichtstentoonstelling en een gedetailleerde catalogus van zijn werken is ook nergens te vinden.

Het is op zich ook ontzettend moeilijk om betrouwbare informatie over die eerste 30 jaar van het leven van Hitler te vinden. De propagandamachine van de nazi’s heeft voortreffelijk werk verricht. De waarheden zijn nauwelijks nog van de bewust gecreëerde mythes te onderscheiden. Het helpt ook niet dat in de jaren 80 een neonazi bewust honderden kunstwerken van Hitler vervalst heeft om zo zijn jeugdidool te rehabiliteren.

Toch is de gefaalde kunstenaarscarrière van Hitler interessant om te begrijpen waarom hij uiteindelijk de politiek is ingegaan en wat hem gedreven heeft om uiteindelijk al die vreselijke misdaden te begaan.

Oorlog als uitweg

Al vrij vroeg in zijn leven werd het voor de jonge Hitler duidelijk dat hij kunstenaar wilde worden. Op school zat hij meer wel dan niet te tekenen en na het overlijden van zijn vader verliet hij al vrij snel diplomaloos de schoolbanken om in Wenen een echte kunstenaar te worden. Tot tweemaal toe probeert hij het toelatingsexamen aan de kunstacademie van Wenen, maar hij wordt niet aangenomen.

Het kunstacademie vindt het werk van de jongeman niet levendig genoeg en raadt hem aan om iets met architectuur of bouwkunde te doen. Als beeldend kunstenaar mist Hitler inderdaad het vermogen om licht, schaduw en vooral mensen waarheidsgetrouw vast te leggen. Hoewel de meeste gebouwen die hij tekent of schildert er op zich niet slecht uitzien, missen ze hierdoor vaak leven.

De geldkraan wordt na het overlijden van zijn moeder onherroepelijk dichtgedraaid en de jonge Hitler belandt vrij snel op straat. Na enige omzwervingen komt hij in contact met een andere beroepszwerver die hem voorstelt om zijn kunstenaarsdromen opnieuw op te nemen. De komende jaren leeft Hitler van het schilderen van ansichtkaarten van Wenen en het maken van reclametekeningen.

Van die Weense periode zijn er vrij veel schilderijen overgebleven. Vooral dan omdat ze tijdens de hoogdagen van Nazi-Duitsland voor veel geld verkocht werden. Hitler schilderde toen een schilderij per dag. Meestal maakte hij een schets op basis van een foto of van een vorig werk en kleurde hij het daarna in. De avant-garde in Wenen ging helemaal aan hem voorbij.

Tegen 1914 verhuist Hitler naar de Duitse stad München waar hij in eerste instantie ook overleeft door ansichtkaarten te schilderen. Met de oorlogsdreiging vallen zijn inkomsten echter weg. Door de oorlog is er immers geen vraag meer naar zo’n kaarten. Hoewel hij eerder uit zijn thuisland was gevlucht om zijn Oostenrijkse legerdienst te ontlopen, meldt hij zich als oorlogsvrijwilliger in het Duitse leger.

List-regiment

Hitler wordt ingedeeld bij de eerste compagnie van het 16e Beierse reserve-infanterieregiment. Het List-regiment, genoemd naar de commandant Oberst Julius von List. Hoewel de commandant vrij vroeg in de oorlog zal sneuvelen, wordt ook daarna het regiment nog steeds het List-regiment genoemd.

Het is niet helemaal duidelijk waarom bij de aanmelding van Hitler zijn nationaliteit niet gecontroleerd wordt en waarom hij bijgevolg niet is teruggestuurd naar Oostenrijk om daar alsnog zijn legerdienst te doen. Mogelijk heeft Hitler zijn inlijving bij het Duitse leger te danken aan een slordigheid of onoplettendheid bij van de officier bij de registratie.

Hoe het ook zij. De kunstenaar belandt na een korte opleiding vrij snel op het slagveld. Hij en zijn regiment krijgen een vuurdoop in Geluveld op 29 oktober 1914 tijdens de Eerste Slag om Ieper. Hitler zijn regiment wordt afgeslacht. Ruim 450 man - onder wie een groot deel van de officieren - van het List-regiment overleven de gevechten tussen 29 en 31 oktober 1914 niet. Vele anderen raakten gewond.

