Protest in de polder

Ik begrijp dat België in brand staat. Om de dag is er een betoging, om de haverklap wordt het verkeer stilgelegd en de openbare diensten werken nog amper. Wanneer ik de tv-beelden zie, is het vaderland verder weg dan ooit. Ik maakte in Nederland nog niet één echte betoging mee, toch niet wat wij Belgen onder een betoging verstaan.

Malieveld

Mijn woonplaats was strategisch gekozen: vlak bij het Malieveld in Den Haag. Dat is een weiland bij de ingang van de stad dat gereserveerd is voor de kermis, het circus en manifestaties. Toen ik dit voor het eerst hoorde, dacht ik dat het een grap was. Betogers worden geacht op een verlaten weiland plaats te nemen om te protesteren tegen iets…? Ja dus.

Sterker nog, ze doen het ook! Af en toe is er een brave bijeenkomst op het grasveld. Als de betogers geluk hebben, komen ze met een foto in de krant. Als ze het heel bont maken, hebben de organisatoren een kleine wandeling aangevraagd naar een of ander ministerie. Dat gebeurt dan op een zaterdag, omringd door politiemensen, niemand die er last van heeft. Niemand die ze ziet ook.

Opvallend bij die manifestaties is de goeie sfeer en de vlekkeloze organisatie. Er wordt werkelijk aan alles gedacht: toiletten, animatie, eten en drinken. Soms wordt zelfs de vijand uitgenodigd. De minister tegen wie de manifestatie gericht is, houdt dan een toespraak. Gewoon op het podium. De meeste mensen luisteren zelfs netjes. Dat kan dus allemaal in Nederland.

Even gek is het wekelijkse moment waarop ontevreden burgers hun petitie kunnen afgeven in het parlement. Daar is dus wekelijks een vast tijdstip voor. Echt waar, je kan aansluiten bij de anderen. Dat vinden de Nederlanders helemaal niet raar, ze doen het gewoon.
Nee, dan de Belgische betogingen. In Brussel stond ik minstens een keer per week een half uur in een file door een betoging aan de andere kant van de stad. Niemand kijkt nog op van een staking. Als je zo’n betoging als journalist moest coveren, werd je ook ruim vooraf verwittigd. Je moest immers een heleboel voorzorgsmaatregelen nemen. Je moest een battle dress aan en zorgen dat je minstens een etmaal geen eten of drinken hoefde.

Een betoging van boeren of metaalwerkers kon flink uit de hand lopen, ik heb het allemaal meegemaakt. ’s Avonds laat was je als journalist al blij als je niet gewond was geraakt en als je apparatuur nog heel was.

Saai

Met zo’n oorlogsverleden kan het in Nederland best saai zijn. Onlangs liet ik me zowaar nog een keertje vangen. Er was een nationale actiedag voor Zwarte Piet aangekondigd. De organisator kreeg vooraf ruim zendtijd in een populair tv-programma. Hij werd ook opgevoerd in de Telegraaf, de grootste krant van Nederland. Alle enquêtes wijzen uit dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders voor het behoud van een zwarte Zwarte Piet is, de meeste gemeenten gaan straks ook ouderwetse Zwarte Pieten uitnodigen.

Ik weet inmiddels wel hoe het hier gaat, maar je bent toch plichtsbewust. Dus zet je een streep door je vrije zaterdag en je gaat kijken. En ja hoor: alweer een zielig, klein troepje mensen, niets in vergelijking met de mensenzee die op zo’n dag door de winkelstraten trekt.

Is de armzalige demonstratiecultuur hier te wijten/danken aan de Nederlandse bestuurders en het ingesleten overlegmodel? Wie zal het zeggen. Nederlanders zijn grote mopperaars en aan de mondigheid zal het niet liggen. Maar massaal op straat gaan, écht boos zijn, de boel lam leggen of dingen stuk slaan? Dat doen ze niet. Ik pleit voor een uitwisselingsprogramma tussen Belgische en Nederlandse vakbonden. Dan kunnen de Belgen beter leren organiseren en kunnen de Nederlanders wat vuriger worden.