Begin november schieten van de ongeveer 1.000 mannen van het regiment slechts zo’n 250 strijdbare mannen over. Doordat er zoveel officieren zijn gesneuveld, worden heel wat soldaten bevorderd. Hitler wordt zo bevorderd tot Gefreiter, soldaat eerste klasse. Het wordt meteen ook de hoogste rang die hij zal behalen. In veel boeken is Gefreiter fout vertaald tot korporaal, maar tot die rang heeft hij het nooit geschopt.

Frontleven voorbij

Amper een week na zijn bevordering, zit het frontleven er definitief op voor Hitler. Hij wordt aangesteld tot Gefechtsmeldegänger, koerier bij de generale staf. Terwijl de gewone soldaten tot hun enkels in de modder in weer en wind in de loopgraven hun leven wagen, huist Hitler comfortabel en relatief veilig in een huis in een nabijgelegen dorp.

Uiteraard lopen koeriers ook gevaar. Geregeld moeten ze berichten overbrengen tijdens gevechten en bombardementen dwars door de vuurlijn en terug, maar op de rustigere dagen op het front, leidt Hitler net zoals de rest van de staf een rustig en zelfs aangenaam leven.

Het is op die dagen dat hij opnieuw de tijd vindt om te schilderen en te tekenen. Als gewone frontsoldaat zou hij waarschijnlijk daarvoor de tijd niet gehad hebben. Zo schildert hij onder meer de platgebombardeerde Sint-Niklaaskerk en de vroegere abdij van Mesen in 1914 en in 1915. In 1916 schildert hij de Sint-Michielskerk van Roeselare en maakt hij tekeningen en aquarellen in Fournes en Haubourdin.

Op de derde dag van de Slag aan de Somme raakt Hitler gewond door een granaatscherf. Wellicht heeft die granaatscherf zijn leven gered, want bij die bloedige veldslag van juli tot november 1916 laten uiteindelijk een miljoen soldaten het leven.

Kunstenaar wordt politicus

Bijna een jaar later - pas in de lente van 1917 - keert Hitler terug naar het List-regiment waar hij al snel opnieuw zijn oude hobby als schilder-tekenaar opneemt met onder meer tekeningen van de kerk van Ardooie en Beselare. Op het einde van de zomer echter slaat het noodlot toe en verliest hij zijn map met schetsen, tekeningen en aquarellen op de trein. Het List-regiment wordt op dat moment overgeplaatst van de Frans-Belgische grens naar de Elzas.

Door het verlies van zijn kunstwerken, zijn uiteindelijk maar 12 aquarellen, 9 potlood- en 5 pentekeningen van de frontperiode van Hitler bewaard gebleven. Ze wijken duidelijk af van zijn eerder Weens werk, doordat hij ze in de meeste gevallen naar de natuur getekend of geschilderd heeft en niet heeft nagetekend van foto’s. Hun stijl is ook impressionistischer dan voor de oorlog.

Amper een kleine maand voor het einde van de oorlog raakt Hitler opnieuw gewond. Bij een gifgasaanval tijdens de nacht van 13 op 14 oktober 1918 raakt hij tijdelijk blind. In “Mein Kampf” beschrijft Hitler dat hij op dat moment beslist heeft om politicus te worden. “Ich aber beschloss Politieker zu werden”, schrijft hij.

“Mein Kampf” is uiteraard geen betrouwbare historische bron van informatie. Meer dan eens gebruikt Hitler het boek om zijn eigen verleden rooskleuriger voor te stellen dat het in werkelijkheid was. Dat hij na de oorlog nogmaals probeert om het kunstacademie binnen te geraken om architect of bouwmeester te worden, bewijst dat hij wel degelijk andere carrière-mogelijkheden overweegt naast politicus.

Na het Verdrag van Versailles is Duitsland echter tot zo’n grote herstelbetalingen gedwongen, dat het land afglijdt in de armoede. Hierdoor is er in Duitsland op dat moment geen markt meer voor het verkopen van ansichtkaarten zoals Hitler voor de oorlog had gedaan. De 29-jarige oudstrijder heeft - op zijn uitkering van het List-regiment na - geen enkel toekomstperspectief.

Het is wellicht daardoor dat hij uiteindelijk zijn kunstenaar-aspiraties definitief laat vallen en politicus wordt. Vanaf 1919 verbindt hij zijn lot dan ook met de Deutsche Arbeiterspartei (DAP), de voorloper van de latere nazipartij, met de gekende gruwelijke gevolgen.